EU:
- Bindingen
o Verordening: copypaste + directe werking
Directe werking= lidstaten moeten deze direct (2j) overnemen & implementeren => boete als
je als land dit te laat of niet doet
o Richtlijn: alles wat er moet zijn maar het mag vrijer
o Besluit: richtlijn maar niet voor iedereen
- Raadplegingen
o Aanbeveling “belangrijk”
o Advies: “interessant” zwakker
?
- Privaat
- Gemengd
- Publiek: overheid
?
- 1e aanleg
- Beroep
- Cassatie (tot 3 keer cassatie-beroep)
- Justitie
- EHRM
Praktijken
- Marktpraktijken: tussen ondernemingen
- Handelspraktijken: tussen onderneming en consument
Overeenkomsten
- WG – WN: arbeidsovereenkomst: band van ondergeschiktheid “ik moet”
- Zelfstandige – opdrachtgever: aannemingsovereenkomst: eigen agenda en baas
- Ambtenaar – staat/ overheid: statuten: voor overheid
- Sui generis (van eigen soort): ambtenaar & zelfstandig: notaris, parlementsleden, koning,
gerechtsdeurwaarder
Soorten sancties:
- Strafrechtelijke (bestraffing, overheid houdt zich hier mee bezig)
- Burgerrechtelijke (schadevergoeding, firma komt bij jou en zegt hoeveel schade ze heeft,
schadevergoeding is een rechtzetting, geen straf)
Begrippen recht
- Misleidend = gaat in tegen ethiek
1
Recht
,- Omissie = een vergetelheid, iets dat je hebt weggelaten
- Implementeren = in de wet brengen
- Prejudiciële vraag = een vraag aan Europa als met wet of regel niet duidelijk is
- Democratie = als niet bij wet verboden, mag het
- Prijsversluiering: prijs vaag maken, onduidelijk
- Onrechtmatig = tegen de wet
- Statuten = wettelijk vastgelegde bepalingen en grondregels die ten grondslag liggen aan een organisatie
- Sui generis = aparte
Inleiding
- Rechtsregels inzake reclame en andere vormen verkooppromoties WER
o 20 boeken
Definities: boek I
Reclame en verkooppromoties: boek VI “Marktpraktijken en consumentenbescherming”
Hoofdstuk 1: Correcte informatie & misleidende reclame
1. Wat is reclame
- Handelspraktijk = marktpraktijk (Artikel I 8 23°)
o Omissie = een vergetelheid, iets dat je hebt weggelaten
o Iets zeggen kan fout zijn maar iets niet zeggen kan ook fout zijn
o Stilzitten = niet handelen/ niks doen
- Reclame bijzondere handelspraktijk (Artikel I 8 13°)
o Producten = goederen en diensten (Artikel I 1 4°)
- Reclame hoeft niet altijd een grote groep personen te bereiken
- Reclame hoeft niet altijd direct zichtbaar te zijn
o Gebruik van metatags voor een website = reclame
o Interview in de pers
Reclame is ook namen noemen in een interview of gesprek
2. Moet een reclameboodschap altijd 100% correct zijn en zo niet, waar ligt de grens?
- Als het correct is, is er geen probleem, maar mag niet misleidend zijn (Artikel VI 97)
2
Recht
, o Gaat gepaard met onjuiste informatie & onwaarheden
o Door misleiding bedriegen ze de gemiddelde consument (alle consumenten) (=bonus pater familias)
o Dergelijke reclame is oneerlijke handelspartij verboden (Artikel VI 95)
- Beperkingen:
o Reclame mag overdrijven: “gangbare legitieme reclame praktijken waarbij overdreven uitspraken
worden gedaan die je niet letterlijk moet nemen” (Artikel VI 93)
- Slechts sprake van misleidende reclame wanneer de gemiddelde consumenten ertoe brengt een
besluit te nemen over een aankoop die hij anders niet had genomen (Artikel VI 97 + I 8 28°)
3. Mag een onderneming bepaalde informatie weglaten uit haar reclame?
- Essentiële info moet erin
- Weglaten van informatie is niet toegelaten als de consument daardoor misleid wordt
o “Misleidende omissie” (Artikel VI 99§1)
Essentiële informatie die de consument nodig heeft weglaten
o “Misleiding door omissie” (Artikel VI 99§2)
Essentiele informatie geven op een onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze
- Bepaalde media: beperkingen o.b.v tijd & ruimte => begrijpt de wetgever (Artikel VI 99§3)
4. Een onderneming mag toch overdrijven in reclame en zichzelf voorstellen als de beste,
de slimste en de mooiste?
- Overdreven uitspraken of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen geen misleiding
(Artikel VI 93)
o = Superlatief/ hyperbolische reclame
- Als ze een wetenschappelijke studie gebruiken, moet het kloppen
5. Wat is greenwashing
- = Producten & diensten zo milieuvriendelijk voor te stellen
o Goed imago => meer verkopen
- De adverteerder moet kunnen bewijzen dat zijn milieuclaim correct is, op grond van een certificaat, een
overheidsbeslissing of een erkende norm, zoals de ISO-norm
- Milieuvriendelijke eigenschappen moeten relevant zijn & bestaan
- Veel verkeerde informatie Greenwashing richtlijn: verbiedt onjuist of onbewezen milieuclaims
o Handelspraktijken van ondernemingen over zogenaamde milieuvriendelijke eigenschappen
o Alle informatie die de indruk geeft dat een goed/ dienst goed is voor het milieu/ minder schade
toebrengt & deze informatie klopt niet
Beweringen, symbolen, logo’s, afbeeldingen, merknamen, op verpakkingen, etiketten, reclame
in alle media
o Verbiedt milieuclaims over toekomstige milieuprestaties zonder duidelijke, objectieve, openbaar
toegankelijke, verifieerbare criteria (criteria moet geverifieerd worden door afhankelijke, externe
deskundige)
o Breidt handelspraktijken uit die misleidend zouden zijn:
Weergeven van een duurzaamheidskeurmerk dat niet op een certificeringsregeling is
gebaseerd/ die niet door overheidsinstanties is ingesteld
3
Recht
, Maken van een generieke milieuclaim zonder dat de handelaar de milieuprestaties kan
aantonen
Maken van een generieke milieuclaim over een heel product/ bedrijfsactiviteiten terwijl het
gaat over een bepaald deel van een product / een bedrijfsactiviteit
Beweren dat een product door de compensatie van broeikasgasemissies een neutraal,
verminderend of positief effect heeft wat broeikasgasemissies betreft
- FOD: Greenwashing-claims zijn verboden
o “niet vervuilend” “ecologisch” “natuurvriendelijk” “goed voor de planeet” “duurzaam” “beschermd
het milieu” …
o Gebruik van een symbool of kleur dat ernaar verwijst terwijl het product minimaal / geen positief
effect heeft = verboden
o Gebruik van een zelfverklaard milieulabel of -logo = verboden
o Claim moeten kunnen staven met passend en relevant wetenschappelijk bewijs
o Bewijslast valt op eisende partij (niet de adverteerder) => zal veranderen door greenwashing-
richtlijn
6. Welke consument of klant moet men als richtsnoer nemen om mogelijke misleiding te
bepalen: de zwakke of de gemiddelde?
- Gemiddelde consument als richtsnoer (EU) (Artikel VI 97)
o Consument (Artikel I 1-2°) is alleen een fysieke persoon, rechtspersonen zoals NV’s BV’s, VZW’s,
coöperatieven,… kunnen geen bescherming krijgen als consument
o Gemiddelde consument = redelijk geïnformeerd, omzichtige, oplettende
Rekening houden met maatschappelijke, culturele en taalkundige factoren
Voorkomen dat er wordt geprofiteerd van consumenten die bijzonder vatbaar zijn voor
oneerlijke handelspraktijken
o In concrete geschillen nog steeds rekening houden met de zwaktes van een bepaalde groep
consumenten => de gemiddelde domme consument
- België: minst alerte consument
- Als een verkoper zich tot een bepaalde groep richt rekening houden met hun zwaktes
o (Artikel VI 93) moet rekening gehouden worden met een duidelijk herkenbare groep consumenten
o Door een mentale / lichamelijke handicap hun leeftijd of goedgelovigheid vatbaar zijn voor die
handelspraktijk / onderliggende producten
- B2B reclame mag ook niet misleiden (Artikel VI 105)
o Maatstaf: gemiddelde ondernemer naar wie het gericht is
o Minder snel misleid dan gemiddelde consument
4
Recht