INLEIDING
1. MEETNIVEAU
2. PARAMETRISCH VS NIET-PARAMETRISCH
Voorkeur: parametrisch testen
- Meer power dan niet-parametrische testen
- Power = het vermogen van een toets om effect op te sporen als dat effect
werkelijk bestaat
o De kans dat de toets terecht de H0 verwerpt (er is geen effect/verschil)
o Maw: minder kans op type II fouten (= onterecht behouden van H0)
Wanneer meet je parametrisch/niet parametrisch
- Parametrisch
o Scale variabele EN in elke steekproef 30 of meer deelnemers
1
, N > 30
o Scale variabele EN steekproef is niet groot genoeg, MAAR variabele wel
normaal verdeeld
10 ≤ N < 30
Hoe testen of variabele normaal verdeeld zijn? => Kolmogorov-
Smirnov test
- Niet parametrisch testen
o Ordinale/nominale variabele
o Scale variabele MAAR steekproef is te klein/niet normaal verdeeld
3. FOUTEN OP STATISTIEK
- Type I fout: nulhypothese onterecht verwerpen
o (α = P (H0 verwerpen | H0 is juist))
o α = meestal 5% (want complementair aan betrouwbaarheidsinterval, en we
nemen meestal 95%)
o Kies je zelf: aanpassen van significantie
- Type II fout: nulhypothese onterecht aanvaarden
o (β = P (H0 aanvaarden | Ha is juist))
o Gelijk aan de power
o Afhankelijk van onderzoek: vb. kleinere steeproef
4. NORMALITEIT TESTEN
4.1 KOLMOGOROV-SMIRNOV TEST
H0: de verdeling van de variabele is normaal verdeeld
Opmerking: afhankelijk van soort variabele en aantal steekproeven op andere manier
1. Ongepaarde/onafhankelijke metingen => zet split file op (voor de categorische
variabele), voer dan K-S test uit voor scale variabele
2. Gepaarde/afhankelijke metingen => voer K-S test uit van het verschil van de
variabelen
o We weten of het verschil tussen beide metingen normaal verdeeld is
o DUS eerst: maak nieuwe variabele ‘verschil’ via “transform” -> “compute
variable”
o ‘verschil’ = ‘meting 1’ – ‘meting 2’
o K-S test uitvoeren van deze ‘verschil’ variabele
SPSS ONGEPAARDE
- Uitvoering: analyse -> non-parametric test -> legacy dialogs -> 1-sample K-S test
2
, o Zorg dat ‘normal’ aangevinkt staat
- Output
o P = asymp. Sig. (2-tailed) OF Monte Carlo Sig. (maakt niet uit welke je
kiest)
Hier: 0,085 > 0,05 -> H0 behouden -> normale verdeling
SPSS GEPAARDE
- Uitvoering: transform -> compute variable -> nieuwe variabele = … -> ok
1- Sample K-S test op nieuwe
variabele
4.2 SHAPIRO-WILK TEST
- Krijgt voorkeur bij kleine steekproeven
- H0: verdeling van variabele is normaal verdeeld
SPSS
- Uitvoering: analyse -> decriptive statistics -> explore
o Bij Plots: vink “normality plots with tests” aan
5. BESLISSINGSBOOM
3
, LINEAIRE REGRESSIE
1. VOORKENNIS
1.1 CORRELATIE
CORRELATIE VS REGRESSIE
- Correlatie: lineair verband tussen 2 variabelen
o Is er een verband? + Hoe sterk is het verband?
- Regressie: voorspelling lineair verband tussen 2 of meer variabelen
o Voorspelling afhankelijke variabele obv onafhankelijke variabele(n)
o Geeft weer hoeveel de afhankelijke variabele verandert per eenheid van de
onafhankelijke variabele
- Welke correlatiecoefficient?
o Parametrisch => Pearson correlatiecoëfficient
Ratio niveau + normaal verdeeld
Obv meetwaarden
o Niet-parametrisch => Spearman correlatiecoëfficient
Ratio niveau + niet-normaal verdeeld
OF ordinaal niveau
Obv rangnummers
Als we parametrisch mogen testen, doe dit dan (wordt verkozen boven niet-parametrisch)
want parametrisch = meer power
Power/onderscheidingsvermogen: vermogen van een toets om effect op te sporen, als het
effect ook werkelijk bestaat = kans dat het zal lijden tot de terrechte verwerping van de
nulhypothese
SPSS
- Uitvoering: analyse -> correlate -> bivariate
o 2 variabelen erin zetten
o Wat aanvinken
Pearson (obv meetwaarden) of Spearman (obv rangnummers)
4