beeldvorming
1) DEMENTIE
Wat is dementie? – syndroom en prevalentie
Dementie is geen afzonderlijke ziekte, maar een syndroom → verzamelnaam voor groep stoornissen
waarbij cognitieve en/of gedragsmatige symptomen optreden. Deze symptomen zorgen voor een
duidelijke achteruitgang in het dagelijks functioneren en de zelfstandigheid vd persoon.
Classificatie v dementie (McKahn, 2011)
Er is sprake v dementie wanneer cognitieve / gedragsmatige symptomen:
1. interfereren met het dagelijks functioneren
2. duidelijk afgenomen zijn tov het vroegere functioneren
3. niet verklaard worden door een depressie of delier
4. vastgesteld via anamnese, hetero-anamnese en objectieve cogn. testing ( neuropsychologisch OZ)
5. beperkingen tonen in minstens 2 cognitieve domeinen:
o het vermogen om nieuwe info op te slaan en onthouden
o redeneren en uitvoeren v moeilijke taken
o inschattingsvermogen
o visuospatiële functies
o taalfuncties
o persoonlijkheid en gedrag
Syndromen en classificatie bij cognitieve problemen
Bij sommige personen zijn er wel cognitieve klachten, maar worden geen objectieve cognitieve
stoornissen vastgesteld. Er is dan geen diagnose v dementie → enkel subjectieve klachten.
Mild Cognitive Impairment (MCI):
→ MCI = lichte cognitieve stoornissen zonder dementie. De patiënt voldoet dus nog niet aan de
criteria v dementie. Er is:
• bewijs v cogn. achteruitgang in 1/ meer
cogn. domeinen
• behoud v algemene dagelijkse
levensverrichtingen.
➔ De persoon blijft meestal zelfstandig
functioneren, al kunnen complexe taken zoals
administratie, planning en organiseren
moeilijker worden.
(In de preklinische fase zijn er al
hersenveranderingen aanwezig zonder
duidelijke symptomen. (afbeelding)).
Subtypes van MCI (Albert, 2011)
• MCI waarschijnlijk Alzheimer • MCI waarschijnlijk geen Alzheimer
• MCI mogelijk Alzheimer • MCI waarschijnlijk vasculair
96
, Bij dementie zijn de cognitieve problemen ernstig genoeg om het dagelijks functioneren te verstoren
en verlies v zelfstandigheid te veroorzaken.
Onderliggende ziektebeelden
Dementie = syndroom waarvoor men vervolgens de onderliggende ziekte probeert vast te stellen:
De meest voorkomende vorm v dementie is Alzheimerdementie.
• Alzheimer: 60%;
• vasculair: 17%;
• Lewy-body: 4%;
• Frontotemporaal: 2%;
• Parkinsondementie: 2%;
• Overige vormen: 15%.
Bij ong. 1/10 personen komt een
combi v meerdere vormen voor:
- Alzheimer + vasculaire dementie
- Alzheimer + Lewy-body
dementie
-…
= een mengbeelddementie.
Prevalentie van dementie
Wereldwijd:
In 2019 leefden wereldwijd ongeveer 57 mln. mensen met dementie. Tegen 2050 verwacht men een
stijging tot ong. 153 mln. mensen. ➔ verdrievoudiging vh aantal personen met dementie.
België:
Ook in België stijgt het aantal personen met dementie sterk:
Ong. 216.658 personen in 2025
Ong. 406.046 personen in 2070
Dit betekent bijna een verdubbeling.
Leeftijd en geslacht
→ de prevalentie stijgt sterk met de leeftijd, vooral vanaf 75 jaar. Daarnaast komt dementie vaker
voor bij vrouwen (74% vrouwen en 26% mannen).
Volgens de WHO (2024) is dementie de op één na belangrijkste doodsoorzaak in Europa en de 7de
belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd.
Types dementie – ziektebeeld en pathogenese
1) Ziekte van Alzheimer
De ziekte v Alzheimer is de meest voorkomende vorm v dementie en is een neurodegeneratieve
aandoening.
→ Bij neurodegeneratie sterven zenuwcellen geleidelijk af, waardoor de hersenen krimpen (atrofie)
en cognitieve functies achteruitgaan. De hersenholtes worden groter door verlies v hersencellen.
97
,Eén vd eerste aangetaste gebieden is de hippocampus (geheugen, opslaan v nieuwe info, leren,…). Omdat
Alzheimer vaak in de hippocampus begint, ontstaan de eerste symptomen meestal als:
• vergeetachtigheid
• problemen met recente herinneringen
• moeite om nieuwe informatie te onthouden
Pathogenese van Alzheimer
1. samenklontering v amyloïde-eiwit
2. Tau-eiwitkluwen
3. ontregeling v gliacellen
4. verstoring vd bloed-hersenbarrière.
➔ Processen versterken elkaar en leiden uiteindelijk tot celdood, hersenatrofie en cogn. achteruitgang.
1. Samenklontering van eiwit amyloïde
→ bij Alzheimer ontstaan abnormale ophopingen
vh eiwit amyloïde tussen de zenuwcellen in de
hersenen. Deze ophopingen vormen zogenaamde
amyloïde plaques. (rechterneuron op afb ➔ )
De plaques:
- verstoren de communicatie tussen hersencellen
- veroorzaken beschadiging v zenuwcellen
Ophopingen ontstaan vaak eerst in de
hippocampus.
Amyloïde plaques kunnen opgespoord worden via
amyloïde PET-scans.
2. Tau-eiwitkluwens
Tau-eiwitten helpen normaal bij het stabiliseren v microtubuli en axonaal transport in zenuwcellen.
→ Dit transport zorgt voor aanvoer v materialen naar het zenuwuiteinde en transport v voedingsstoffen
en eiwitten binnen de cel. Tau houdt de “sporen” v dit transportsysteem stabiel.
➔ Bij Alzheimer verandert de vorm vh tau-eiwit. Hierdoor:
1. laten tau-eiwitten de microtubuli los
2. ontstaan kluwens v tau-eiwitten → eiwit = anders gevouwen
3. raken transportsystemen beschadigd
98
, Deze kluwens noemt men: neurofibrillaire tangels.
Tau-kluwens:
• verstoren het transport v voedingsstoffen binnen de zenuwcel
• verstoren de werking vd cel
• leiden uiteindelijk tot celdood
➔ cognitieve achteruitgang en neurodegeneratie.
3. Gliacellen en afweersysteem
Twee types gliacellen zijn belangrijk bij Alzheimer → microglia en astrocyten.
Microglia functioneren als “soldaten vh brein”. Ze maken deel uit vh afweersysteem en proberen
schadelijke stoffen op te ruimen.
Bij Alzheimer proberen microglia amyloïde plaques op te ruimen → eiwitophopingen “op te eten”.
Maar dit lukt vaak onvoldoende.
➔ OZ toont dat microglia soms te agressief reageren en overijverig worden. Hierdoor kunnen ze
ontstekingsreacties versterken, het ziekteproces versnellen en daardoor extra schade veroorzaken.
“Het brein heeft zijn soldaten niet meer onder controle”.
Astrocyten ondersteunen neuronen, helpen bij de regeling vd bloed-hersenbarrière en bij het opruimen
v afvalstoffen. Ze worden ook wel de “vuilnismannen” genoemd.
Bij Alzheimer proberen astrocyten amyloïde plaques op te ruimen, maar dit kost veel energie
waardoor ze hun andere taken minder goed uitvoeren.
➔ Ze vragen ze hulp aan microglia → ontstekingsreacties worden nog sterker.
Door voortdurende activatie v microglia en astrocyten ontstaan chronische neuro-inflammatoire
reacties. Deze verergeren neurodegeneratie en versnellen het ziekteproces.
99