Brandverzekeringen
Inleiding
De brandverzekering is bij het publiek steeds een vd meest populaire verzekeringen
geweest. De brand van London in 1666 gaf aanleiding tot de oprichting van
brandverzekeringsmaatschappijen in Engeland. De oprichting vd Belgische
verzekeringsondernemingen gebeurde begin 19de eeuw. De eerste wet op de
verzekeringen dateert dan ook uit 1874.
De algemene voorwaarden vd brandverzekeringspolissen weken vaak af vd wettelijke
bepalingen. Begin jaren ‘70 kwamen de eerste blokpolissen of globale polissen op de
markt. Elke maatschappij had haar eigen polisvoorwaarden en waarborgcombinaties. Een
eerste harmonisatie komt er met het KB van 1 fabruari 1988. Dit verplichtte een aantal
minimumwaarborgen en verzekeringsmodaliteiten. Dit KB werd opgevolgd door het KB
van 24 dec 1992 betreffende de verzekering tegen brand en adnere gevaren wat de
eenvoudige risico’s betreft. Het KB trad in werking op 1 jan 1993 en men verwijst er
algemmeen naar als “KB uitvoer”.
De brandverzekering wordt vandaag de dag beheerst door de wet van 4 april 2014
betreffende de verzekeringen. Deze wet is een verzameling van verschillende bestaande
wetteksten ivm verzekernigen. Sedert 2014 zijn een aantal nieuwe regelingen ingevoerd:
- Op regionaal niveau werd in Vlaanderen en Wallonië een
aansprakelijkheidsverzekering voor de huurder en verhuurder voor brand- en
waterschade verplicht ihkv de huur voor hoofdverblijfsplaatsen. In november 2014
werd dit ook in Brussel verplicht.
o Vlaams woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade
voor huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
o Waals woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade
voor huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
- Op federaal niveau heeft het nieuwe BW een verplichting ingevoerd voor de
vruchtgebruiker om een brandverzekering af te sluiten die de
aansprakelijkheid tov de blote eigenaar verzekert.
Er is dus nog steeds GEEN algemeen wettelijke verplichting om een
brandverzekering af te sluiten. Het wordt soms wel contractueel verplicht door de
kredietverschaffer bij afbetaling van een hypothecaire lening.
De wetten Peeters 1 voerde een verplichte verzekering in voor woningbouw bij werken die
raken aan de stabiliteit, soliditeit en waterdichtheid. De verzekeringsplicht geldt voor
architecten, stabilteitsingenieurs en aannemers die werken uitvoeren mbt de ruwbouw,
wind- en waterdichtheid. Zij moeten hun aansprakelijkheid meteen voor 10 jaar
verzekeren. Een jaar later kwam wet Peeters 2. Nu moeten alle dienstverleners id
bouwsector hun burgerlijke beroepsaansprakelijkheid verplicht verzekeren: voor
alle onroerende werken, maar niet voor hun 10jarige aansprakelijkheid. De
verzekeringsplicht geldt voor architecten, interieur-, landschaps-, EPB-adviseurs,
veiligheidscoördinatoren, landmeters, ingenieurs, … maar niet voor aannemers!
Deze cursus betreft brandverzekeringen voor particulieren! De cursus
bedrijfsverzekeringen behandelt deze voor bedrijven.
, De wettelijke basis
Federale en regionale wetgeving
- Nieuw burgerlijk wetboek: verplichte verzekering brand voor de
vruchtgebruiker
- Vlaams woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade voor
huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
- Waals woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade voor
huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
Geen algemene verplichte verzekering, wel soms verplichte waarborgen wanneer een
brandverzekering afgesloten wordt.
Soms is een brandverzekering contractueel verplicht door de kredietverschaffer bij
afbetaling van een hypothecaire lening.
Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
Deze wet voegt verschillende vroegere wetten samen tot 1 geheel. Deel 4 ervan regelt de
algemene bepalingen die van toepassing zijn op de landverzekeringen id artikelen 54 tem
224.
De brandverzekering is een schadeverzekering. Deze categorie kan nog drie keer
onderverdeeld worden. Alle drie zijn het verzekeringen tot vergoeding van schade.
1. De brandverzekering als zaakverzekering
De vz-nemer is eigenaar of mede-eigenaar (VME).
Voor eigenaars van een gebouw, inhoud, voertuigen in rust, etc is de brandverzekering
een zaakverzekering. De brandverzekering dekt verzekerde goederen tegen schade
veroorzaakt door: brand, blikseminslag, ontploffing, implosie, neerstorten van of getroffen
worden door luchtvaartuigen of voorwerpen die ervan af- of uitvallen en door het
getroffen worden door enig voertuig of dieren. Partijen kunnen anders overeenkomen.
2. De brandverzekering als aansprakelijkheidsverzekering
Aansprakelijkheid als huurder gebruiker of bewoner.
- Vermoeden van fout bij de huurder art. 1733 BW, tenzij fout van derde, verhuurder
of overmacht aangetoond is.
Aansprakelijkheid als verhuurder (art. 1721 BW)
,Buitencontractuele ah: de vz-nemer is obv 1382 BW en verder aansprakelijk tegenover
derden (verhaal van derden). Ook burenhinder!
Eigenaars van een gebouw, inhoud, voertuig in rust etc kunnen eveneens aansprakelijk
zijn tov derden voor schade veroorzaakt door het verzekerde voorwerp. De
brandverzekeraar vergoedt de schade voortkomend uit lichamelijke letsels niet, tenzij
anders bedongen. Een particuliere verhuurder kan hiervoor eventueel beroep doen op de
polis BA privéleven. Een onderneming op de polis BA uitbating. De contractuele ah tov
eigenaar door de huurder, bewoner of gebruiker wordt geregeld in art. 1302 BW.
Wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 “goederen” van het BW
Art. 3.151 BW legt een verzekeringsplicht op aan de vruchtgebruiker. Deze is
verplicht om het goed in volle eigendom te verzekeren voor de gebruikelijke risico’s en
hiervoor premies te betalen. In ieder geval is de vruchtgebruiker van een onroerend goed
verplicht om tegen brand te verzekeren. De vruchtgebruiker moet het bewijs leveren vd
verzekeringspolis aan de blote eigenaar, op diens eerste verzoek.
Regionale decreten tot invoering van verplichte verzekeringen voor huurder en
verhuurder
Het decreet betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen van 9 november
2018 verplicht de huurder en verhuurder van een hoofdverblijfplaats om de
aansprakelijkheid voor brand en waterschade te verzekeren. Ook in Wallonië en Brussel
bestaat een gelijkaardige verplichting.
KB tot uitvoering van de wet van 24 december 1992
Het uitvoeringsbesluit bepaalt wat eenvoudige en speciale risico’s zijn. Het onderscheid is
belangrijk omdat de verzekeraar meer verplichtingen worden opgelegd bij een eenvoudig
risico.
Een eenvoudig risico is: elk goed of geheel van goederen waarvan de verzekerde
waarde niet meer bedraagt dan 743.680,57 euro (Abex 37512) – standaardwoning met
gemiddeld brandrisico.
- Verzekerde som: bedrag bepaald in de bijz voorwaarden
- Verzekerde waarde: waarde net voor het schadegeval
, Speciale risico’s: gebouwen met verhoogd brandrisico, bv. historische panden.
Waarborgen zijn hier niet automatisch inbegrepen.
ABEX-index – Associatie Belgische Experten
= index die evolutie volgt van de kosten voor het bouwen ve woning. De VR kan de
verzekerde bedragen indexeren en aanpassen ad huidige abex. Zo kan men de exacte
waarde gaan bepalen op het moment vh schadegeval.
Toepassing vd evenredigheidsregel
Afschaffing van evenredigheid bij onderverzekering:
- Door toepassing van een rooster (plaatsen- of oppervlaktestelsel)
o Voor eigenaar of huurder vh gebouw
o Voor appartementsgebouw via de VME
- Door toepassing van 20x de jaarlijkse huurprijs
o Voor de huurder van een gedeelte vh gebouw
- In een beperkt aantal gevallen (bv. minder dan 10% verschil)
KB brand eenvoudige risico’s tot uitvoering vd wet van 24 december 1992
Het KB betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige
risico’s betreft, legt een aantal verplichtingen op ad verzekeraar. Het KB is vt op vz-OK’en
waarbij eenvoudige risico’s in hoofdzaak verzekerd worden tegen schade veroorzaakt
door een vd hierna genoemde gevaren, of waarbij de burgerrechtelijke ah ervan wordt
gedekt:
1. Brand en aanverwante gevaren, elektriciteit, aanslagen en arbeidsconflicten, storm, hagel, ijs- en
sneeuwdruk, natuurrampen, water, glasbreuk, diefstal onrechtstreekse verliezen of
bedrijfsschade
2. Dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst voor een door een
gebouw veroorzaakte schade wanneer deze samenhangt met de dekkingen onder 1.
3. Met uitzondering van:
a. de verzekeringen alle risico’s betreffende juwelen, kunstwerken, fototoestellen, …
b. technische verzekeringen zoals machinebreuk, alle bouwplaatsrisico’s, …
c. de verzekeringen brand en diefstal, glasbraak of schade in het kader van een
motorrijtuigenpolis
d. de oogstverzekeringen tegen hagel
e. de verzekeringen tegen ziekten en sterfte van dieren
f. de globale bankverzekeringen, de verzekeringen vervoer en opslag van waarden, vervalsing
van cheques en computerfraude
Voor eenvoudige risico’s zijn er dus aantal opgelegde normen:
- Art. 2: de verzekerde personen
- Art. 3: verplichte waarborg ‘aanslag en arbeidsconflicten’
- Art. 4: verplichte waarborg ‘stormschade, hagel, sneeuw- of ijsdruk
Inleiding
De brandverzekering is bij het publiek steeds een vd meest populaire verzekeringen
geweest. De brand van London in 1666 gaf aanleiding tot de oprichting van
brandverzekeringsmaatschappijen in Engeland. De oprichting vd Belgische
verzekeringsondernemingen gebeurde begin 19de eeuw. De eerste wet op de
verzekeringen dateert dan ook uit 1874.
De algemene voorwaarden vd brandverzekeringspolissen weken vaak af vd wettelijke
bepalingen. Begin jaren ‘70 kwamen de eerste blokpolissen of globale polissen op de
markt. Elke maatschappij had haar eigen polisvoorwaarden en waarborgcombinaties. Een
eerste harmonisatie komt er met het KB van 1 fabruari 1988. Dit verplichtte een aantal
minimumwaarborgen en verzekeringsmodaliteiten. Dit KB werd opgevolgd door het KB
van 24 dec 1992 betreffende de verzekering tegen brand en adnere gevaren wat de
eenvoudige risico’s betreft. Het KB trad in werking op 1 jan 1993 en men verwijst er
algemmeen naar als “KB uitvoer”.
De brandverzekering wordt vandaag de dag beheerst door de wet van 4 april 2014
betreffende de verzekeringen. Deze wet is een verzameling van verschillende bestaande
wetteksten ivm verzekernigen. Sedert 2014 zijn een aantal nieuwe regelingen ingevoerd:
- Op regionaal niveau werd in Vlaanderen en Wallonië een
aansprakelijkheidsverzekering voor de huurder en verhuurder voor brand- en
waterschade verplicht ihkv de huur voor hoofdverblijfsplaatsen. In november 2014
werd dit ook in Brussel verplicht.
o Vlaams woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade
voor huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
o Waals woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade
voor huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
- Op federaal niveau heeft het nieuwe BW een verplichting ingevoerd voor de
vruchtgebruiker om een brandverzekering af te sluiten die de
aansprakelijkheid tov de blote eigenaar verzekert.
Er is dus nog steeds GEEN algemeen wettelijke verplichting om een
brandverzekering af te sluiten. Het wordt soms wel contractueel verplicht door de
kredietverschaffer bij afbetaling van een hypothecaire lening.
De wetten Peeters 1 voerde een verplichte verzekering in voor woningbouw bij werken die
raken aan de stabiliteit, soliditeit en waterdichtheid. De verzekeringsplicht geldt voor
architecten, stabilteitsingenieurs en aannemers die werken uitvoeren mbt de ruwbouw,
wind- en waterdichtheid. Zij moeten hun aansprakelijkheid meteen voor 10 jaar
verzekeren. Een jaar later kwam wet Peeters 2. Nu moeten alle dienstverleners id
bouwsector hun burgerlijke beroepsaansprakelijkheid verplicht verzekeren: voor
alle onroerende werken, maar niet voor hun 10jarige aansprakelijkheid. De
verzekeringsplicht geldt voor architecten, interieur-, landschaps-, EPB-adviseurs,
veiligheidscoördinatoren, landmeters, ingenieurs, … maar niet voor aannemers!
Deze cursus betreft brandverzekeringen voor particulieren! De cursus
bedrijfsverzekeringen behandelt deze voor bedrijven.
, De wettelijke basis
Federale en regionale wetgeving
- Nieuw burgerlijk wetboek: verplichte verzekering brand voor de
vruchtgebruiker
- Vlaams woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade voor
huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
- Waals woninghuurdecreet: verplichte verzekering brand en waterschade voor
huurder en verhuurder bij huur hoofdverblijfplaats
Geen algemene verplichte verzekering, wel soms verplichte waarborgen wanneer een
brandverzekering afgesloten wordt.
Soms is een brandverzekering contractueel verplicht door de kredietverschaffer bij
afbetaling van een hypothecaire lening.
Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen
Deze wet voegt verschillende vroegere wetten samen tot 1 geheel. Deel 4 ervan regelt de
algemene bepalingen die van toepassing zijn op de landverzekeringen id artikelen 54 tem
224.
De brandverzekering is een schadeverzekering. Deze categorie kan nog drie keer
onderverdeeld worden. Alle drie zijn het verzekeringen tot vergoeding van schade.
1. De brandverzekering als zaakverzekering
De vz-nemer is eigenaar of mede-eigenaar (VME).
Voor eigenaars van een gebouw, inhoud, voertuigen in rust, etc is de brandverzekering
een zaakverzekering. De brandverzekering dekt verzekerde goederen tegen schade
veroorzaakt door: brand, blikseminslag, ontploffing, implosie, neerstorten van of getroffen
worden door luchtvaartuigen of voorwerpen die ervan af- of uitvallen en door het
getroffen worden door enig voertuig of dieren. Partijen kunnen anders overeenkomen.
2. De brandverzekering als aansprakelijkheidsverzekering
Aansprakelijkheid als huurder gebruiker of bewoner.
- Vermoeden van fout bij de huurder art. 1733 BW, tenzij fout van derde, verhuurder
of overmacht aangetoond is.
Aansprakelijkheid als verhuurder (art. 1721 BW)
,Buitencontractuele ah: de vz-nemer is obv 1382 BW en verder aansprakelijk tegenover
derden (verhaal van derden). Ook burenhinder!
Eigenaars van een gebouw, inhoud, voertuig in rust etc kunnen eveneens aansprakelijk
zijn tov derden voor schade veroorzaakt door het verzekerde voorwerp. De
brandverzekeraar vergoedt de schade voortkomend uit lichamelijke letsels niet, tenzij
anders bedongen. Een particuliere verhuurder kan hiervoor eventueel beroep doen op de
polis BA privéleven. Een onderneming op de polis BA uitbating. De contractuele ah tov
eigenaar door de huurder, bewoner of gebruiker wordt geregeld in art. 1302 BW.
Wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 “goederen” van het BW
Art. 3.151 BW legt een verzekeringsplicht op aan de vruchtgebruiker. Deze is
verplicht om het goed in volle eigendom te verzekeren voor de gebruikelijke risico’s en
hiervoor premies te betalen. In ieder geval is de vruchtgebruiker van een onroerend goed
verplicht om tegen brand te verzekeren. De vruchtgebruiker moet het bewijs leveren vd
verzekeringspolis aan de blote eigenaar, op diens eerste verzoek.
Regionale decreten tot invoering van verplichte verzekeringen voor huurder en
verhuurder
Het decreet betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen van 9 november
2018 verplicht de huurder en verhuurder van een hoofdverblijfplaats om de
aansprakelijkheid voor brand en waterschade te verzekeren. Ook in Wallonië en Brussel
bestaat een gelijkaardige verplichting.
KB tot uitvoering van de wet van 24 december 1992
Het uitvoeringsbesluit bepaalt wat eenvoudige en speciale risico’s zijn. Het onderscheid is
belangrijk omdat de verzekeraar meer verplichtingen worden opgelegd bij een eenvoudig
risico.
Een eenvoudig risico is: elk goed of geheel van goederen waarvan de verzekerde
waarde niet meer bedraagt dan 743.680,57 euro (Abex 37512) – standaardwoning met
gemiddeld brandrisico.
- Verzekerde som: bedrag bepaald in de bijz voorwaarden
- Verzekerde waarde: waarde net voor het schadegeval
, Speciale risico’s: gebouwen met verhoogd brandrisico, bv. historische panden.
Waarborgen zijn hier niet automatisch inbegrepen.
ABEX-index – Associatie Belgische Experten
= index die evolutie volgt van de kosten voor het bouwen ve woning. De VR kan de
verzekerde bedragen indexeren en aanpassen ad huidige abex. Zo kan men de exacte
waarde gaan bepalen op het moment vh schadegeval.
Toepassing vd evenredigheidsregel
Afschaffing van evenredigheid bij onderverzekering:
- Door toepassing van een rooster (plaatsen- of oppervlaktestelsel)
o Voor eigenaar of huurder vh gebouw
o Voor appartementsgebouw via de VME
- Door toepassing van 20x de jaarlijkse huurprijs
o Voor de huurder van een gedeelte vh gebouw
- In een beperkt aantal gevallen (bv. minder dan 10% verschil)
KB brand eenvoudige risico’s tot uitvoering vd wet van 24 december 1992
Het KB betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige
risico’s betreft, legt een aantal verplichtingen op ad verzekeraar. Het KB is vt op vz-OK’en
waarbij eenvoudige risico’s in hoofdzaak verzekerd worden tegen schade veroorzaakt
door een vd hierna genoemde gevaren, of waarbij de burgerrechtelijke ah ervan wordt
gedekt:
1. Brand en aanverwante gevaren, elektriciteit, aanslagen en arbeidsconflicten, storm, hagel, ijs- en
sneeuwdruk, natuurrampen, water, glasbreuk, diefstal onrechtstreekse verliezen of
bedrijfsschade
2. Dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst voor een door een
gebouw veroorzaakte schade wanneer deze samenhangt met de dekkingen onder 1.
3. Met uitzondering van:
a. de verzekeringen alle risico’s betreffende juwelen, kunstwerken, fototoestellen, …
b. technische verzekeringen zoals machinebreuk, alle bouwplaatsrisico’s, …
c. de verzekeringen brand en diefstal, glasbraak of schade in het kader van een
motorrijtuigenpolis
d. de oogstverzekeringen tegen hagel
e. de verzekeringen tegen ziekten en sterfte van dieren
f. de globale bankverzekeringen, de verzekeringen vervoer en opslag van waarden, vervalsing
van cheques en computerfraude
Voor eenvoudige risico’s zijn er dus aantal opgelegde normen:
- Art. 2: de verzekerde personen
- Art. 3: verplichte waarborg ‘aanslag en arbeidsconflicten’
- Art. 4: verplichte waarborg ‘stormschade, hagel, sneeuw- of ijsdruk