Verlichting en elektriciteit
Lichttechnische grootheden
: lichtstroom in lumen, de hoeveelheid licht van een bron
I: lichtsterkte in candela, licht in een specifieke richting
E: verlichtingssterkte in lux, licht dat op een oppervlak valt
L: luminantie in candela/m², helderheid zoals de mens het ziet
CCT: correlated color temperature (kleurtemperatuur), dit geeft aan hoe warm of koel
licht eruitziet gemeten in Kelvin.
CRI: color rendering index (kleurweergave-index), dit geeft aan hoe natuurlijk kleuren
worden weergegeven onder een bepaalde lichtbron vergeleken met natuurlijk licht.
Planningsproces
Een goede lichtplanning begint met een inschatting van de duur van elke fase in het
ontwerpproces en met een heldere afbakening van welke werken wel en niet tot een fase
behoren. Het ontwerpproces zelf beschrijft de afzonderlijke werkstappen binnen het
lichtontwerp en laat zien hoe het ontwerp door opeenvolgende fases loopt. Omdat
ontwerp en planning nauw met elkaar verbonden zijn moeten uitkomsten van de analyse
direct worden vertaald naar concrete ontwerpkeuzes. In de praktijk is een dynamische
aanpak soms noodzakelijk om fases bij te sturen of verantwoord af te sluiten.
Onderhoudsschema’s zorgen ervoor dat de oorspronkelijke lichtkwaliteit ook op lange
termijn behouden blijft.
Stappen projectanalyse
Projectanalyse: dit is het eerste bezoek aan de site, alle bestaande situaties worden
geanalyseerd, fotomateriaal word verzameld en alle relevante elementen worden
gedocumenteerd. Op basis hiervan ontstaat er een programma van eisen waarin alle
noodzakelijke kijktaken, oriëntatielijnen en gebruikseisen worden gedefinieerd. Hierbij
word er rekening gehouden met frequentie en de belangrijkheid van taken, contrast,
ruimtelijke indeling, mogelijke verblinding en de psychologische behoeften van
gebruikers zoals oriëntatie, comfort en sfeer. Ook architectonische aspecten spelen een
belangrijke rol.
Lichtconcept: dit is de eerste algemene visie van het gewenste lichtbeeld. Het concept
bevat nog geen exacte armatuurkeuzes maar beschrijft de eigenschappen die de
verlichting moet hebben. Het toont wat er mogelijk is binnen de context van de site, de
wensen van de klant en de technische voorwaarden. Een overtuigend eerste concept is
essentieel om af te toetsen of de ontwerper en de klant op één lijn zitten. Het
lichtconcept moet afgestemd zijn op andere installaties en op de investerings- en
gebruikskosten.
,Verlichting en elektriciteit
Lichtontwerp: de klant is akkoord met je ontwerp. In deze fase worden alle keuzes
geconcretiseerd, je maakt een selectie van de armaturen, de lichtkleur, kleurweergave,
opstelling, installatiewijze en het type verlichtingsinstallatie. Ook worden
lichtberekeningen uitgevoerd om de gewenste verlichtingssterkten en effecten te
garanderen. Het is een cyclisch proces waarbij elke ontwerpstap opnieuw word
afgetoetst aan de eisen uit de projectanalyse en het lichtconcept.
Installatie: dit word meestal uitgevoerd door externe installateurs. Armaturen worden
gemonteerd volgends de technische instructies van de fabrikant (via inbouw, opbouw,
ophangsystemen, additieve montage op rails of draagstructuren). De ontwerper heeft
hier meestal een toezichthoudende of controlerende rol.
Onderhoud: led-installaties vereisen weinig interventies maar wel een regelmatige
reiniging van de lenzen, afdekking en reflectoren. Dit is essentieel om de lichtkwaliteit
en het rendement te behouden. De vervanging van led-modules hangt af van het aantal
branduren. Voor langdurige installaties is het belangrijk om te weten of onderdelen
vervangbaar zijn, door wie en op welke locatie. De lichtplanner stelt daarom een
specifiek onderhoudsplan op met duidelijke richtlijnen wat gebruikers zelf kunnen doen
en wanneer een gespecialiseerde technieker nodig is.
Planningspraktijk
Dit is de fase waarin het ontwerp naar de praktijk word vertaald. In deze uitvoeringsfase
worden definitieve beslissingen genomen over de armaturen, hun opstelling en
installatie. Hierbij bepaal je of je vertrekt vanuit een kwalitatief of een kwantitatief
lichtontwerp, het beste is om een goed evenwicht tussen de twee te gebruiken.
Kwalitatief
Dit is in musea van zeer groot belang, je moet hier scenes kunnen creëren en op gevoel
inspelen. Je moet de mensen een gevoel geven door de toepassingen van licht die jij
voorstelt en “eilandjes” creëren. Elk eilandje kan een andere sfeer of gevoel hebben
maar ze moeten met elkaar in verbinding staan. Kwaliteit verwijst niet naar een waarde
maar naar een kwalitatieve ervaring. Het is enorm subjectief, hierin mag je niet
verzanden in subjectiviteit maar moet je meer kunnen zeggen dan dat het licht warm en
gezellig aanvoelt. Het lichtontwerp die je hierin gebruikt gaat uit van een sfeer (wat wil je
dat het lichtontwerp die je gebruikt teweer brengt bij je publiek?). licht word niet enkel
gebruikt om te kunnen zien maar het word een onderdeel van de ruimte en mag geen
eigen iets zijn. Het word gebruikt om alle onderdelen van de ruimte die de ruimte maken
te laten zien en toont contrast, kleur en schaduw. Je moet de verlichting op objecten
bewust doen (bv. Als je licht op een kast werpt kan de schaduw op een zetel
terechtkomen, dit wil je niet dus moet je bewust omgaan met wat en hoe je iets verlicht).
Het kan de materie van een materiaal laten zien en de aanwezigheid van de armatuur
hoeft niet altijd verstopt te worden. Het is een kwalitatieve keuze om een ander gevoel
op die plek te creëren.
, Verlichting en elektriciteit
Kwantitatief
Dit is extreem belangrijk bij veel gevallen en word vooral gebruikt op openbare domeinen
(kerken, kantoren, scholen,…) zodat de bezoeker primair kan zien. Er moet voldoende
licht zijn voor de veiligheid (je moet veilig kunnen manoeuvreren doorheen een gebouw)
en je moet ervoor zorgen dat er taken kunnen worden uitgevoerd. Licht is nodig zodat
mensen niet visueel vermoeid raken en het richt zich op meetbare objectieve gegevens
zoals de lichttechnische grootheden.
EN 12464-1
Dit zorgt voor een onderscheid van verschillende verlichtingszones. Het is niet goed om
alle verlichting hetzelfde te hebben, er moeten verschillende soorten licht zijn en
tegelijkertijd in verband staan met elkaar. Als je enkel in donkere zones gaat werken zorgt
dit ervoor dat je erg vermoeid zal zijn. De CRI en CCT zijn belangrijk omdat je wilt dat de
mensen de objecten in een ruimte zien zoals ze zijn. Als je niet met de juiste
kleurtemperatuur werkt worden de werkelijke kleuren veranderd. Je mag niet verblind
raken als je werkt dus moet je ervoor zorgen dat de positionering van de lampen zo staan
dat ze dit niet doen. Rond het taakvlak heb je de directe omgeving, dit is ongeveer 50cm
en hier mag er minder licht zijn.
Contourspot
Dit type spot snijd de lichtstralen af, je kan hiermee een ronde lichtbundel een vierkant
maken. Je gebruikt dit vaak bij schilderijen in museums omdat er meestal een bordje
met informatie naast het schilderij hangt en je wilt dat dit gezien word.
Armaturenselectie
Bij de selectie van led-armaturen worden lichtkleur, lichtstroom en elektrisch vermogen
vastgelegd. In veel armaturen kan de lichtverdeling eenvoudig worden aangepast met
vervangbare lenzen en sommige schrijnwerpers bieden de mogelijkheid om de
lichtsterkte via een potentiemeter te regelen. Deze aspecten vormen de belangrijkste
criteria bij de keuze van armaturen.
Algemene verlichting
Dit is de eerste laag van verlichting het zorgt voor
veiligheid, zichtbaarheid en een vlotte oriëntatie. Het
licht is zeer gelijkmatig, neutraal en functioneel gericht
op de ruimte als een geheel en niet op individuele
objecten. Dit word meestal gerealiseerd met
downlights, inbouwspots of lichtstructuren en kan zowel direct als indirect zijn.
Lichttechnische grootheden
: lichtstroom in lumen, de hoeveelheid licht van een bron
I: lichtsterkte in candela, licht in een specifieke richting
E: verlichtingssterkte in lux, licht dat op een oppervlak valt
L: luminantie in candela/m², helderheid zoals de mens het ziet
CCT: correlated color temperature (kleurtemperatuur), dit geeft aan hoe warm of koel
licht eruitziet gemeten in Kelvin.
CRI: color rendering index (kleurweergave-index), dit geeft aan hoe natuurlijk kleuren
worden weergegeven onder een bepaalde lichtbron vergeleken met natuurlijk licht.
Planningsproces
Een goede lichtplanning begint met een inschatting van de duur van elke fase in het
ontwerpproces en met een heldere afbakening van welke werken wel en niet tot een fase
behoren. Het ontwerpproces zelf beschrijft de afzonderlijke werkstappen binnen het
lichtontwerp en laat zien hoe het ontwerp door opeenvolgende fases loopt. Omdat
ontwerp en planning nauw met elkaar verbonden zijn moeten uitkomsten van de analyse
direct worden vertaald naar concrete ontwerpkeuzes. In de praktijk is een dynamische
aanpak soms noodzakelijk om fases bij te sturen of verantwoord af te sluiten.
Onderhoudsschema’s zorgen ervoor dat de oorspronkelijke lichtkwaliteit ook op lange
termijn behouden blijft.
Stappen projectanalyse
Projectanalyse: dit is het eerste bezoek aan de site, alle bestaande situaties worden
geanalyseerd, fotomateriaal word verzameld en alle relevante elementen worden
gedocumenteerd. Op basis hiervan ontstaat er een programma van eisen waarin alle
noodzakelijke kijktaken, oriëntatielijnen en gebruikseisen worden gedefinieerd. Hierbij
word er rekening gehouden met frequentie en de belangrijkheid van taken, contrast,
ruimtelijke indeling, mogelijke verblinding en de psychologische behoeften van
gebruikers zoals oriëntatie, comfort en sfeer. Ook architectonische aspecten spelen een
belangrijke rol.
Lichtconcept: dit is de eerste algemene visie van het gewenste lichtbeeld. Het concept
bevat nog geen exacte armatuurkeuzes maar beschrijft de eigenschappen die de
verlichting moet hebben. Het toont wat er mogelijk is binnen de context van de site, de
wensen van de klant en de technische voorwaarden. Een overtuigend eerste concept is
essentieel om af te toetsen of de ontwerper en de klant op één lijn zitten. Het
lichtconcept moet afgestemd zijn op andere installaties en op de investerings- en
gebruikskosten.
,Verlichting en elektriciteit
Lichtontwerp: de klant is akkoord met je ontwerp. In deze fase worden alle keuzes
geconcretiseerd, je maakt een selectie van de armaturen, de lichtkleur, kleurweergave,
opstelling, installatiewijze en het type verlichtingsinstallatie. Ook worden
lichtberekeningen uitgevoerd om de gewenste verlichtingssterkten en effecten te
garanderen. Het is een cyclisch proces waarbij elke ontwerpstap opnieuw word
afgetoetst aan de eisen uit de projectanalyse en het lichtconcept.
Installatie: dit word meestal uitgevoerd door externe installateurs. Armaturen worden
gemonteerd volgends de technische instructies van de fabrikant (via inbouw, opbouw,
ophangsystemen, additieve montage op rails of draagstructuren). De ontwerper heeft
hier meestal een toezichthoudende of controlerende rol.
Onderhoud: led-installaties vereisen weinig interventies maar wel een regelmatige
reiniging van de lenzen, afdekking en reflectoren. Dit is essentieel om de lichtkwaliteit
en het rendement te behouden. De vervanging van led-modules hangt af van het aantal
branduren. Voor langdurige installaties is het belangrijk om te weten of onderdelen
vervangbaar zijn, door wie en op welke locatie. De lichtplanner stelt daarom een
specifiek onderhoudsplan op met duidelijke richtlijnen wat gebruikers zelf kunnen doen
en wanneer een gespecialiseerde technieker nodig is.
Planningspraktijk
Dit is de fase waarin het ontwerp naar de praktijk word vertaald. In deze uitvoeringsfase
worden definitieve beslissingen genomen over de armaturen, hun opstelling en
installatie. Hierbij bepaal je of je vertrekt vanuit een kwalitatief of een kwantitatief
lichtontwerp, het beste is om een goed evenwicht tussen de twee te gebruiken.
Kwalitatief
Dit is in musea van zeer groot belang, je moet hier scenes kunnen creëren en op gevoel
inspelen. Je moet de mensen een gevoel geven door de toepassingen van licht die jij
voorstelt en “eilandjes” creëren. Elk eilandje kan een andere sfeer of gevoel hebben
maar ze moeten met elkaar in verbinding staan. Kwaliteit verwijst niet naar een waarde
maar naar een kwalitatieve ervaring. Het is enorm subjectief, hierin mag je niet
verzanden in subjectiviteit maar moet je meer kunnen zeggen dan dat het licht warm en
gezellig aanvoelt. Het lichtontwerp die je hierin gebruikt gaat uit van een sfeer (wat wil je
dat het lichtontwerp die je gebruikt teweer brengt bij je publiek?). licht word niet enkel
gebruikt om te kunnen zien maar het word een onderdeel van de ruimte en mag geen
eigen iets zijn. Het word gebruikt om alle onderdelen van de ruimte die de ruimte maken
te laten zien en toont contrast, kleur en schaduw. Je moet de verlichting op objecten
bewust doen (bv. Als je licht op een kast werpt kan de schaduw op een zetel
terechtkomen, dit wil je niet dus moet je bewust omgaan met wat en hoe je iets verlicht).
Het kan de materie van een materiaal laten zien en de aanwezigheid van de armatuur
hoeft niet altijd verstopt te worden. Het is een kwalitatieve keuze om een ander gevoel
op die plek te creëren.
, Verlichting en elektriciteit
Kwantitatief
Dit is extreem belangrijk bij veel gevallen en word vooral gebruikt op openbare domeinen
(kerken, kantoren, scholen,…) zodat de bezoeker primair kan zien. Er moet voldoende
licht zijn voor de veiligheid (je moet veilig kunnen manoeuvreren doorheen een gebouw)
en je moet ervoor zorgen dat er taken kunnen worden uitgevoerd. Licht is nodig zodat
mensen niet visueel vermoeid raken en het richt zich op meetbare objectieve gegevens
zoals de lichttechnische grootheden.
EN 12464-1
Dit zorgt voor een onderscheid van verschillende verlichtingszones. Het is niet goed om
alle verlichting hetzelfde te hebben, er moeten verschillende soorten licht zijn en
tegelijkertijd in verband staan met elkaar. Als je enkel in donkere zones gaat werken zorgt
dit ervoor dat je erg vermoeid zal zijn. De CRI en CCT zijn belangrijk omdat je wilt dat de
mensen de objecten in een ruimte zien zoals ze zijn. Als je niet met de juiste
kleurtemperatuur werkt worden de werkelijke kleuren veranderd. Je mag niet verblind
raken als je werkt dus moet je ervoor zorgen dat de positionering van de lampen zo staan
dat ze dit niet doen. Rond het taakvlak heb je de directe omgeving, dit is ongeveer 50cm
en hier mag er minder licht zijn.
Contourspot
Dit type spot snijd de lichtstralen af, je kan hiermee een ronde lichtbundel een vierkant
maken. Je gebruikt dit vaak bij schilderijen in museums omdat er meestal een bordje
met informatie naast het schilderij hangt en je wilt dat dit gezien word.
Armaturenselectie
Bij de selectie van led-armaturen worden lichtkleur, lichtstroom en elektrisch vermogen
vastgelegd. In veel armaturen kan de lichtverdeling eenvoudig worden aangepast met
vervangbare lenzen en sommige schrijnwerpers bieden de mogelijkheid om de
lichtsterkte via een potentiemeter te regelen. Deze aspecten vormen de belangrijkste
criteria bij de keuze van armaturen.
Algemene verlichting
Dit is de eerste laag van verlichting het zorgt voor
veiligheid, zichtbaarheid en een vlotte oriëntatie. Het
licht is zeer gelijkmatig, neutraal en functioneel gericht
op de ruimte als een geheel en niet op individuele
objecten. Dit word meestal gerealiseerd met
downlights, inbouwspots of lichtstructuren en kan zowel direct als indirect zijn.