De Vlaamse Primitieve (deel I)
De vorige les ging over de invloed van Italiaanse kunstenaars zoals Simone Martini en
Matteo Giovanetti op de kunst in het Noorden. Deze kunstenaars werkten in een stijl die
bekend staat als de Internationale Gotiek. Dit is een fase in de kunstgeschiedenis, van
het einde van de 14e eeuw tot het begin van de 15e eeuw, waarin kunst heel verfijnd en
elegant was, met veel aandacht voor detail en decoratie.
We hebben toen ook gekeken naar enkele voorbeelden:
- Jacob de Baerze en Claus Sluter: Deze kunstenaars maakten beeldhouwwerken die
pasten bij die elegante stijl.
- De Gebroeders van Limburg: Zij maakten prachtige geïllustreerde boeken, zoals Les
Très Riches Heures du Duc de Berry. Dit was een gebedenboek met prachtige
miniatuurschilderingen die de maanden van het jaar en religieuze scènes tonen.
Een ander belangrijk voorbeeld van verluchte (versierde) manuscripten:
- Jean Pucelle: Hij maakte het Getijdenboek van Jeanne d’Evreux, een klein
gebedenboek met bijzondere tekeningen, zoals de gevangenneming van Christus (het
moment waarop Jezus wordt gearresteerd) en de Annunciatie (de engel Gabriël vertelt
Maria dat ze Jezus zal baren). Dit boek is nu te zien in het Metropolitan Museum of Art in
New York. Kunst in die tijd was erg verfijnd en gedetailleerd, met veel aandacht voor
emoties en symboliek.
, DEZE LES
In de vroege 15e eeuw ontstond een nieuwe benadering in de kunst, die we kunnen zien
in werken zoals de Middelnederlandse Apocalyps. Dit was een geïllustreerd
manuscript dat Bijbelse scènes uit de Apocalyps (de openbaring van Johannes) liet zien,
zoals:
- Christus met de zeven sterren: Dit beeld symboliseert de zeven engelen van de zeven
kerken.
- De zeven kandelaars: Deze staan voor de zeven kerken die Johannes in zijn visioenen
zag.
- De brieven aan de zeven kerken: Dit waren boodschappen gericht aan christelijke
gemeenschappen.
Wat nieuw was aan deze kunst:
1. Realistische weergave: De figuren en gezichten werden veel realistischer afgebeeld.
Er was meer aandacht voor emoties en individuele gezichtsuitdrukkingen, waardoor de
scènes levendiger werden.
2. Gebruik van kleuren in de achtergrond:
- De achtergronden waren vaak gevuld met blauw en/of rood, wat een dieper en rijker
gevoel gaf aan de compositie.
- Deze kleuren werden niet zomaar gebruikt, maar in gradaties (overgangen), waardoor
er meer diepte en dynamiek in de afbeeldingen kwam.
3. Aandacht voor kleurcombinaties:
- Rood en blauw: Vaak gebruikt om contrast en balans te creëren.
- Violet en groen: Dit waren subtielere kleuren, die hielpen om schaduwen en nuances
in de scènes te benadrukken.
Samengevat: deze nieuwe stijl in de 15e eeuw bracht meer realisme en emotie in
kunstwerken, door aandacht voor gezichten, kleuren en details in de achtergrond. Het
was een belangrijke stap richting de verfijnde schilderkunst die we later bij de Vlaamse
Primitieven zien.