Basisaspecten dierziekten
, lOMoARcPSD|14839802
1. Hoe herken je een ziek dier?
1.1. Algemene indruk
1.1.1.Bewustzijnsniveau
1.1.2. Gedrag
1.1.3. Lichaamshouding
1.1.4. (Faciale) expressie
1.1.5. Gang
1.1.6. Lichaamsbouw
1.1.7. Voedingstoestand
1.1.8. Vacht – huid
1.1.9. Abnormale geluiden
1.1.10. In het oog springende afwijkingen
2. Symptomen en diagnose
1.1. De anamnese
1.2. Het algemeen lichamelijk onderzoek
1.2.1. Volgorde van lichamelijk onderzoek
1.2.2. Inspectie op afstand
1.2.3. Basale parameters
1.3. Bijkomend onderzoek
1.3.1. Bloedonderzoek
1.3.2. Urineonderzoek
1.3.3. Mestonderzoek
1.3.4. Biopsieën
1.3.5. Medische beeldvorming
3. Niet-infectieuze aandoeningen
3.1. Congenitale aandoeningen
3.2. Erfelijke ziekten
3.3. Trauma
3.4. Intoxicatie
3.5. Voeding gerelateerde aandoeningen
3.6. Hormonale aandoeningen
3.7. Metabole stoornissen
3.8. Ouderdomsproces
, lOMoARcPSD|14839802
4. Het immuunsysteem
4.1. Uitwendige afweer
4.2. Inwendige afweer
4.2.1. De bloedcellen
4.2.2. De niet-specifieke afweer = aangeboren
afweer
4.2.3. De specifieke afweer = adaptieve afweer
4.3. De balans in het immuunsysteem
4.4. Immunisatie
4.5. Vaccinatie
5. Infectieuze aandoeningen
5.1. Hoe ontstaat een infectie
5.2. Soorten infecties
5.3. Infectieuze agentia: bacteriën
5.4. Infectieuze agentia: virussen
5.5. Infectieuze agentia: schimmels en gisten
5.6. Infectieuze agentia: parasieten
5.7. Infectieuze agentia: protozoa
, lOMoARcPSD|14839802
1. Hoe herken je een ziek dier?
1.1. Algemene indruk
Belangrijkste talent van een dierenverzorger is de juiste interpretatie maken van de
algemene indruk van een dier.
Algemene indruk
➔ Omvat de visuele en auditieve beoordeling van een ‘patiënt’ op afstand.
Een goede dierenverzorger zal – aan de hand van kennis, gezond verstand en
vertrouwen op zijn intuïtie – steeds alert blijven en dagelijks de algemene indruk van
zijn dieren beoordelen.
1.1.1 Bewustzijnsniveau
Gezond dier = Alert & toont belangstelling voor de omgeving.
Niet-gedomesticeerde dieren zullen, als ze contact hebben met mensen, steeds een
‘fight’ or ‘flight’ reactie vertonen.
➢ Natuurlijk verdedigingsmechanisme dat optreedt wanneer er acuut gevaar
dreigt. Lichaam maakt zich klaar om te vechten of vluchten. Angst of stress
zorgt ervoor dat lichaam grote hoeveelheden adrenaline en cortisol
aanmaakt; als gevolg van deze hormonen stijgt de bloeddruk en de hartslag,
spannen spieren zich op en komen haren overeind, zintuigen worden
scherper en pijngevoeligheid daalt sterk.
! Wanneer dieren in het wild geen fight or flight vertonen, mag je aannemen dat het
ziek of gewond is.
Verschillende fase van bewustzijn:
- Alert o Wakker, attent en actief. Met verhoogde staat van bewustzijn voor
de omgeving.
- Lethargie o Toestand van extreme vermoeidheid, waarbij het dier weinig
energie of interesse heeft voor activiteiten. Vaak geassocieerd met gebrek
aan motivatie, trage reacties en gevoel van zwakte. Kan veroorzaakt worden
door bv. ziekte, stress, gezondheidsproblemen, …
- Stopor o Erg slaperig maar reageren nog op prikkels zoals hun naam
roepen of de oogreflex.
- Stupor o Lijken in een constante slaap maar zijn nog wakker te krijgen met
sterke prikkels zoals stem luid verheffen, …
- Coma
o Volledig buiten bewustzijn en zal op geen enkele prikkel reageren.
1.1.2 Gedrag
Gedragingen kunnen fysiologisch en pathologisch zijn;