,DE LERAAR ALS TAALLERAAR
ACADEMIEJAAR 2025 – 2026
HOOFDSTUK 1 ELKE LEERKRACHT IS EEN TAALLEERKRACHT
1 TAALUITDAGINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS
1.1 Van anderstalig naar meertalig
Anderstalige leerlingen = bij aankomst op school letterlijk een andere taal spreken.
Meertalige leerlingen = Beheersen het Nederlands behoorlijk.
Hebben een andere moedertaal dan het Nederlands.
1.1.1 Andertalige instroom in het basisonderwijs
Grote uitdaging
Steunpunt diversiteit en leren (onderzoeksgroep Professor Piet Van Avermaet) =
Schoolprestaties van leerlingen verbeteren als de school de thuistaal van die leerlingen positief
benadert.
MAAR = Nederlands blijft de onderwijs – en instructietaal in de klas!
“Kennis van de Nederlanse schooltaal is een van de sleutels tot onderwijssucces”
o Nodig om weg in de samenleving te vinden.
o Onderwijs = vooraanstaande rol
Gangbare taalbladmodel
o Andere moedertaal? In de klas of op school alleen het Nederlands mogen gebruiken om
het succesvol te verwerven.
GEVOLG 1 leerkrachten zien eigen taal (en taalvariëteiten) als een handicap voor
het schoolse leren of als stoorzender
GEVOLG 2 Spreken van andere talen wordt ontmoedigd; soms verboden of
bestraft.
“Meertaligheid is geen probleem maar een gegeven.”
o Extra didactisch hulpmiddel voor het leren in de klas.
o Krachtigere leeromgeving bij gerichte inzet
Bijvoorbeeld om extra uitleg te geven, de betekenis van een Nederlands woord te verklaren of om
ervoor te zorgen dat leerlingen zich meer op hun gemak voelen.
Samenwerking tussen leerlingen, tutoring, zelfstandige taaluitvoering, ICT en e-learning, inzet
van open leermaterialen bieden flexibele mogelijkheden om verschillende talen en taalregisters
aan te spreken in de klas.
GEVOLG 1 Nederlands beter onder de knie krijgen
GEVOLG 2 Nieuwe vak – en leerinhouden te veroveren.
Professor Dirk Van Damme (Onderwijsexpert – OESO)
Thuistaal in het lager onderwijs gebruiken en waarderen is goed, maar in het secundair onderwijs
minder geschikt.
Niet te soepel zijn in het toestaan van gebruik van moedertaal.
2
, GEVOLG druk om Nederlands op een hoog niveau te bereiken valt niet weg
1.1.2 Anderstalige instroom in het secundair onderwijs
OKAN – Klas (Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers)
o Tieners (12 tot 18 jaar) zonder kennis van het Nederlands
o 1 jaar nadien instromen in een richting in het secundair onderwijs
GEVOLG Uitdaging leerkrachten: voldoende (adacemisch) Nederlands aan te
leren om
succesvol de overstap naar het hoger onderwijs te maken.
GEVAAR Leraren in die stromen hebben lage verwachtingen van de leerlingen
GEVOLG Negatief effect op de kwaliteit van het taalaanbod, de rijkdom
van de
instructie en het zelfbeeld van de leerlingen.
o OESO – rapport Equity en Quality in Education
o Tegen segregeren van groepen kwetsbare leerlingen in aparte stromen of klassen
o Systeem van niveauklassen leidt tot een vergroting van de sociale kloof in het
onderwijs.
o Integratie in heterogene groepen kans op taalaanbod van leraar en
(Nederlandstalige) medeleerlingen
o 2000 woorden veel grotere taalachterstand
o Uitslag evaluatierapporten OKAN – klassen werken niet optimaal
o Leerlingen maken te weinig vorderingen
o Leraren lage verwachtingen leerlingen worden niet voldoende uitgedaagd
o Aanbeveling: Andertalige nieuwkomers tijdens onthaaljaar meer kansen op
integratie in het reguliere onderwijs te geven pleidoor voor minder sergregatie
o Grote gevolgen
1.2 Meertalig opgroeien
“Zoveel talen iemand spreek, zovele malen is hij een mens.” ~ Keizer Karel V
o Ouders uit 2 verschillende culturen voeden kind tweetalig op aan de hand van het OPOL –
principe.
o One person, One language
o Voorkomen door elkaar halen taalstructuren
o Kind beschikt over twee T1 – talen.
o Meer tijd nodig om taalsystemen van beide talen uit te bouwen
GEVOLG Aanleren Nederlands verloopt moeizamer Niveauverschil
met
leeftijdsgenoten (los van intellectuele capaciteiten van het
kind)
12 000 vs. 8 500
Genoeg tijd in het secundair onderwijs om achterstand bij te
werken
3
, o Dominante T1 – taal Als 1 van de 2 talen de onderwijstaal is.
o OPOL – principe aan te houden + extra stimulansen om de secundaire T1 – taal aan
te leren.
o Raad aan ouders kind opvoeden in de eerste levensjaren in eigen moedertaal of T1 –
taal.
o Taal die ze het best beheersen
Belangrijk dat je deze vloeiend spreekt (zonder te moeten nadenken)
o T2 – taal (taal die je bewust aanleert na de leeftijd van 12 jaar) gebruiken kan
contraproductief werken
Kan de communicatie en/of taalontwikkeling in de weg staan
o Secundaire T1 – taal
o Bijvoorbeel voertaal/onderwijstaal
o Vroeg aangebracht kind zal deze taal even spontaan verwerven als de eigen
moedertaal
Op jonge leeftijd (vanaf de kleuterklas)
1.3 Opgroeien in een taalarme of taalrijke omgeving
Mate beheersing moedertaal afhankelijk randvoorwaarden
o Opgroeien in een taalrijke omgeving
o Actief bezig zijn met taalontwikkeling van het kind
Bijvoorbeeld: praten tegen het kind, benoemen van alle dingen die ze doen en die het kind
ziet, lezen van boekjes, bekijken van programma’s, …
o Willekeurige taal
Voordelen
o Beheersen complexe zinsstucturen
o Vroegtijdig een grote woordenschat ontwikkelen
o Makkelijker nieuwe woorden/andere talen aanleren
o Opgroeien in een taalarme omgeving
o Taalontwikkelingsproblemen
Gevolg van ongunstig taalaanbod in een ongunstige opvoedingssituatie
Fysiek probleem zoals gehoorstoornis of probleem in de sociale interactie
(bijvoorbeeld autismespectrumstoornis)
o Aangeboren taalontwikkelingsstoornissen
Bijvoorbeeld vertraagde spraak- en taalontwikkeling, kinderfasie,
ontwikkelingsdysfasie, …
Taal ontwikkeld tragen achterstand is nooit in te halen
Nadelen
o Beheersen basiszinsstructuren (moeilijk met complexe structuren)
o Beperktere woordenschat
o Moeite met het aanleren van nieuwe woorden/talen
1.4 Standaardtaal, tussentaal en dialect
4