OPDRACHT VERWIJZEN VOLGENS V&A
Voorbeeld 1
Vred. Westerlo 5 maart 1999, RW 2002-03, 952. => tijdschrift rechtspraak
Voorbeeld 2
Antwerpen 25 november 2002, NJW 2003, 628. => plaatsnaam (hof van beroep = er zijn er maar 5)
Voorbeeld 3
Gent 1 maart 2012, TGR 2012, 252.
Voorbeeld 4
Rb. Oost-Vlaanderen (afd. Dendermonde) 12 mei 2016, TBBR 2016, 523.
Voorbeeld 5
Cass. 24 maart 2016, TBO 2016, 549.
OPDRACHT H3
1. p.1058
De vinder van een roerende zaak moet redelijke pogingen ondernemen om de eigenaar terug
te vinden. Vindt hij deze niet, dan moet hij daarvan uiterlijk binnen de 7 dagen (altijd
vermelden van wanneer de termijn begint te lopen) na de vondst aangifte doen bij een
gemeente naar keuze, (gemeente of eigenaar van het onroerend goed (het gebouw ook
binnen 7 dagen, alleen als het gebouw niet van hem is)) die deze in het daartoe bestemde
register laat opnemen, indien zij de eigenaar kent, deze binnen een maand na ontvangst van
de aangifte per aangetekende zending uitnodigt om deze zaak of haar opbrengst te komen
ophalen. Na 6 maanden nog niet dan mag hij het bijhouden. (som moet bijgehouden worden
ofwel door jan ofwel door de gemeente).
2. P.1058
a. Wie is eigenaar + aan wie komt de som dan toe? Vastgoedhandelaar is nog officieel
eigenaar van het gebouw dus die krijgt de helft van het geld en jan de andere helft (hij
heeft het gevonden maar geen eigenaar => hij heeft een persoonlijk gebruiksrecht
(want hij is nog geen eigenaar maar heeft wel al een sleutel gekregen om te komen
kijken) de ene helft naar Jan en andere naar de eigenaar van het pand
b. Wie is er eigenaar + aan wie komt die som geld dan toe? Jan is eigenaar van het geld,
omdat hij al eigenaar is van het pand (want hij is al eigenaar en heeft het gevonden)
➔als je dit niet volgt dan volg je de procedure niet dan kan je geen eigenaar worden
, OPDRACHT H4
1)
2) door bestemming en door aard
3) * neen, Er is geen sprake van dienstbaarheid bij de exploitatie van het onroerend goed, noch van
een op duurzame en zichtbare wijze verbondenheid aan het onroerend goed, zodat de brandkast niet
kan worden beschouwd als een roerend goed dat door bestemming onroerend is geworden.
* ja, Elektrische huishoudtoestellen op maat ingebouwd in een keuken en toestellen aangesloten door
aparte leidingen op de waterleiding van een woning, zijn onroerend door bestemming. De
onroerendmaking van een goed vereist niet dat het losmaken van het goed van het gebouw, een
zware schade zou veroorzaken.
*ja, Uit de feitelijke gegevens blijkt dat de eigenaars van een huis gasradiatoren plaatsten in dat huis
voor de exploitatie ervan. Het pand werd nl. ingericht om er gemeubelde studentenkamers te
verhuren en de voorwerpen die de eigenaars aldus in de woning plaatsen, zijn niet alleen nuttig voor
de dienst en de uitbating van het pand, maar zijn in de huidige samenleving strikt noodzakelijk. De
gasradiatoren zijn dan ook onroerend door bestemming, ongeacht het al dan niet aanwezig zijn van
een 'incorporatie'.
Voorbeeld 1
Vred. Westerlo 5 maart 1999, RW 2002-03, 952. => tijdschrift rechtspraak
Voorbeeld 2
Antwerpen 25 november 2002, NJW 2003, 628. => plaatsnaam (hof van beroep = er zijn er maar 5)
Voorbeeld 3
Gent 1 maart 2012, TGR 2012, 252.
Voorbeeld 4
Rb. Oost-Vlaanderen (afd. Dendermonde) 12 mei 2016, TBBR 2016, 523.
Voorbeeld 5
Cass. 24 maart 2016, TBO 2016, 549.
OPDRACHT H3
1. p.1058
De vinder van een roerende zaak moet redelijke pogingen ondernemen om de eigenaar terug
te vinden. Vindt hij deze niet, dan moet hij daarvan uiterlijk binnen de 7 dagen (altijd
vermelden van wanneer de termijn begint te lopen) na de vondst aangifte doen bij een
gemeente naar keuze, (gemeente of eigenaar van het onroerend goed (het gebouw ook
binnen 7 dagen, alleen als het gebouw niet van hem is)) die deze in het daartoe bestemde
register laat opnemen, indien zij de eigenaar kent, deze binnen een maand na ontvangst van
de aangifte per aangetekende zending uitnodigt om deze zaak of haar opbrengst te komen
ophalen. Na 6 maanden nog niet dan mag hij het bijhouden. (som moet bijgehouden worden
ofwel door jan ofwel door de gemeente).
2. P.1058
a. Wie is eigenaar + aan wie komt de som dan toe? Vastgoedhandelaar is nog officieel
eigenaar van het gebouw dus die krijgt de helft van het geld en jan de andere helft (hij
heeft het gevonden maar geen eigenaar => hij heeft een persoonlijk gebruiksrecht
(want hij is nog geen eigenaar maar heeft wel al een sleutel gekregen om te komen
kijken) de ene helft naar Jan en andere naar de eigenaar van het pand
b. Wie is er eigenaar + aan wie komt die som geld dan toe? Jan is eigenaar van het geld,
omdat hij al eigenaar is van het pand (want hij is al eigenaar en heeft het gevonden)
➔als je dit niet volgt dan volg je de procedure niet dan kan je geen eigenaar worden
, OPDRACHT H4
1)
2) door bestemming en door aard
3) * neen, Er is geen sprake van dienstbaarheid bij de exploitatie van het onroerend goed, noch van
een op duurzame en zichtbare wijze verbondenheid aan het onroerend goed, zodat de brandkast niet
kan worden beschouwd als een roerend goed dat door bestemming onroerend is geworden.
* ja, Elektrische huishoudtoestellen op maat ingebouwd in een keuken en toestellen aangesloten door
aparte leidingen op de waterleiding van een woning, zijn onroerend door bestemming. De
onroerendmaking van een goed vereist niet dat het losmaken van het goed van het gebouw, een
zware schade zou veroorzaken.
*ja, Uit de feitelijke gegevens blijkt dat de eigenaars van een huis gasradiatoren plaatsten in dat huis
voor de exploitatie ervan. Het pand werd nl. ingericht om er gemeubelde studentenkamers te
verhuren en de voorwerpen die de eigenaars aldus in de woning plaatsen, zijn niet alleen nuttig voor
de dienst en de uitbating van het pand, maar zijn in de huidige samenleving strikt noodzakelijk. De
gasradiatoren zijn dan ook onroerend door bestemming, ongeacht het al dan niet aanwezig zijn van
een 'incorporatie'.