Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Internationale Omgeving (Prof. Albers en Van Gompel)

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
93
Geüpload op
04-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een uitgebreide samenvatting van het vak Internationale Omgeving, gegeven aan de Universiteit Antwerpen, in het eerste jaar voor studenten Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW) en Sociale Economische Wetenschappen (SEW). Dit is opgebouwd aan de hand van de slides en de hoorcolleges, duidelijk en actueel. Het bevat ook samenvattingen van alle gastcolleges!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Deel 1
HOOFDSTUK 1: INTERNATIONALE ONDERNEMINGSKLIMAAT
1. Globalisering
1.1. Wat is globalisatie?
Globalisering: kwalitatieve verschuiving naar mondiaal economisch systeem niet langer gebaseerd op autonome
nationale economieën, maar op een geconsolideerde mondiale markt voor productie, distributie, en consumptie



Dimenties van globalisering:

• Economisch: van nationale naar mondiale markten en productiesystemen -> export en directe buitenlandse
investeringen
• Politiek: einde van de natiestaat
• Cultureel: op weg naar een ‘mondiale cultuur’


Globalisering was lang tijdperk van groei en welvaartsstijging, tot op zekere hoogte -> daling in armoede is voorbij



1.1.1. Directe buitenlandse investeringen
Foreign direct investment (FDI): investeringen in productieve activa (bedrijven) uit een ander land

• Aandelen in lokaal bedrijf gekocht door buitenlandse onderneming of investeerder
• Herbelegde winsten van buitenlandse onderneming
• Verschilt van internationale portefeuillebeleggingen door niveau van controle

-> Weerspiegelt blijvende belangstelling voor een bedrijf in een ander land en zeggenschap erover



1.2. Twee economische kanten van globalisering: productie
Globalisering van productie: bedrijven kopen goederen en diensten vanover hele wereld om te profiteren van
nationale verschillen in kosten en kwaliteit van productiefactoren:

-> Bedrijven kunnen totale kostenstructuur verlagen + kwaliteit of functionaliteit van productaanbod verbeteren

MAAR… Bedrijven lopen risico’s:

• Wisselkoersrisico’s
• Kredietrisico’s
• Intellectueel eigendom
• Transportrisico’s
• Ethische risico’s
• Landenrisico’s: politiek, regelgeving, arbeidsverhoudingen


1

,1.3. Twee economische kanten van globalisering: markten
Nieuwe commerciële realiteit: opkomst van wereldwijde markten voor gestandaardiseerde
consumentenproducten op onvoorstelbare schaal

• Aangepaste bedrijven profiteren van schaalvoordelen
• Schaalvoordelen vertalen naar lagere wereldwijde prijzen -> vernietigen van concurrenten


1.3.1. Rol van technologische verandering
1. Lagere transportkosten: helpt bedrijven om productie te verspreiden over economische, geografisch
gescheiden locaties
2. Goedkope informatieverwerking en communicatie: bedrijven kunnen wereldweid verspreide productie
creëren en beheren
3. Goedkope wereldwijde communicatienetwerken: helpt creatie van elektronische wereldwijde marktplaats
4. Wereldwijde communicatienetwerken en media: creëert wereldwijde cultuur en markt voor
consumentenproducten


1.3.2. Rol van multinationale onderneming
Multinational enterprise (MNE): bedrijf dat productieve activiteiten heeft in twee of meer landen

• MNEs en globalisering zijn geconnecteerd
o MNEs drijven globalisering
• Born Globals: bedrijven die vanaf hun ontstaan meteen internationaal actief zijn.
• Multinationale ondernemingen komen niet alleen uit rijke landen, ook uit opkomende markten zoals India
• Multinationale staatsbedrijven (SOEs): bedrijven die eigendom zijn van de overheid, maar internationaal
opereren als MNEs


1.3.3. Rol van globale instituten
1. Beheren, reguleren, en controleren van wereldwijde markt
2. Bevorderen totstandkoming van internationale verdragen om wereldwijde bedrijfssysteem te reguleren

-> Gebruik van multilateralisme

Voorbeelden: Verenigde Naties, Europese Unie, Wereldbank, IMF, WTO, etc.



Soorten institutionele regelingen om betrekkingen tussen staten te coördineren:

(1) Multilateralisme: coördineert op basis van algemene gedragsregels (= regels die gepaste gedrag voor bepaalde
categorie handelingen voorschrijven) zonder rekening te houden met specifieke belangen van partijen of
strategische noodzaak die in bepaald geval kan bestaan

(2) Bilateralisme: maakt per geval onderscheid tussen relaties op basis van a priori particularistische gronden of
situationele noodzaak

(3) Imperialisme: coördineert relaties door de soevereiniteit (onafhankelijkheid) van betrokken staten te ontkennen

-> Eerdere periodes van bilaterale en imperialistische coördinatie zorgde voor verwoesting

2

,1.4. Krachten die verdere globalisering belemmeren
1. Economisch: lagere bedrijfswinsten buiten de thuismarkt, afnemende economische voordelen van
handelsliberalisering, terugkeer van indsutriebeleid
2. Sociaal: onevenwichtige verdeling van voordelen
3. Cultureel: zoeken naar culturele authenticiteit
4. Technologische ontwikkeling
5. Geopolitiek

-> De slinger zwaait terug

Gevolg: veerkracht krijgt voorrang boven efficiëntie in supply chains



1.5. Globaliseringscyclus
MAAR… ‘nieuwe wereld’ van vandaag is niet ongekend -> globalisering ontwikkeld in cycli, beïnvloed door
machtsverschuivingen, technologie, en institutionele veranderingen


• Globalization: markets open, tech shrinks distance, institutions align, cross-border exchange intensifies
o Efficiency, scale and integration dominate
• Deglobalization: shocks, rivalries, and public backlash expose vulnerabilities
o States and firms pull back, prioritize security and reassert control
o Old globalization architecture loses coherence
• Reglobalization: new technology, rules and power structures enable a redesigned form of international
integration



1.5.1. Consolidatiepunt
Globalisering heeft in verleden aanzienlijke welvaartswinst opgeleverd voor economieën

• Toenemende protectionisme, nationalisme en verzwakte multilateralisme leiden tot tegenreactie
• Krachten verstoren eerdere, efficiënte model en leggen structurele kwetsbaarheden bloot
• Bedrijven komen terecht in meer volatiele omgeving
• Veiligheid, veerkracht en geopolitiek bepalen configuratie van mondiale waardeketens en kapitaalstromen

Cyclusvisie: systeem verschuift van een vergevorderde deglobalisering naar een beginnende reglobalisering



2. Rol van overheid: interventies in markten
2.1. Tarieven
Tarieven: belastingen op invoer die kosten van geïmporteerde producten tov binnenlandse producten effectief
verhogen

• Specifieke tarieven: vast bedrag voor elke ingevoerde eenheid van een goed
• Ad-valorem tarieven: percentage van de waarde van geïmporteerde goed


3

,Effecten:

• Overheidsinkomsten verhogen
• Consumenten dwingen meer te betalen voor bepaalde invoer
• Pro-producent en anti-consument
• Algehele efficiëntie van wereldeconomie verminderen


2.2. Subsidies
Subsidies: overheidsbetalingen aan binnenlandse producenten

-> Helpen binnenlandse producenten om:

• Te concurreren met goedkope buitenlandse import
• Exportmarkten te verkennen

Consumenten nemen meestal kosten van subsidies op zich



2.3. Import quotas
Import quotas: beperken hoeveelheid van sommige goederen die in een land kunnen worden geïmporteerd

• Tariff rate quotas: hybride van een quotum en tarief waarbij lager tarief wordt toegepast op invoer binnen
quotum dan op die boven quotum
• Quota rent: extra winst die producten maken wanneer aanbod kunstmatig wordt beperkt door
importquotum


2.4. Vrijwillige exportbeperkingen
Vrijwillige exportbeperkingen: handelsquota opgelegd door exporterende land, meestal op verzoek van regering
van importerende land

• Ten voordele van binnenlandse producenten
• Verhogen prijzen van geïmporteerde goederen


2.5. Lokale inhoudsvereisten
Lokale inhoudsvereisten: eis dat specifieke fractie van product in het binnenland wordt geproduceerd

• Profiteren van binnenlandse producenten
• Consumenten worden geconfronteerd met hogere prijzen



2.6. Administratief beleid
Administratief beleid: bureacratische regels die zijn ontworpen om invoer voor een land moeilijk te maken

-> Schaadt consumenten door keuze te beperken



4

,2.7. Antidumpingbeleid
Antidumpingbeleid: straffen van buitenlandse bedrijven die dumpen en binnenlandse producenten beschermen
tegen "oneerlijke" buitenlandse concurrentie

-> Dumpen: goederen verkopen op buitenlandse markt die lager is dan productiekosten, of goederen verkopen op
buitenlandse markt die lager is dan "reële" marktwaarde

• Overtollige productie op buitenlandse markten lossen
• Producenten gebruiken winsten van thuismarkten om prijzen op buitenlandse markt te subsidiëren om
concurrenten te verdrijven en prijzen te verhogen



2.8. Waarom bemoeien overheden zich met markten?
2.8.1. Politieke argumenten
(1) Bescherming van banen: meest voorkomende politieke reden voor handelsbeperkingen

• Politieke druk door vakbonden en industrieën -> voelen bedreiging want:
o Buitenlandse producenten zijn efficiënter
o Buitenlandse producenten hebben meer politieke invloed dan consumenten


(2) Bescherming van industrieën: belang voor nationale veiligheid (voorbeelden: ruimtevaart of halfgeleiders)


(3) Vergelding oneerlijke buitenlandse concurrentie: andere landen kunnen handelsbelemmeringen wegnemen
wanneer overheden specifieke acties (dreigen te) ondernemen (= risicovolle strategie!)

• Spanningen kunnen hoog oplopen
• Nieuwe handelsbelemmeringen kunnen ontstaan


(4) Consumenten beschermen tegen gevaarlijke producten = beperk ‘onveilige’ producten


(5) Doelstellingen van buitenlands beleid bevorderen: preferentiële handelsvoorwaarden toekennen aan landen
waarmee regering sterke relaties wil opbouwen (kan ook worden gebruikt om staten te straffen die zich niet aan
regels houden)


(6) Beschermen van mensenrechten in exportlanden (via handelsbeleid acties)


(7) Bescherming van milieu: internationale handel gaat gepaard met achteruitgang van milieukwaliteit

• Bezorgdheid over opwarming van aarde
• Handhaving milieuregels




5

,2.8.2. Economische argumenten
(1) “Infant industry”: industrie moet worden beschermd totdat deze zich internationaal kan ontwikkelen en
concurrerend kan zijn

• Aanvaard als rechtvaardiging voor tijdelijke handelsbeperkingen in kader van WTO
• Kritiek: als land potentieel heeft om levensvatbare concurrentiepositie te ontwikkelen, moeten hun
bedrijven in staat zijn om nodige fondsen te verwerven zonder extra steun van overheid



(2) Strategisch handelsbeleid: first-mover voordelen kunnen belangrijk zijn voor success

Overheden kunnen:

• Bedrijven uit land helpen voordelen te behalen
• Bedrijven helpen bij overwinnen van toetredingsdrempels tot industrieën waar buitenlandse bedrijven
eerste voordeel hebben


2.9. Is vertrouwen op bescherming van de overheid genoeg?
Bedrijven vertrouwen soms op bescherming van overheid, maar dit is niet duurzaam:

• Marktfalen: ontwikkeling van ineffectieve structuren als gevolg van verstoorde prijs- en volumesignalen
• Politiek falen: concurrentiebescherming is afhankelijk van risicovolle politieke omstandigheden of
vertrouwelijke beloften die niet noodzakelijk kunnen worden nagekomen
• Ineffictiviteit: concurrenten kunnen markttoegangsmodus wijzigen als veiligheidsmaatregelen slechts één
bepaalde toegangsmodus bestrijken (voorbeeld: verandering van export naar directe investeringen)
• Verminderde internationale concurrentiepositie: concurrentiebescherming kan kostenpositie en
differentiatiepositie van hele industrie negatief beïnvloeden



2.10. Conclusie
Overheden grijpen in met tarieven, subsidies, quota’s, VER’s, regels inzake lokale inhoud en antidumpmaatregelen

Doel: binnenlandse bedrijven te beschermen of hun internationale concurrentievermogen te vergroten

• Politieke argumenten focussen op beschermen van banen/industrieën, nationale veiligheid en bevorderen
van doelstellingen op gebied van buitenlands beleid
• Economische argumenten focussen op het argument van de prille industrie en strategisch handelsbeleid

-> deze instrumenten kunnen verstoren, prijzen verhogen en vergeldingsmaatregelen van handelspartners uitlokken
– leiden doorgaans tot verminderd internationaal concurrentievermogen




6

,HOOFDSTUK 2: GEDRAG VAN BEDRIJVEN OP INTERNATIONALE MARKTEN

1. Kenmerken van internationale zakelijke omgeving
1.1. Cultuur
Cultuur: collectieve programmering van geest die groep of categorie van mensen van andere onderscheidt

• Patronen van gedachten, gevoelens, gedragingen, etc. die terugkomen in een groep
• Betekenis en interpretaties geven aan gedrag en situaties
• Wordt openbaar gedeeld en geaccepteerd door bepaalde groep op bepaald moment
• Genomen als vanzelfsprekende overtuigingen en praktijken


1.1.1. Hofstede’s culturele dimensies




1.1.2. Determinanten van cultuur
Cultuur: systeem van normen en waarden, beïnvloedt door:

• Onderwijs • Politieke filosofie
• Religie • Taal
• Economische filosofie • Sociale structuur

-> Soms treden bedrijven uit de markt door culturele problemen (voorbeeld: bijna geen Starbucks in Australië)



1.2. Economische ontwikkeling
Status van economische ontwikkeling: Noord-Amerika, Europa en Australië doen het zeer goed, maar Afrika, Zuid-
Amerika en delen van Azië hebben het nog moeilijk

-> Bedrijven uit opkomende markten zijn anders, dus strategieën in opkomende markten moeten anders zijn!




7

,1.2.1. Belang van economisch ontwikkeling – voorbeeld India
Demografisch dividend: economische groei doordat groot deel van bevolking werkt en minder afhankelijk zijn

• India: ongeveer 63% van bevolking is werkende leeftijd
• Grote kans voor groei tussen 2018 en 2055
• Meer werkenden = hogere inkomens = meer consumptie en investeringen = stijgende economie


1.3. Politieke economie
Politieke economie: hoe de politieke, economische en juridische systemen van een land afhankelijk van elkaar zijn

• Werken op elkaar in en beïnvloeden elkaar
• Beïnvloeden niveau van economisch welzijn van natie



1.3.1. Onderling afhankelijke systemen
Politiek systeem: regeringssysteem van een land

• Soorten: individualistisch of collectivitisch, democratisch of totalitaristisch

Juridisch systeem: systeem van regels die gedrag reguleren, en processen waarin deze worden afgedwongen

• Soorten: common, burgerlijk, theocratisch, recht

Economisch systeem: markteconomie, centrale economie, gemengde economie



2. Het bedrijf als systeem
Bedrijf is geen stand-alone unit, het is:

• Ingebed in een set van relaties (vraag en aanbod)
• Ingebed in verschillende omgevingen (overheid, vakbond, competitie, leveranciers, klanten)

-> Geldt niet enkel voor nationale, maar ook voor internationale omgevingen (voorbeeld: Uber’s battle for China)

Sinds jaren 60: aantal niet-Amerikaanse multinationals en aantal mini-multinationals gestegen

Speciale vormen: Born Globals en MNOs uit opkomende markten




8

,2.1. Porter’s waardeketen van transformatie activiteiten
Porter’s waardeketen: beschrijft hoe bedrijf waarde toevoegt tijdens productieproces

Transformatie‑activiteiten (primaire activiteiten) zijn stappen waarin
product wordt gemaakt, verwerkt en geleverd


Belang: toont waar in productieproces waarde toegevoegd en waar
bedrijf efficiënter of goedkoper kan werken om
concurrentievoordeel te behalen



2.1.1. Waardeketen
Waardeketen: activiteiten van bedrijven in kaart brengen en waar waarde grecreëert wordt

Headquarters: strategische activiteiten zoals R&D en Human
Resources

Upstream: activiteiten vóór productie, zoals ontwerp en
aankoop van middelen

Downstream: activiteiten ná productie zoals marketing en
distributie

-> HQ stuurt aan, upstream maakt mogelijk en downstream
brengt het product naar klant



3. Waarom bedrijven internationaliseren
(1) Markt-zoekend (globalisering van markten):

• Exploreren en ontdekken van nieuwe marktopportuniteiten
• Volgen van klanten

(2) Grondstof-zoekend (globalisatie van productie):

• Exploiteren van factorgedreven locatievoordelen
• Exploiteren van vraaggedreven locatievoordelen

(3) Gebruik maken van het globale netwerk (globalisatie van productie én markten):

• Wereldwijde ervaring
• Schaalvoordelen in productie, logistiek, marketing, aankoop, en technologie
• Mobiliteit van productie
• Verlagen van risico
• Differentiëren van producten

Maar… Internationalisatie is niet zonder risico -> liability of foreigness (aansprakelijkheid van buitenlands karakter):
buitenlandse bedrijven voelen extra nadelen wanneer actief in ander land (voorbeelden: Home Depot faalde in
China, Albert Heijn stopt in Duitse markt, Chinees automerk BYD plant strategische reboot na problemen in Europa)


9

, 4. Instapmodi
Internationale markttoegang: institutionele regeling die toegang van producten, diensten, technologie, menselijke
vaardigheden, management of andere middelen van bedrijf tot vreemd land mogelijk maakt


Twee soorten:

1. Transacties: exporteren, licenties, franchising
2. Directe investering: joint venture of volledige dochteronderneming




4.1. Beoordeling van instapmodi
Instapmodus Controle Resource intensiteit Risico van overdracht aanleren
Exporteren Laag/medium Laag Laag Laag/medium
Licentieverlening Laag Laag Hoog laag
Franchising Medium/hoog Laag Medium/hoog Medium
Joint venture Hoog Medium Hoog Hoog
Volle dochteronderneming Hoog Hoog Laag hoog

Andere factoren zijn van invloed op keuze van instapmodus, waaronder:

• Transportkosten
• Handelsbelemmeringen
• Politieke en economische risico’s

-> Optimale modus verschil per situatie: wat voor ene bedrijf logisch is, is voor andere misschien niet logisch



4.2. Dunning’s eclectisch paradigma (OLI)
Uitgangspunt: er bestaan drie klassen van voordelen (OLI) die het motief (waarom?), locatie (waar?) en modus
(hoe?) van internationalisering bepalen

1. Eigendom (waarom): natuur en grootte van technologische, management-, financiële, en
marketingvoordelen tegenover inheemse bedrijven
2. Locatie (waar): combineren van O-voordelen met immobiele factoren in vreemde/buitenlandse markt
3. Internationalisatie (hoe): voordelen van interne coördinatie en controle, en voordelen van combineren
met andere activa van MNE

-> OLI-model als hulpmiddel bij besluitvorming:




10

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
4 juni 2026
Aantal pagina's
93
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.44
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
vcjune Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
19
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
1 week geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen