Topic 1: What is Strategy?
Data moet altijd relatief worden bekeken, vergelijken met concurrenten
WACC (kapitaalkost) moet lager zijn dan ROIC om positieve economic
value added te hebben
Strategie is
- Competitive landscape (WACC en ROIC vergelijken met
concurrenten)
- Industry value chain
- Competitief voordeel
- Product en customer scope
- Geographical scope
- Activiteiten (hoe verdienen ze geld)
- Resources (waar en wanneer halen ze die)
- Capabilities
o Sweet spot: waar capabilities aansluiten op klantbehoeften
- Businessmodel (waardecreatie ook naar resultatenrekening
overbrengen)
Dan corporate strategie = hoe bedrijf zich positioneert in omgeving
- Corporate social responsibility
- Not only about profitability (ook cultuur (musea), gezondheid,
research, opleiden (ziekenhuis))
Strategie is leiderschap, communicatie en alignment
Welke beslissingen moet de CEO vooropstellen zodat mensen in de
organisatie weten waar ze naartoe moeten
Strategie statement
- Doel/objective: specifiek/concreet, meetbaar, tijdgebonden doel dat
beslissingen stuurt (5 jaar), dit is uniek per bedrijf
- Scope (wat, wie, waar, hoe): klant/aanbod, locatie en verticale
integratie (afbakenen waar je wel en niet opereert)
- Competitief voordeel
o Value proposition: waarom zou klant jouw product kopen
o Activiteitenconfiguratie: welke unieke combinatie van
activiteiten maakt dat alleen jij die propositie kunt leveren
Strategie gaat over
- Uniek zijn, anders zijn: operationele efficiëntie en strategie
o Variety based: specialiseren in bepaald deel producten binnen
sector
, o Needs-based: alle behoeften van 1 klantengroep vervullen
(IKEA)
o Acces-based: klanten op een andere manier bereiken (logistiek
en operationeel anders (vb. cinema’s))
- Tradeoffs (kwaliteit/differentiatie vs cost): wat wel en niet doen
o Consistentie in imago/reputatie (logische combinatie)
o Activiteiten compatibel (high en low end niet samen)
o Geen over of onder design van activiteiten
- Fit (coherence (moment in tijd) en consistency (over bepaalde tijd
heen)) tussen alle activiteiten samen (sleutel tot duurzaamheid,
moeilijker te imiteren)
o First-order fit: consistentie activiteit met strategie
o Second order fit: activiteiten versterken elkaar
o Third-order fit: optimalisatie coördinatie en informatie-
uitwisseling
Interacties binnen beslissingen:
Interne interactie/coördinatie met andere beslissingen voor coherence en
consistency
Externe interactie (reactie van concurrenten of andere spelers
(complementen, suppliers, customers)
Beslissing is strategisch als die wordt aangekondigd als optimale strategie
Beslissing heeft een waarde:
- Standalone value
- Interaction value: complementen (2 decisions have to be
coordinated en select the same value as the other decision
Interactie en coördinatie is nodig om strategie waarde te geven
Paper Porter:
Operationele efficiëntie:
- Gelijkaardige activiteiten beter uitvoeren dan concurrenten
(efficiëntie, kwaliteit, snelheid)
- Via OE naar efficiënt frontier en verbeteren (maar is een race die
niemand kan winnen, geen duurzame concurrentie)
- Excelleren in individuele activiteiten
Strategie:
- Andere activiteiten uitvoeren of gelijkaardige activiteiten anders
uitvoeren
- Andere activiteiten of andere uitvoering
Operationele efficiëntie en strategie zijn nodig voor een superieure positie,
maar werken op verschillende manieren
,