Les 2
Wat is het historisch kader van Europa in de middeleeuwen?
In de middeleeuwen, vanaf de 2de helft van de 10e eeuw – begin 11de eeuw, nam de macht van de
Duitse keizer af door interne conflicten, waardoor de focus verschoof naar Frankrijk. Waar een
strijd om de troon ontstond tussen het huis Valois, verbonden aan de Capetingers, en de
Plantagenet (het huis van Anjou), een Engelse familie met Franse gebieden,
Die uiteindelijk verloor, terwijl koningen zoals Lodewijk IX (de Heilige) en Filips IV (de Schone) de
Franse koninklijke macht verder versterkten.
De Franse koninklijke macht werd verder versterkt door Lodewijk IX, ook wel de Heilige
genoemd. Hij verstevigde het koninkrijk en maakte de monarchie stabieler. Later breidde Filips
IV, bijgenaamd de Schone, de Franse invloed nog verder uit. Hij voerde oorlog tegen Vlaanderen,
wat leidde tot de Guldensporenslag in 1302, een beroemd conflict waarin Vlaamse steden het
opnamen tegen het Franse leger. Filips IV kreeg ook ruzie met paus Bonifatius VIII over de
belastingvrijstelling van de kerk, een conflict dat onderdeel was van bredere machtsconflicten
tussen wereldlijke en kerkelijke leiders.
terwijl Edward III van Engeland, via zijn Franse moeder Isabella, aanspraak maakte op de Franse
troon, wat leidde tot de Honderdjarige Oorlog (ENG & FR) (1337-1453), en tegelijkertijd het
hertogdom Bourgondië, door het huwelijk van Filips de Stoute met Margaretha van Male, grote
invloed kreeg in zowel Frankrijk als de Nederlanden, waardoor een machtig Bourgondisch rijk
ontstond.
_________________________________________________________________________________________
Onder Filips de Goede (1396-1467) raakte het Bourgondische rijk meer verdeeld, vooral met zijn
zoon Karel de Stoute (1433-1477).
(het Bourgondische rijk "verdeeld raakte," wordt er bedoeld dat de macht en invloed van de hertogen
versplinterden. Filips de Goede en zijn zoon Karel de Stoute hadden verschillende prioriteiten, wat
leidde tot interne spanningen en uiteindelijk het verlies van Bourgondië aan Frankrijk na de dood van
Karel de Stoute.)
Na de dood van Karel de Stoute zou Lodewijk XI van Frankrijk Bourgondië weer bij Frankrijk
voegen. Maria van Bourgondië (1457-1482), de dochter van Karel de Stoute, trouwde met
Maximilian van Oostenrijk. Hun zoon Filips de Schone (1478-1506) trouwde met Johanna van
Castilië, ook wel bekend als de Waanzinnige (1479-1555). Hun zoon was Karel V (1500-1558), die
zowel Spanje als de Nederlanden regeerde.
Socio-economisch was de middeleeuwse samenleving gebaseerd op feodaliteit, met een
economie die voornamelijk afhankelijk was van landbouw. De handel in steden begon echter te
groeien door bevolkingsgroei, kruistochten en handelsroutes naar het Nabije Oosten. Dit bracht
nieuwe sociale lagen voort, waaronder handelaars die steeds belangrijker werden in de
economie.
("socio-economisch" verwezen naar de manier waarop de samenleving functioneerde op basis van
zowel sociale structuren als economische activiteiten.)
("feodaliteit" was een sociaal en economisch systeem in de middeleeuwen waarbij de samenleving
georganiseerd was rondom land en afhankelijkheid. Leenmannen kregen land van leenheren in ruil
voor militaire dienst en trouw, waardoor een hiërarchische structuur ontstond.)
Religie speelde ook een grote rol in deze tijd. Er waren conflicten zoals die tussen Filips de Schone en
paus Bonifatius VIII, wat leidde tot de Babylonische ballingschap van de pausen in Avignon en het
Westerse Schisma (1378-1417). Steden ontwikkelden zich tot het centrum van godsdienstig en sociaal
leven, waar handel en religie nauw met elkaar verweven waren.
, DUS
De stad werd het centrum voor/van handel en productie (Parijs, Londen, Brugge)
Ambachtslieden werkten samen in verenigingen en banken werden opgericht. Maar ook
advocaten, handelsroutes en investeringen.
Er ontstond een nieuwe middenklasse, anders dan de oude adel en geestelijkheid, die meer
onafhankelijk werd en als potentieel opdrachtgever kon optreden. Belangrijke uitvindingen, zoals
de drukpers rond 1450 door Johannes Gutenberg, maakten het mogelijk om ideeën en teksten
snel te verspreiden, wat de kenniscirculatie bevorderde.
Politiek en religie waren nauw verbonden, met conflicten zoals de Babylonische ballingschap
naar Avignon tussen 1309 en 1377, waarbij de paus afhankelijk werd van de Franse koning.
Critici zoals John Wyclife en Jan Hoes uitten systematische kritiek op de Kerk. Luther’s 95
stellingen in 1517 markeerden de breuk met de katholieke kerk en leidden tot de Reformatie.
Daarnaast vestigde Ferdinand van Aragon en Isabella I van Castilië de macht in Spanje, wat
leidde tot eenheid en de ontdekking van de Nieuwe Wereld door Columbus in 1492.