hoe moleculen het lichaam aansturen
Deel 1: Membraantransport
1.1. Inleiding membraantransport
1.2. Carrierproteïnen en hun functies
1.3. Ionenkanalen en membraanpotentiaal
Zonder membraantransport → geen leven, geen spiercontractie
- Hoe verwerft een cel de nodige bouwstoffen en energie door opname uit de omgeving?
- Hoe verwijdert een cel afval uit de cel?
- Welke energievormen gebruikt een cel om membraantransport uit te voeren?
- Hoe kan een cel verhinderen dat het teveel water aantrekt en zwelt/barst?
1.1. Inleiding membraantransport
1.1.1. Membranen: herhaling
Membranen zijn opgebouwd uit lipiden
Eigenschappen:
1. Vloeibaar membraan met lipiden en membraaneiwitten → laterale diffusie (binnen het
membraan), flexibel
2. Asymmetrische membraan
3. Semi-permeabiliteit – selectief permeabel
→ je hebt zaken die wel/niet door membraan kunnen diffunderen
4. Zelfsluitend
, ➔ 3 soorten membranen
5. Versteviging mogelijk – fysieke barrière
- Fosfolipiden
- Sterolen
- Glycolipiden
De lipidendubbellaag vormt een selectieve barrière: semipermeabel
permeabiliteit ~ snelheid van simpele diffusie
De permeabiliteit van lipidendubbellagen voor opgeloste
moleculen hangt af van hun grootte, lading en polariteit
H O passeert volgens simpele diffusie: osmotisch probleem
2
Membraantransporteiwitten nodig!
➔ Elektrische prikkeling is mogelijk door ion transport
,De plasmamembraan is een vloeibaar mozaïek van fosfolipiden, cholesterol en diverse functionele
membraaneiwitten
➔ eiwitten binnen een membraan hebben de functie om alles op de juiste plaats binnen een
membraan te brengen
Membraaneiwitten worden op basis van hun specifieke functie onderverdeeld in vier
hoofdcategorieën:
1. membraantransport (kanalen & transporters)
2. celorganisatie & beweging (ankers)
3. communicatie (receptoren)
4. communicatie & metabolisme (enzymen)
, Transporteiwitten maken gecontroleerde uitwisseling mogelijk:
De verplaatsing van het merendeel
van de biologisch belangrijke stoffen
is afhankelijk van gespecialiseerde
transporteiwitten
A) Geen transporteiwitten → gradiëntwerking, er is verschil in concentratie tussen binnen het
membraan en buiten het membraan
→ alle stoffen zitten vast en blijven op die plaats zitten
B) WEL transporteiwitten → concentratiegradiënt wijziging, transport kan van binnen naar
buiten, van buiten naar binnen of in beide richtingen plaatsvinden
1.1.2. De ionenconcentratie verschilt sterk binnen en buiten de cel
Concentratiegradiënten voor alle meest voorkomende ionen (te kennen voor examen)
Tabel geeft weer waar de ionen zich bevinden in het lichaam:
Na+ en K+ zijn ongelijk verdeeld binnen en buiten de cel
(kunnen niet zomaar door het membraan → zijn geladen)
→ ionen zitten dus vast binnen deze concentraties