, Schets van het Nederlandse arbeidsrecht
Hoofdstuk 8 – Internationaal en Europees arbeidsrecht
8.1 Inleiding
Door de internationalisering en globalisering is het arbeidsrecht ontwikkelt, zelfs tot buiten
de nationale staat. Hierbij speelt met name de implementatie van EU-recht een rol, deze zijn
in het Nederlandse recht opgenomen.
Daarnaast kan buitenlands recht ook op andere manieren doorwerken, bijvoorbeeld door de
internationale organisaties zoals de ILO die wetgeving maken.
Door de internationaal verrichte arbeid groeit ook de vraag of een Nederlandse rechter wel
bevoegd is en of de arbeidsverhouding onder Nederlands recht valt. Zeker binnen de EU
speelt dit een grote rol, gezien de open grenzen.
8.2 De internationale arbeidsovereenkomst
Bij internationale arbeidsovereenkomsten spelen 2 vragen, enerzijds welk recht op de
overeenkomst van toepassing is en anderzijds welke rechter bevoegd is.
8.2.1 Conflictenrecht
Welk recht van toepassing is, is een privaatrechtelijke vraag, deze wordt door het Rome I
verdrag beheerst. Dit verdrag is van toepassing op arbeidsovereenkomsten die na 2009 zijn
gesloten.
In beginsel is het recht van toepassing waarvoor is gekozen (art. 3 Rome I).
Dit is in het bijzonder geregeld voor arbeidsovereenkomsten (art. 8 Rome I), als er geen
keuze gemaakt is, dan geldt het recht van het land waar de arbeid wordt verricht. Als de
werknemer niet steeds in hetzelfde land zijn arbeid uitoefent, dan geldt de vestigingsplaats
van de werkgever (art. 8 lid 3 Rome I).
Op bovenstaande hoofdregels gelden niet als de exceptieclausule werkt, als de
arbeidsovereenkomst een nauwere band heeft met een ander land, dan is het recht van die
staat van toepassing (lid 4).
De vrije keuze van art. 3 is wel aan beperkingen gebonden. De keuzevrijheid bestaat niet
wanneer dit het recht van de werknemer op bescherming beperkt, die hij zou hebben in de
staat als er geen rechtskeuze was.
Een andere uitzondering staat in art. 9, duidelijk bepaalt dat bepaalde bijzonder dwingend
recht altijd doorwerken. Bepalingen van bijzonder dringend recht zijn bepalingen, die voor
een land van een tussen danig belang zijn dat zij de openbare belangen zoals politieke
organisatie beïnvloeden. Dit is iets anders dan dwingend recht in de zin van het Nederlands
BW.
Bij de beslissing moet de rechter rekening houden met de aard en het doel van de bepaling,
maar ook de gevolgen van die toepassing.
Art. 6 BBA was in Nederland een dergelijke voorrangsregel, zij beschermde niet alleen de
werknemer, maar ook de arbeidsmarkt. Waardoor zij een bijzonder belang had.
Als Nederlandse voorrangsregels gelden nu de WML, Arbeidstijdenwet,
Arbeidsomstandighedenwet, de Waadi en de AWGB. In aanvulling hierop gelden de BW-
bepalingen over de loonstrook, ketenaansprakelijkheid, vakantie, gelijke behandeling en