FILOSOFIE/ KEN JE ZELF
HOOFDSTUK 1: DE OORSPRONG VAN FILOSOFIE
INLEIDING
Filosofie = Griekse filein en Sophia
- Filein = houden van
- Sophia = Griekse godin van de wijsheid
OORSPRONG VAN FILOSOFIE
Kan op twee manieren beantwoord worden
1. Filosofie zo oud is als de mens zelf en dat iedereen die diepzinnige vragen stelt,
filosofisch is
Volgens Plato begint filosofie met verwondering. De verwondering is de
bron van onze zoektocht om te begrijpen wat er zich voordoet in onszelf
en de wereld
2. Filosofie is een manier van denken die ontstaan is in een bepaalde periode en
binnen een bepaalde cultuur
Westerse filosofie = zesde eeuw v.Chr. in de streek rond de Egeïsche
zee op een kruispunt van verschillende sterk ontwikkelde culturen
In het Oosten
India = Upanishaden geschreven (= filosofische reflecties op de oeroude
Vedische geschriften)
Mahavira (599-527 v.Chr.)
Boeddha (480-400 v.Chr.)
Twee figuren die traditionele brahmaanse levenswijze in vraag
stelden en aan de basis lagen van jaïnisme en het boeddhisme
China = Confucius
Het ontstaan van westerse filosofie wordt beschreven als de overgang van mythos naar
logos
= van een wereldbeeld dat gebaseerd is op mythen gekleurd door een wereld van
goden en fantastische verhalen naar een wereldbeeld dat haar fundering zoekt in
een meer rationele verklaring
Toenemende belang van observatie en argumentatie en naar het feit dat
de natuur uit de natuur wordt verklaard en niet door te verwijzen naar
goden.
Voorbeelden van mythen in de westerse culturen zijn de Ilias en de
Odysseus. De mythen spreken nog steeds tot de verbeelding. Ze
behandelen diepmenselijke vragen aan de hand van metaforen en
verhalen die verschillende lagen van overgeleverde wijsheid bevatten
1
,TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Volgens Luciano de Crescenzo bevindt filosofie zich tussen religie en wetenschap
- Twee fundamentele disciplines: de wetenschap en de religie
Wetenschap = teruggrijpend op de ratio, de verschijnselen in de natuur
bestudeert
Religie = tegemoetkomend aan een innerlijke drang van de menselijke
geest, iets absoluut, iets dat uitstijgt boven het vermogen te begrijpen met
de zintuigen en het intellect.
Francis Bacon (1561- 1626) gaf de aanzet tot de ontwikkeling van de zogenaamde
wetenschappelijke methode
- Hij lanceerde de begrippen inductie en experiment. Beide concepten vormen de
basis van de wetenschappelijke methode. Dit monde uit tot natuurwetten van
Newton en zo naar het begin van fysica en andere wetenschappen.
- Filosofie houdt stand als moeder van de wetenschappen. Wetenschappers
gaan op zoek naar wetten en theorieën die fenomenen kunnen verklaren en zo
keren ze terug naar de filosofie
DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Wat voor vragen stellen filosofen?
- Immanuel Kant bracht filosofische vragen terug tot drie essentiële vragen
1. Wat kan ik weten?
2. Wat moet ik doen?
3. Wat mag ik hopen?
- Volgens Kant kunnen deze drie vragen tot een vraag worden omgevormd: wat is
de mens?
Wat voor domeinen houden filosofen zich mee bezig?
- Filosoof Luc Ferry deelt het op in drie domeinen
1. Kennis = gaat over objectieve feiten of objectiveerbare begrippen en richt
zich op het weten hoe die objecten verschijnen en hoe ze op elkaar
inwerken
2. Ethiek
3. Wijsheid = heeft te maken met de manier waarop we in het leven staan en
hoe we erin slagen om te gaan met wisselvalligheden van het leven
HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Takken van filosofie
- Ontologie = de leer van het zijn. Peilt naar de aard van het zijn, en of niet-zijn al
dan niet bestaat
- Metafysica = houdt zich bezig met het domein boven, buiten en de
waarneembare of fenomenale werkelijkheid
Fenomenale werkelijkheid kan onderverdeeld worden
Kosmologie = de natuur, de wereld buiten ons
2
, Psyche = wereld van de geest, gedachten, gevoelens,
herinneringen, dromen
Wijsgerige antropologie = de mens
Theologie = God
In navolging van Plato hechten we aan drie fundamentele waarden, namelijk het Ware,
het Goede en het Schone. Er vallen tal van domeinen onder deze drie waarden
- Waarheid
De epistemologie of kennisleer = stelt vragen over waarheid en kennis
De logica = houdt zich bezig met wat is geldig redeneren
De wetenschapsfilosofie = buigt zich over de grondslagen van de
kennis van de afzonderlijke wetenschappen. Methoden, worden aan
kritisch onderzoek onderworpen.
- Goedheid en rechtvaardigheid
De ethiek = onderzoekt het goede
De sociale en politieke filosofie = houdt zich bezig met de
rechtvaardige samenleving
De rechtsfilosofie = vraag wordt gesteld naar de aard en de oorsprong
van recht en haar verhouding tot ethiek
- Schoonheid
De esthetica = wat schoonheid en kunst is
DE PRE-SOCRATISCHE FILOSOFIE
We kijken dieper in de oorsprong van de westerse filosofie = de pre-socratische filosofie
- Pre-socratische filosofen hebben de eerste stappen gezet naar anders denken.
Hun vragen waren vooral kosmologisch geïnspireerd
6 belangwekkende figuren, 6 pre-socratische filosofen
- Thales van Milte (624-545 v.Chr.)
Hij wordt beschouwd als de eerste filosoof om 3 redenen
1. Hij was de 1ste die de complexe werkelijkheid terugbracht tot één
beginsel of arché. Volgens hem ontstaat alles van water
2. Er is een wiskundige stelling naar hem vernoemd waarbij
evenwijdige lijnen van evenwijdige rechten evenredige stukken
afsnijden dit werd gebruikt om de hoogte van piramiden te meten
3. De uitspraak ‘ken jezelf’ werd aan hem toegeschreven. Zelfkennis
blijft een fundamenteel thema in de filosofie
- Aniximander van Milte (610-546 v.Chr.)
Hij ging verder in op de arché van Thales. Hij betwijfelde of water de arché
was.
Zo kwam hij met het apeiron, vertaald als het onbepaalde of onbegrensde
Hij waagde zich aan de eerste kosmologie door een wereldkaart te
tekenen gebaseerd op de dynamiek tussen de vier elementen (water,
vuur, aarde, lucht) hij beschrijft in zijn citaat de veranderingen in de
wereld in termen van rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid
- Pythagoras (570-500 v.Chr.)
3
, Heeft het begrip philosophos ontworpen om mensen zoals hem te
beschrijven mensen die continu denken
Ook naar hem is een stelling genoemd. De som van kwadraten van de
lengtes van de rechthoekszijden van een driehoek. Via getallen en hun
onderlinge verhoudingen kan men de wereld vatten en in kaart brengen.
- Parmenides (515-450 v.Chr.) en Herakleitos (540-480 v.Chr.)
Parmenides vertrekt hierbij van ‘het zijn’ en zegt dat al het veranderlijke
verschijnt uit dit ene zijn dat onveranderlijk en aan zichzelf gelijk is. Buiten
het zijn is er niets en alle zijn wordt gekend. Hier legt parmenides de grond
van ontologie
Herakleitos werkt niet vanuit het onveranderlijke zijn maar vanuit de
verandering zelf. De veranderingen noemt Herakleitos Logos en deze
wordt gesymboliseerd en/ of geïnitieerd door vuur
- Democritos (460-370 v.Chr.)
Hij zegt dat alles in de werkelijkheid terug te brengen is tot ondeelbare
deeltjes. De visie dat de werkelijkheid terug te voeren is tot materiële
basiseenheden noemt men een materialistische visie
4
HOOFDSTUK 1: DE OORSPRONG VAN FILOSOFIE
INLEIDING
Filosofie = Griekse filein en Sophia
- Filein = houden van
- Sophia = Griekse godin van de wijsheid
OORSPRONG VAN FILOSOFIE
Kan op twee manieren beantwoord worden
1. Filosofie zo oud is als de mens zelf en dat iedereen die diepzinnige vragen stelt,
filosofisch is
Volgens Plato begint filosofie met verwondering. De verwondering is de
bron van onze zoektocht om te begrijpen wat er zich voordoet in onszelf
en de wereld
2. Filosofie is een manier van denken die ontstaan is in een bepaalde periode en
binnen een bepaalde cultuur
Westerse filosofie = zesde eeuw v.Chr. in de streek rond de Egeïsche
zee op een kruispunt van verschillende sterk ontwikkelde culturen
In het Oosten
India = Upanishaden geschreven (= filosofische reflecties op de oeroude
Vedische geschriften)
Mahavira (599-527 v.Chr.)
Boeddha (480-400 v.Chr.)
Twee figuren die traditionele brahmaanse levenswijze in vraag
stelden en aan de basis lagen van jaïnisme en het boeddhisme
China = Confucius
Het ontstaan van westerse filosofie wordt beschreven als de overgang van mythos naar
logos
= van een wereldbeeld dat gebaseerd is op mythen gekleurd door een wereld van
goden en fantastische verhalen naar een wereldbeeld dat haar fundering zoekt in
een meer rationele verklaring
Toenemende belang van observatie en argumentatie en naar het feit dat
de natuur uit de natuur wordt verklaard en niet door te verwijzen naar
goden.
Voorbeelden van mythen in de westerse culturen zijn de Ilias en de
Odysseus. De mythen spreken nog steeds tot de verbeelding. Ze
behandelen diepmenselijke vragen aan de hand van metaforen en
verhalen die verschillende lagen van overgeleverde wijsheid bevatten
1
,TUSSEN RELIGIE EN WETENSCHAP
Volgens Luciano de Crescenzo bevindt filosofie zich tussen religie en wetenschap
- Twee fundamentele disciplines: de wetenschap en de religie
Wetenschap = teruggrijpend op de ratio, de verschijnselen in de natuur
bestudeert
Religie = tegemoetkomend aan een innerlijke drang van de menselijke
geest, iets absoluut, iets dat uitstijgt boven het vermogen te begrijpen met
de zintuigen en het intellect.
Francis Bacon (1561- 1626) gaf de aanzet tot de ontwikkeling van de zogenaamde
wetenschappelijke methode
- Hij lanceerde de begrippen inductie en experiment. Beide concepten vormen de
basis van de wetenschappelijke methode. Dit monde uit tot natuurwetten van
Newton en zo naar het begin van fysica en andere wetenschappen.
- Filosofie houdt stand als moeder van de wetenschappen. Wetenschappers
gaan op zoek naar wetten en theorieën die fenomenen kunnen verklaren en zo
keren ze terug naar de filosofie
DRIE GROTE VRAGEN EN DOMEINEN
Wat voor vragen stellen filosofen?
- Immanuel Kant bracht filosofische vragen terug tot drie essentiële vragen
1. Wat kan ik weten?
2. Wat moet ik doen?
3. Wat mag ik hopen?
- Volgens Kant kunnen deze drie vragen tot een vraag worden omgevormd: wat is
de mens?
Wat voor domeinen houden filosofen zich mee bezig?
- Filosoof Luc Ferry deelt het op in drie domeinen
1. Kennis = gaat over objectieve feiten of objectiveerbare begrippen en richt
zich op het weten hoe die objecten verschijnen en hoe ze op elkaar
inwerken
2. Ethiek
3. Wijsheid = heeft te maken met de manier waarop we in het leven staan en
hoe we erin slagen om te gaan met wisselvalligheden van het leven
HET HUIS VAN DE FILOSOFIE
Takken van filosofie
- Ontologie = de leer van het zijn. Peilt naar de aard van het zijn, en of niet-zijn al
dan niet bestaat
- Metafysica = houdt zich bezig met het domein boven, buiten en de
waarneembare of fenomenale werkelijkheid
Fenomenale werkelijkheid kan onderverdeeld worden
Kosmologie = de natuur, de wereld buiten ons
2
, Psyche = wereld van de geest, gedachten, gevoelens,
herinneringen, dromen
Wijsgerige antropologie = de mens
Theologie = God
In navolging van Plato hechten we aan drie fundamentele waarden, namelijk het Ware,
het Goede en het Schone. Er vallen tal van domeinen onder deze drie waarden
- Waarheid
De epistemologie of kennisleer = stelt vragen over waarheid en kennis
De logica = houdt zich bezig met wat is geldig redeneren
De wetenschapsfilosofie = buigt zich over de grondslagen van de
kennis van de afzonderlijke wetenschappen. Methoden, worden aan
kritisch onderzoek onderworpen.
- Goedheid en rechtvaardigheid
De ethiek = onderzoekt het goede
De sociale en politieke filosofie = houdt zich bezig met de
rechtvaardige samenleving
De rechtsfilosofie = vraag wordt gesteld naar de aard en de oorsprong
van recht en haar verhouding tot ethiek
- Schoonheid
De esthetica = wat schoonheid en kunst is
DE PRE-SOCRATISCHE FILOSOFIE
We kijken dieper in de oorsprong van de westerse filosofie = de pre-socratische filosofie
- Pre-socratische filosofen hebben de eerste stappen gezet naar anders denken.
Hun vragen waren vooral kosmologisch geïnspireerd
6 belangwekkende figuren, 6 pre-socratische filosofen
- Thales van Milte (624-545 v.Chr.)
Hij wordt beschouwd als de eerste filosoof om 3 redenen
1. Hij was de 1ste die de complexe werkelijkheid terugbracht tot één
beginsel of arché. Volgens hem ontstaat alles van water
2. Er is een wiskundige stelling naar hem vernoemd waarbij
evenwijdige lijnen van evenwijdige rechten evenredige stukken
afsnijden dit werd gebruikt om de hoogte van piramiden te meten
3. De uitspraak ‘ken jezelf’ werd aan hem toegeschreven. Zelfkennis
blijft een fundamenteel thema in de filosofie
- Aniximander van Milte (610-546 v.Chr.)
Hij ging verder in op de arché van Thales. Hij betwijfelde of water de arché
was.
Zo kwam hij met het apeiron, vertaald als het onbepaalde of onbegrensde
Hij waagde zich aan de eerste kosmologie door een wereldkaart te
tekenen gebaseerd op de dynamiek tussen de vier elementen (water,
vuur, aarde, lucht) hij beschrijft in zijn citaat de veranderingen in de
wereld in termen van rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid
- Pythagoras (570-500 v.Chr.)
3
, Heeft het begrip philosophos ontworpen om mensen zoals hem te
beschrijven mensen die continu denken
Ook naar hem is een stelling genoemd. De som van kwadraten van de
lengtes van de rechthoekszijden van een driehoek. Via getallen en hun
onderlinge verhoudingen kan men de wereld vatten en in kaart brengen.
- Parmenides (515-450 v.Chr.) en Herakleitos (540-480 v.Chr.)
Parmenides vertrekt hierbij van ‘het zijn’ en zegt dat al het veranderlijke
verschijnt uit dit ene zijn dat onveranderlijk en aan zichzelf gelijk is. Buiten
het zijn is er niets en alle zijn wordt gekend. Hier legt parmenides de grond
van ontologie
Herakleitos werkt niet vanuit het onveranderlijke zijn maar vanuit de
verandering zelf. De veranderingen noemt Herakleitos Logos en deze
wordt gesymboliseerd en/ of geïnitieerd door vuur
- Democritos (460-370 v.Chr.)
Hij zegt dat alles in de werkelijkheid terug te brengen is tot ondeelbare
deeltjes. De visie dat de werkelijkheid terug te voeren is tot materiële
basiseenheden noemt men een materialistische visie
4