HOOFDSTUK 1 – SCHIZOFRENIE-SPECTRUM EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
1.1. HISTORISCH OVERZICHT: Kernsymptoom: psychotische symptomen
Behandeling: anti-psychotica
1. Aspecifieke bewaring
2. Specifieke bewaring
3. Psychosezorg
‣ kernsymptomen van schizofrenie: psychotische symptomen
‣ bipolaire en depressieve stoornissen kunnen ook gepaard gaan met psychotische
symptomen
ASPECIFIEKE BEWARING: “PEST- EN DOLHUIZEN” (16DE EEUW)
Doel = maatschappij beschermen
‣ 1539: “tot Eeuwige dagen in gevangenis geketent ende versekert te worden”
‣ 1593: wedde: 3 ponden en 20 schellingen “om miserabele crancksinnische” personen
onderdak te geven (+ per week 30 schellingen per patiënt)
Mensen met de pest en dol (geesteszieken) = mensen die moesten afgezonderd worden van
de samenleving zodat hier geen last van ondervonden werd
‣ Meeste “gekken” werden op 18 jaar opgesloten
‣ Hele leven vast in een dolhuis
SPECIFIEKE BEWARING: “ASYLUM”
Eerste verandering: een instelling/asiel
Doel = maatschappij beschermen
‣ Eerste instelling: “Bedlam” (St Bethlem’s Hospital London)
o aanvankelijk: straf voor “immoraliteit” = gek zijn komt doordat men niet goed
geleefd had of slechte gedachten had à straf
o later (1700): “patients” als term gebruikt
o organisatie (1734): curable/incurable (= behandelbaar vs. onbehandelbaar)
PSYCHOSENZORG
Dr. Guislain: wou dat mensen goed verzorgd werden
‣ mensen in grote gebouwen, aan rand van stad
à RESIDENTIEEL VERBLIJF:
‣ “aangeleerde afhankelijkheid”:
o Aanleren dat dit hun thuis is waar ze moesten blijven
o Zelden contact tussen mannen- en vrouwenafdeling
‣ Verlies aan gezonde mentale capaciteiten en coping skills
o Door geen normaal leven kunnen opbouwen in instelling
o Normaal schizofrenie niet gepaard met verlies van intelligentie
, ‣ Therapieën: oa koude baden, ergotherapie, bewegingstherapie: “BEZIG ZIJN”
o Niet genezing, maar bezig zijn
o Bv. tot 1955 koude baden: patiënten moesten afkoelen dus vastbinden in een ijsbad
om tot rust te komen
o Bv. draaistoel: dachten dat “gekke” mensen verkeerd gedraaid waren, dus draaistoel
om hun rond te draaien om ze te genezen
1.2. SYMPTOMEN
didactische opmerking:
term “psychotische symptomen” versus “psychotische stoornissen”
‣ psychotische symptomen komen meestal voor bij psychotische stoornissen maar
kunnen ook voorkomen bij stemmingsstoornissen, middelenmisbruik,
persoonlijkheidsstoornissen, dementie,...
‣ de meest voorkomende en prototypische psychotische stoornis is schizofrenie
SYMPTOOMDOMEINEN
Afwijkingen in een of meer van de volgende vijf symptoomdomeinen:
1. Wanen
2. Hallucinaties “ Positieve symptomen”
3. Gedesorganiseerde denken
4. Gedesorganiseerde of abnormale psychomotoriek
5. Negatieve symptomen
Positieve Symptomen
= symptomen die iemand anders niet heeft: “symptomen die erbij gekomen”
‣ vb. Wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd denken
‣ Gedrag + …. POSITIEVE SYMPTOMEN
‣ Biochemie: Teveel dopamine – mesolimbisch
Limbisch systeem: positieve
symptomen door teveel dopamine
2
,1. WANEN
Definitie
‣ Omschrijving:
o Waan is een (inhoudelijke) denkstoornis
o “Ik denk dat…”
o Wanen = vaststaande overtuigingen die niet vatbaar zijn voor feiten die ermee
in tegenspraak zijn
‣ Kenmerken:
o Niet passend binnen cultuur of religie
o Vb. Voodoo
‣ Klinische opmerking:
o Zelden heeft de patiënt inzicht in zijn wanen: weinig of geen ziektebesef en
denken dat anderen ziek zijn ipv zijzelf
o Soms wel inzichten door psycho-educatie
Frequent voorkomende wanen
1. Achtervolgingswanen
= Iemand heeft de overtuiging dat hem of haar kwaad zal worden berokkend, dat
hij of zij zal worden aangevallen, door een persoon, organisatie of andere groep
mensen
‣ Meest voorkomende waan
‣ Wordt als zeer bedreigend ervaren
‣ Vb. Film Hugo en Linda: Hugo denkt dat zijn moeder lid is van een geheime
dienst en hem iets wil aandoen
2. Betrekkingswanen
= Iemand heeft de overtuiging dat bepaalde gebaren, opmerkingen, signalen uit
de omgeving enzovoort aan de betrokkene zelf gericht zijn
‣ Vb. Film Hugo en Linda: Boodschap op TV is specifiek naar Hugo gericht
Minder frequent voorkomende wanen
1. Grootheidswanen
= Iemand heeft de overtuiging dat hij of zij uitzonderlijke kwaliteiten, rijkdom of
roem bezit
‣ Vb. Film Hugo en Linda: Linda heeft waan dat ze de plannen van atoombom
moet bewaken
2. Erotomane wanen (Syndroom van Clérambault)
= Iemand is er onterecht van overtuigd dat iemand anders verliefd is op hem of
haar
‣ vaak personen die hooggeplaatst zijn, zoals artsen, ministers, bekende
mensen, …
‣ Vb. vrouw die dacht dat haar gynaecoloog verliefd was op haar en dat hij dit nog niet helemaal besefte
dat ze later een koppel zouden vormen en ze ging bijvoorbeeld ongevraagd zijn kinderen van school
afhalen. Ze is binnengedrongen in de consultatieruimte van de man en heeft op een foto van zijn gezin,
zijn vrouw eraf geknipt en haar erop geplakt. Ze zei tegen zijn kinderen: “ik word jullie nieuwe mama.”
De waan is zo diep geworteld dat hij bijna niet corrigeerbaar is. Heeft geen besef van haar ziekte.
3. Beïnvloedingswanen
‣ vb. Gedachteninbreng, … zie: Het geheim van de hersenchip
3
, 2. HALLUCINATIES
Definitie
‣ Definitie:
o Hallucinatie = een stoornis van de waarneming
o hallucinaties = zintuiglijke ervaringen die plaatsvinden zonder dat er een
externe stimulus is (in wat we zien, horen, voelen, waarnemen…)
‣ ! Kenmerken:
o Hallucinaties zijn levendig en helder, hebben net zo veel kracht en maken net
zo veel indruk als normale waarnemingen, en staan niet onder controle van de
wil
o Kan geen onderscheid maken of het in zijn oren is of wat die effectief hoort
‣ Klinische opmerking:
o Zelden heeft de patiënt inzicht in zijn hallucinaties
o Zelfs bij nabootsingen van stemmen in het hoofd van de mensen horen de
patiënten perfect het verschil tussen de stemmen in hun hoof den stemmen die
werden nagebootst in proefsetting
Indeling
‣ Vijf types (volgens zintuiglijke modaliteiten):
1. Auditieve hallucinaties (>>)
2. Visuele hallucinaties
3. Tactiele hallucinaties
4. Olfactorische hallucinaties
5. Gustatorische hallucinaties
1. AUDITIEVE HALLUCINATIES
‣ Enkelvoudige:
o vb. bellen, kraken, kauwgeluiden
‣ Stemmen:
o Stem die men een opdracht/bevel geeft
o Woorden: vb “moordenaar”, “hoer”
o Zinnen en conversaties
o Komen uit radio, uit hoofd, uit darmen, uit stopcontact
o In “Tweede” en “Derde”-persoon; resp. Tegen en Over de patiënt
o LET OP: BEVELSHALLUCINATIE
à Tweede persoon geeft een bevel
à Aanzet tot zelfmoord of moord
à zeer gevaarlijk hallucinatie! Is een soort alarm, is gerelateerd aan
misdrijf
à bv. “er zit hier een persoon die je wil vermoorden”
‣ Voorkomen als symptoom:
o Bij schizofrenie, manie, depressie, dementie, delirium,...
4