Wanprestatie is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. Dat betekent dat er pas sprake kan zijn van
wanprestatie als er eerst een verbintenis bestaat. Die verbintenis komt meestal voort uit een overeenkomst, maar kan ook uit
de wet komen. In de praktijk gaat het bij wanprestatie vrijwel altijd om contractuele relaties.
Een tekortkoming kan zich op verschillende manieren voordoen. De schuldenaar:
• presteert helemaal niet,
• presteert te laat,
• presteert slechts gedeeltelijk, of
• presteert wel, maar ondeugdelijk (niet zoals afgesproken).
Al deze vormen vallen onder het begrip wanprestatie.
Soorten verbintenissen
Bij het beoordelen van wanprestatie is het belangrijk om te bepalen welk type verbintenis is overeengekomen:
1. Resultaatverbintenis
De schuldenaar moet een concreet resultaat bereiken (bijvoorbeeld: een huis bouwen, een pakket leveren). Als het resultaat
niet wordt gehaald, is er vrijwel altijd sprake van wanprestatie.
2. Inspanningsverbintenis
De schuldenaar moet zich voldoende inspannen, maar het resultaat is niet gegarandeerd (bijvoorbeeld: advocaat, arts,
accountant). Hier wordt gekeken of de schuldenaar heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam vakgenoot.
Het onderscheid is belangrijk omdat een tekortkoming bij een resultaatverbintenis veel eenvoudiger is vast te stellen dan bij een
inspanningsverbintenis.
Contractsvrijheid en beperking van aansprakelijkheid
Partijen mogen in beginsel zelf bepalen wat zij afspreken (contractsvrijheid). In algemene voorwaarden kunnen zij
aansprakelijkheid beperken of uitsluiten.
Let op:
• Boek 6 BW (verbintenissenrecht) is grotendeels regelend recht → partijen mogen afwijken.
• Boek 7 BW (bijzondere overeenkomsten) bevat vaker dwingend recht → minder ruimte om af te wijken.
ARTIKEL 6:74 BW — DE VEREISTEN VOOR WANPRESTATIE
Artikel 6:74 BW bevat de vier vereisten voor schadevergoeding wegens wanprestatie:
1. Tekortkoming in de nakoming van een verbintenis
De prestatie blijft geheel of gedeeltelijk uit, is te laat of is ondeugdelijk. Dit is de basis: zonder tekortkoming geen wanprestatie.
2. Toerekenbaarheid van de tekortkoming aan de schuldenaar
Dit is geregeld in art. 6:75 BW. De kern: als er géén overmacht is, dan is de tekortkoming toerekenbaar.
Toerekening kan plaatsvinden op drie gronden:
a. Schuld
De schuldenaar heeft nalatig gehandeld of onvoldoende zorg betracht.
b. Wet
De wet kan bepalen dat de tekortkoming voor rekening van de schuldenaar komt. Belangrijke bepalingen:
• Art. 6:76 BW — Hulppersonen Als de schuldenaar bij de uitvoering hulppersonen gebruikt, is hij aansprakelijk voor hun
fouten. Let op het arrest Geldnet/Kwantum: alleen personen die daadwerkelijk worden ingezet bij déze verbintenis zijn
hulppersonen.
• Art. 6:77 BW — Hulpzaken Als de schuldenaar gebruikmaakt van een ongeschikte zaak (bijv. een oude kraan die
omvalt), wordt dit in beginsel aan hem toegerekend. Uitzondering: tenzij dit in de gegeven omstandigheden onredelijk
is.
c. Rechtshandeling
Partijen kunnen aansprakelijkheid uitbreiden of beperken via:
• Garanties (uitbreiding van aansprakelijkheid)
• Exoneraties (uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid)
3. Schade
De schuldeiser moet schade hebben geleden (art. 6:95 BW). Dit kan materiële of immateriële schade zijn.
4. Causaal verband
Er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen de tekortkoming en de schade. Dit wordt beoordeeld via de conditio sine qua
non-leer: Zou de schade ook zijn ontstaan als de tekortkoming was uitgebleven?
VERZUIM (ART. 6:74 LID 2 BW)
Artikel 6:74 lid 2 bepaalt dat schadevergoeding pas mogelijk is voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is.
, 1. Blijvende onmogelijkheid
Als nakoming definitief onmogelijk is, is er direct sprake van wanprestatie. Voorbeeld: een trouwjurk die twee dagen voor de
bruiloft niet meer geleverd kan worden.
2. Tijdelijke onmogelijkheid / nog mogelijke nakoming
Als nakoming nog mogelijk is, moet eerst worden vastgesteld of de schuldenaar in verzuim is (art. 6:81 BW). Verzuim ontstaat
meestal door een ingebrekestelling (art. 6:82 BW).
Zonder verzuim geen schadevergoeding, tenzij:
• nakoming blijvend onmogelijk is,
• de schuldenaar zelf aangeeft niet te zullen nakomen,
• een fatale termijn is afgesproken.
RECHTSGEVOLG VAN WANPRESTATIE
Als aan alle vereisten is voldaan, ontstaat voor de schuldenaar de verplichting om:
• aanvullende schadevergoeding te betalen (vertraging, gevolgschade),
• vervangende schadevergoeding te betalen (in plaats van nakoming),
• of de overeenkomst te ontbinden (art. 6:265 BW).
WANPRESTATIE IN DE PRAKTIJK
Bij een casus beoordeel je altijd:
1. Bestaat er een verbintenis?
2. Wat is de inhoud van die verbintenis?
3. Is er tekortgekomen?
4. Is de tekortkoming toerekenbaar?
5. Is er schade?
6. Is er causaal verband?
7. Is verzuim vereist en aanwezig?
8. Wat is het rechtsgevolg?
Onderwerp 2 ONRECHTMATIGE DAAD (ART. 6:162 BW)
Een onrechtmatige daad bestaat uit vijf vereisten:
1. Onrechtmatige gedraging
2. Toerekenbaarheid
3. Schade
4. Causaal verband
5. Relativiteit
1. Onrechtmatige gedraging (art. 6:162 lid 2 BW)
Een gedraging is onrechtmatig wanneer sprake is van:
• Inbreuk op een recht (bijv. eigendomsrecht)
• Handelen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht (formele en materiële wetten)
• Handelen in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid (restcategorie)
Het moderne begrip van maatschappelijke zorgvuldigheid komt uit Lindenbaum/Cohen: ook zonder specifieke wettelijke norm
kan gedrag onrechtmatig zijn.
Gevaarzetting – Kelderluikcriteria
Bij gevaarzettend gedrag beoordeelt de rechter o.a.:
• de kans op onoplettendheid
• de kans op schade
• de ernst van de gevolgen
• de bezwaarlijkheid van veiligheidsmaatregelen
2. Toerekenbaarheid (art. 6:162 lid 3 BW)
Een onrechtmatige daad moet aan de dader kunnen worden toegerekend. Dit kan via:
a. Schuld
Er moet een verwijt kunnen worden gemaakt.
b. Toerekening op grond van de wet
• Kinderen < 14 jaar: art. 6:164 BW → zij zijn zelf niet aansprakelijk. Ouders zijn risicoaansprakelijk (art. 6:169 lid 1 BW).
• Personen met een geestelijke of lichamelijke tekortkoming: art. 6:165 BW. Niet de toestand, maar de handeling wordt
beoordeeld. Voorbeeld: iemand krijgt een hartaanval en veroorzaakt schade → de gevaarlijke handeling (autorijden)
kan toch worden toegerekend.