beknopte samenvatting
Introductie
Inleiding
Management in de SRB
- Publieke administratie
o = verwijst naar geheel van processen, instellingen en ambtenaren die
betrokken zijn bij het uitvoeren van overheidsbeleid en het leveren van
publieke diensten
- Publiek management
o = focust meer op de leidinggevende, organisatorische en strategische
aspecten binnen publieke instellingen. Het legt de nadruk op efficiënte,
effectiviteit en prestatiegerichtheid, vaak geïnspireerd door
managementtechnieken uit de private sector
Project administration vs. project management
Gelijkenissen
- Interdisciplinair studiegebied dat zich richt op overheid en bestuur
o Recht, politicologie, economie, algemeen management en bedrijfskunde,
organisatiepsychologie en sociale psychologie + na WO 2 ook
organisatietheorie en sociale psychologie
o Bestuur: bewerking dat overheid niet een op zichzelf staande
monolitische actor was, maar ingebed in netwerken van concurrerende
belangen
- Kan niet losgekoppeld worden van de samenleving
o Effect van beleid is afhankelijk van gedrag van burgers en SL
- Geen generiek management, non-profit management, merkmanagement,
leiderschapsstudies, …
- Direct gerelateerd aan OH, de staat
o Criminal justice management
Verschillen
- PA
o Ouderwets, traditioneel, introvert
, o Statische hiërarchieën en procedures
o Focust op het volgen van regels, naleving en verantwoordingsplicht
o Focus op de machinerie van de overheid
- MP
o Modern, naar buiten gericht
o Dynamiek, leiderschap, innovatie
o Richten op het beheren van middelen, efficiëntie en prestaties
o Focus op multi stakeholder governance
H1: organisaties en organisatiestructuren
Organisaties
- 3 soorten betekenissen
o Institutioneel
▪ Organisatie is concreet, afzonderlijk systeem, entiteit
o Instrumenteel
▪ Focus op structuur, procedures en afbakening van
verantwoordelijkheden
o Procesmatig
▪ Focus op het proces van organiseren, op de activiteiten
- Verschillende systemen
o Open systeem (moet continu wisselwerking onderhouden met zijn
omgeving om zijn doelstelling te behalen)
o Gesloten systeem (niet afhankelijk van de omgeving)
- Finale definitie= bewust gecoördineerde sociale entiteit, met relatief duidelijk
identificeerbare grenzen en die streeft naar de realisatie van een
gemeenschappelijke doelstelling
- Waarom is management nodig? → om 2 organisatorische kwesties op te lossen
o Externe afstemming
o Interne afstemming
o Structurering van de organisatie
Organiseren publieke organisatie
Organisatiestructuur
- = de som van de wijzen waarop een organisatie haar centrale opdracht verdeelt in
diverse taken en vervolgens via onderlinge coördinatie terug vorm geeft
- = de formele structuur op basis waarvan taken worden verdeeld, gegroepeerd en
gecoördineerd
, - = hoe gaat de organisatie om met de problematiek van de arbeidsspecialisatie en
die problematiek van de arbeidscoördinatie zonder dubbel werk of
misverstanden?
o Arbeidsspecialisatie:
▪ functie omschrijvingen en afbakening van take
▪ jobrotatie
▪ teamsamenwerking
▪ training & loopbaanontwikkeling
o arbeidscoördinatie:
▪ hiërarchie & leidinggevenden
▪ standaardprocedures
▪ vergaderingen
▪ ICT systemen
▪ Cultuur vs. samenwerking
- Organisatie= een bewust gecoördineerde sociale entiteit, met relatief duidelijk
identificeerbare grenzen en die streeft naar de realisatie van een
gemeenschappelijke doelstelling(en)
- 4 types van organisaties obv finaliteit:
o Zuiver publiek / sociaal (focus op oplossen maatschappelijk probleem)
o Sociaal economisch (maatschappelijke waardecreatie en -verdeling >
economische doelen)
o Economisch sociaal (economische waardecreatie en -verdeling > sociale
doelen)
o Ondernemingen (focus op economische waardecreatie en -verdeling)
- 4 benaderingen van maatschappelijke waarden:
o Realiseren van politieke mandaten
o Realiseren van professionele maatstaven
o Uitkomst van analysetechnieken
o Klanttevredenheid
- Verschillende managementprocessen
o Plannen
o Organiseren
o Leiden
o Toezicht houden
- MAPE: middelen worden gebruikt om bepaalde activiteiten te ontwikkelen, die op
hun beurt leiden tot prestaties die effecten genereren
De formele vs. de informele organisatiestructuur
- Formele structuur
o = de structuur dat is zoals het ontwikkeld is door topmanagement of
vastgelegd in een mandaat
, - Informele structuur
o = de onofficiële, maar vaak cruciale, werkrelatie tussen de leden van de
organisatie
Horizontale vs. verticale organisatiestructuur
- Horizontaal
o = platte structuur
o = heeft weinig of geen managementlagen
- Verticale organisatiestructuur
o Hiërarchische structuur
o = traditionele manier van organiseren waarbij er meerdere
managementlagen zijn
- 2 manieren om te coördineren: top down & bottum up
Horizontale indeling of departementalisatie
- Functionele indeling
o Obv functie
o Zoals marketing, financiën en productie
- Productgerichte indeling
o Obv specifieke producten of productielijnen
o Zoals kanotochten, mountainbike tochten, klimcursussen
- Geografische indeling
o Organisatie is verdeeld over regio’s of landen
o Zoals gemeentes, provincies, continenten
- Doelgroepindeling
o Obv klantgroepen
o Zoals zakelijke klanten vs. particulieren klanten
- Kanaalindeling
o Indeling is gebaseerd op de distributiekanalen om producten of diensten
beschikbaar te stellen
o Zoals scholen, deur-aan-deur, media
Verticale indeling
- Deconcentratie
o = bepaalde taken of beslissingsbevoegdheden worden overgedragen aan
lagere niveaus binnen dezelfde organisatie, maar de macht blijft bij het
centrale bestuur bv. federale politie
- Decentralisatie
o = bevoegdheden worden overgedragen aan lagere niveaus binnen de
organisatie, waarbij deze een grotere mate van zelfstandigheid krijgen →