FARMACOKINETISCHE INTERACTIES
PK: INTERACTIE THV ABSORPTIE
mogelijke gevolgen
- wijziging snelheid opname
- wijziging geabsorbeerde hoeveelheid
voorbeelden
complexvorming metaalionen
- metaalionen:
- antacida
- melk
- yoghurt
- Al, Mg, Zn, Fe, Ca
- slachtoffer
- chinolonen
- tetracycline
- levothyroxine
- bisfosfonaten
- bisfosfonaten
- zeer gevoelig voor complexatie
- scheiden van alle dranken, voeding en andere GM
- antacida
- = kationenbom waardoor met veel GM kan interageren
- altijd opletten met andere GM
- altijd interval 1-2u adviseren => niet altijd voldoende
- chinolone = ciprofloxacine
- volgorde belangrijk: eerst ciprofloxacine innemen => 2u wachten =>
antacidum toevoegen
- afhandeling:
- tijdelijk antacidum stoppen tijdens ciprofloxacine kuur
- indien niet mogelijk:
- inname interval: eerst ciprofloxacine - 2u - antacidum
- antacidum vervangen door PPI
,binding
- colestyramine of actieve kool
- slachtoffer: orale anticoagulantia of statines
verandering pH GI
- zorgen voor verandering pH:
- antacida
- PPI
- slachtoffer: itraconazole
- oplosbaarheid is zuurgevoelig
- voldoende zure maag om opgenomen te worden
- antacidum of PPi zorgen voor minder opname van itraconazole
- PPI = omeprazole
- interactie itraconazole (= azole antimycotica)
- PPI werkt lang
=> geen dosisscheiding mogelijk
=> niet zomaar stoppen: rebound effecten
- afleveren
- afleveren en rekening houden bij opvolging dat itraconazole minder
goed zal werken door minder opname
- alternatief voor itraconazole
- itraconazole innamen met zure drank
verandering darmflora
- zorgen voor verandering: breed spectrum AB zoals ampicilline
- slachtoffer: hormonale contraceptiva
verandering GI motiliteit
- zorgen voor verandering: gastroprokinetica
- effect op totale opname meestal beperkt, maar onvoorspelbaar
afhandelen
- interval tussen beide innames
- tijdelijk staken
- alternatief
,PK: INTERACTIE THV DISTRIBUTIE
- klinische relevantie relatief beperkt
- effect: gewijzigde binding aan plasmaproteïnen
- andere fenomenen (metabolisme en eliminatie) compenseren vaak effect van
gewijzigde plasmaproteïnebinding
PK: INTERACTIE THV METABOLISATIE
CYP450 enzymen
- GM kunnen substraat zijn => worden door CYP enzymen gemetaboliseerd
- CYP zorgt voor desactivatie
- inhibitor zorgt voor overdosering
- inductor zorgt voor sub-therapeutische dosering
- CYP zorgt voor activatie (prodrug)
- inhibitor zorgt voor sub-therapeutische dosering
- inductor zorgt voor overdosering
- GM kunnen inhibitor zijn => CYP enzym remmen door eraan te binden
- snel effect
- reversibel: bij probleem kan het ook snel opgelost geraken vb op spoed
- mate remming afh conc remmer
- GM kunnen inductor zijn => CYP enzym stimuleren door eiwitsynthese te stimuleren
- traag effect
- zorgt dat meer enzymen aangemaakt worden
- bij probleem niet snel opgelost
- langdurig effect van inductie
- mate inductie afh halfwaardetijd en dosis
- ook andere stoffen kunnen CYP beïnvloeden
=> Belangrijk om te zien of een combinatie een interactie zou kunnen zijn
=> indien vraag om het af te handelen => commentaren gebruiken
, CYP1A2
- Substraten:
- warfarine = vit K antagonist
- theofylline = xanthinederivaat (COPD, astma)
- Inhibitor: fluvoxamine = SSRI
- Inductor:
- carbamazepine = anti-epileptica
- fenytoïne = = anti-epileptica
- rifampicine = antibioticum
- sigarettenrook
- Stoppen met roken
- => traag vermindert activiteit van CYP1A2
- => theofylline overdosering door minder afbraak van CYP1A2
- (gebeurt na enkele weken na stoppen van roken, inductie valt weg)
CYP2B6
- Substraten: /
- Inhibitor: /
- Inductor: carbamazepine
CYP2C8
- Substraten: carbamazepine
- Inhibitor: /
- Inductor: /
CYP2C9
- Substraten:
- acenocoumarol = vit K antagonist
- gliclazide = antidiabetica (hypoglykemiërende sulfamiden)
- fenytoïne = anti-epileptica
- glimepiride = antidiabetica (hypoglykemiërende sulfamiden)
- gliquidon = metformine
- warfarine = vit K antagonist = antistolling
- Inhibitor:
- fluconazol
- miconazol
- Inductor:
- carbamazepine
- fenytoïne
- rifampicine
PK: INTERACTIE THV ABSORPTIE
mogelijke gevolgen
- wijziging snelheid opname
- wijziging geabsorbeerde hoeveelheid
voorbeelden
complexvorming metaalionen
- metaalionen:
- antacida
- melk
- yoghurt
- Al, Mg, Zn, Fe, Ca
- slachtoffer
- chinolonen
- tetracycline
- levothyroxine
- bisfosfonaten
- bisfosfonaten
- zeer gevoelig voor complexatie
- scheiden van alle dranken, voeding en andere GM
- antacida
- = kationenbom waardoor met veel GM kan interageren
- altijd opletten met andere GM
- altijd interval 1-2u adviseren => niet altijd voldoende
- chinolone = ciprofloxacine
- volgorde belangrijk: eerst ciprofloxacine innemen => 2u wachten =>
antacidum toevoegen
- afhandeling:
- tijdelijk antacidum stoppen tijdens ciprofloxacine kuur
- indien niet mogelijk:
- inname interval: eerst ciprofloxacine - 2u - antacidum
- antacidum vervangen door PPI
,binding
- colestyramine of actieve kool
- slachtoffer: orale anticoagulantia of statines
verandering pH GI
- zorgen voor verandering pH:
- antacida
- PPI
- slachtoffer: itraconazole
- oplosbaarheid is zuurgevoelig
- voldoende zure maag om opgenomen te worden
- antacidum of PPi zorgen voor minder opname van itraconazole
- PPI = omeprazole
- interactie itraconazole (= azole antimycotica)
- PPI werkt lang
=> geen dosisscheiding mogelijk
=> niet zomaar stoppen: rebound effecten
- afleveren
- afleveren en rekening houden bij opvolging dat itraconazole minder
goed zal werken door minder opname
- alternatief voor itraconazole
- itraconazole innamen met zure drank
verandering darmflora
- zorgen voor verandering: breed spectrum AB zoals ampicilline
- slachtoffer: hormonale contraceptiva
verandering GI motiliteit
- zorgen voor verandering: gastroprokinetica
- effect op totale opname meestal beperkt, maar onvoorspelbaar
afhandelen
- interval tussen beide innames
- tijdelijk staken
- alternatief
,PK: INTERACTIE THV DISTRIBUTIE
- klinische relevantie relatief beperkt
- effect: gewijzigde binding aan plasmaproteïnen
- andere fenomenen (metabolisme en eliminatie) compenseren vaak effect van
gewijzigde plasmaproteïnebinding
PK: INTERACTIE THV METABOLISATIE
CYP450 enzymen
- GM kunnen substraat zijn => worden door CYP enzymen gemetaboliseerd
- CYP zorgt voor desactivatie
- inhibitor zorgt voor overdosering
- inductor zorgt voor sub-therapeutische dosering
- CYP zorgt voor activatie (prodrug)
- inhibitor zorgt voor sub-therapeutische dosering
- inductor zorgt voor overdosering
- GM kunnen inhibitor zijn => CYP enzym remmen door eraan te binden
- snel effect
- reversibel: bij probleem kan het ook snel opgelost geraken vb op spoed
- mate remming afh conc remmer
- GM kunnen inductor zijn => CYP enzym stimuleren door eiwitsynthese te stimuleren
- traag effect
- zorgt dat meer enzymen aangemaakt worden
- bij probleem niet snel opgelost
- langdurig effect van inductie
- mate inductie afh halfwaardetijd en dosis
- ook andere stoffen kunnen CYP beïnvloeden
=> Belangrijk om te zien of een combinatie een interactie zou kunnen zijn
=> indien vraag om het af te handelen => commentaren gebruiken
, CYP1A2
- Substraten:
- warfarine = vit K antagonist
- theofylline = xanthinederivaat (COPD, astma)
- Inhibitor: fluvoxamine = SSRI
- Inductor:
- carbamazepine = anti-epileptica
- fenytoïne = = anti-epileptica
- rifampicine = antibioticum
- sigarettenrook
- Stoppen met roken
- => traag vermindert activiteit van CYP1A2
- => theofylline overdosering door minder afbraak van CYP1A2
- (gebeurt na enkele weken na stoppen van roken, inductie valt weg)
CYP2B6
- Substraten: /
- Inhibitor: /
- Inductor: carbamazepine
CYP2C8
- Substraten: carbamazepine
- Inhibitor: /
- Inductor: /
CYP2C9
- Substraten:
- acenocoumarol = vit K antagonist
- gliclazide = antidiabetica (hypoglykemiërende sulfamiden)
- fenytoïne = anti-epileptica
- glimepiride = antidiabetica (hypoglykemiërende sulfamiden)
- gliquidon = metformine
- warfarine = vit K antagonist = antistolling
- Inhibitor:
- fluconazol
- miconazol
- Inductor:
- carbamazepine
- fenytoïne
- rifampicine