Français de l’immobilier
Vocabulaire
un intermédiaire een tussenpersoon
la conclusion d’une vente het sluiten van een verkoop
la location de verhuur
des biens immobiliers vastgoed
disponible beschikbaar
constituer samenstellen, vormen
un réseau een netwerk
diffuser verspreiden
disposer de beschikken over
afficher tonen
avoir recours à zijn toevlucht nemen tot, een
beroep doen op
louer (ver)huren
négocier onderhandelen
un candidat acquéreur een kandidaat-koper/huurder
un locataire een huurder
la surface habitable de bewoonbare oppervlakte
le voisinage de buurt
la proximité de nabijheid
le certificat d’urbanisme het stedenbouwkundig attest
la toiture dak(bedekking)
un prêt hypothécaire een hypotheeklening
juger oordelen
acquérir verwerven
assumer op zich nemen
1
, le médiateur de bemiddelaar
établir opstellen
le compromis de vente de verkoopovereenkomst
le bail (les baux) het huurcontract
un état des lieux een plaatsbeschrijving
la gestion het beheer
le loyer de huur
consister en bestaan uit
les parties communes de gemeenschappelijke delen
le bien en copropriété de mede-eigendom
estimer schatten
un héritage een erfenis
le divorce de echtscheiding
un contrôle fiscal een belastingcontrole
valoir waard zijn
un écart een verschil
Considérable aanzienlijk
envisager overwegen
la donation de schenking
une expertise een schatting
confier un mandat de vente à een verkoopsopdracht
toevertrouwen aan
consister à +inf. / en + subst. bestaan uit
similaire soortgelijk
le périmètre de omtrek, de zone, het
transmettre gebied
le prix de revient overdragen, overbrengen
ajuster de kostprijs
2
Vocabulaire
un intermédiaire een tussenpersoon
la conclusion d’une vente het sluiten van een verkoop
la location de verhuur
des biens immobiliers vastgoed
disponible beschikbaar
constituer samenstellen, vormen
un réseau een netwerk
diffuser verspreiden
disposer de beschikken over
afficher tonen
avoir recours à zijn toevlucht nemen tot, een
beroep doen op
louer (ver)huren
négocier onderhandelen
un candidat acquéreur een kandidaat-koper/huurder
un locataire een huurder
la surface habitable de bewoonbare oppervlakte
le voisinage de buurt
la proximité de nabijheid
le certificat d’urbanisme het stedenbouwkundig attest
la toiture dak(bedekking)
un prêt hypothécaire een hypotheeklening
juger oordelen
acquérir verwerven
assumer op zich nemen
1
, le médiateur de bemiddelaar
établir opstellen
le compromis de vente de verkoopovereenkomst
le bail (les baux) het huurcontract
un état des lieux een plaatsbeschrijving
la gestion het beheer
le loyer de huur
consister en bestaan uit
les parties communes de gemeenschappelijke delen
le bien en copropriété de mede-eigendom
estimer schatten
un héritage een erfenis
le divorce de echtscheiding
un contrôle fiscal een belastingcontrole
valoir waard zijn
un écart een verschil
Considérable aanzienlijk
envisager overwegen
la donation de schenking
une expertise een schatting
confier un mandat de vente à een verkoopsopdracht
toevertrouwen aan
consister à +inf. / en + subst. bestaan uit
similaire soortgelijk
le périmètre de omtrek, de zone, het
transmettre gebied
le prix de revient overdragen, overbrengen
ajuster de kostprijs
2