HOORCOLLEGE 1 – KLINISCHE THEORIEËN EN THEORETISCHE REFERENTIEKADERS
1. KLINISCHE PSYCHOLOGIE EN ABNORMAAL GEDRAG.
Klinische psychologie (= ‘abnormal psychology’) houdt zich bezig met diagnose, classificatie,
behandeling, preventie en onderzoek. Hierbij staan lijden en disfunctioneren centraal.
2.
NEUROBIOLOGISCHE BENADERING VAN PSYCHOPATHOLOGIE.
De neurobiologische benadering kan een van de oorzaken zijn van een psychose.
Hippocrates
Vader van de Westerse geneeskunde.
Legde het verband tussen lichamelijk en geestelijk functioneren.
Besef geestesziektes is ziekte van de hersens.
Zijn psychoses biologisch verklaarbaar?
Buikhuisen
Crimineel gedrag: nature VERSUS nurture nature INTERACTIE nurture
Diathese (kwetsbaarheid)-stressmodel
,Ook gezonde
voeding is erg belangrijk!
3. LEERTHEORETISCHE BENADERING VAN PSYCHOPATHOLOGIE.
Thorndike
Operant conditioneren (= instrumentele conditionering) is een leerproces waarbij
een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger
(reinforcer) of bestraffer (punisher).
Situatie-Respons-Outcome (S-R-O)
Hoe behandelen m.b.v. operant conditioneren? Bij responspreventie wordt
veiligheidsgedrag geblokkeerd.
Een functie analyse (FA) is een klinische vertaling van het paradigma van de operante
conditionering.
,Pavlov
Klassieke conditionering: onvoorwaardelijke prikkel (OP), onvoorwaardelijke reactie
(OR), voorwaardelijke prikkel (VP), voorwaardelijke reactie (VR).
Craving = bijvoorbeeld bij het zien van een glas wijn zin krijgen in alcohol.
COMET = Competitive Memory Training
Behandeling met contraconditionering
Het COMET-protocol voor auditieve hallucinaties. 2 Fases:
1 Inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren.
2 Afstand nemen van de stem.
4. COGNITIEVE BENADERING VAN PSYCHOPATHOLOGIE.
De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een belangrijke rol bij
het ontwikkelen van psychische stoornissen.
Schema’s
Kennisstructuur
Opbouwen in kindertijd
De aard van een schema is afhankelijk van de ervaring en cognitieve vermogens (in
eerste instantie egocentrisch)
Eenmaal gevormd vertonen schema’s weerstand tegen verandering
Echter, een disconfirmerende ervaring kan een schema aanpassen
Beck
‘De interpretatie kwetst, niet het feit zelf.’
Psychische stoornissen komen voor uit de wijze waarop mensen informatie
selecteren en verwerken
Schema’s beïnvloeden de selectie van informatie
Selectieve interpretatie
Schema’s beïnvloeden herinneringen
, Doel van cognitieve
therapie = veranderen op niveau van denkschema’s.
Doel van cognitieve gedragstherapie = gedrag en cognities
beïnvloeden elkaar.
5. PSYCHODYNAMISCHE BENADERING VAN PSYCHOPATHOLOGIE.
Freud
Structure of the Mind
- Superego: geweten, vooral bewust
- Ego: deels bewust, deels onbewust
- Id: driftmatige motor, onbewust