Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Volledige & uitgebreide SV Bijzondere Contracten I Carette | UA | 2025/2026

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
404
Geüpload op
01-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting bevat het handboek aanvullend met de powerpoint en notities. Je mag mij contacteren om de oefencollege's ook door te sturen. Geschreven in 2026 en gedoceerd door Prof Carette.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

DEEL I – INLEIDING

Hoofdstuk 1: Algemeen .........................................................................................2



Hoofdstuk 2: Benoemde, onbenoemde en kwalificatie van contracten ...................3
Afdeling 1. Onderscheid tussen benoemde en onbenoemde contracten ..............3
§1 Begrip .......................................................................................................... 3
§2 Ratio achter het bestaan van benoemde contracten (in ruime zin) ........................ 4
A. Creatie van een wettelijk 'fall back'-regime ..................................................... 4
B. Bescherming van zwakkere contractpartijen .................................................... 4
§3 Regime van onbenoemde contracten ................................................................ 4
§4 Regime van benoemde contracten.................................................................... 5
Afdeling 2. Kwalificatie van contracten ...............................................................6
§1 Algemeen ..................................................................................................... 6
A. Begrip 'kwalificatie' ...................................................................................... 6
B. Uitdrukkelijke kwalificatie vs. stilzwijgende kwalificatie ..................................... 6
C. Herkwalificatie ............................................................................................ 6
§2 Kwalificatie van gemengde contracten .............................................................. 7
A. Begrip ........................................................................................................ 7
B. Drie kwalificatietheorieën .............................................................................. 7
C. Elke kwalificatietheorie heeft een eigen toepassingsgebied ................................ 9


Hoofdstuk 3: Verhouding met BCA-recht .............................................................10

,HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN
Het bijzondere contractenrecht als onderdeel van het vermogensrecht
- Het vermogensrecht regelt de patrimoniale of in geld waardeerbare verhoudingen tussen
een persoon en een goed of tussen personen onderling.
o Het vermogensrecht handelt met andere woorden enerzijds over zakelijke rechten
en anderzijds over persoonlijke rechten.

- Een belangrijk deel van de persoonlijke rechten zijn de verbintenissen.
o De verbintenissen zijn het voorwerp van het verbintenissenrecht.
o Het verbintenissenrecht regelt
§ 1) de verbintenissen die uit rechtshandelingen voortvloeien, enerzijds uit
eenzijdige rechtshandelingen en anderzijds uit contracten,
§ 2) de verbintenissen uit oneigenlijke contracten (zaakwaarneming,
onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking) en
§ 3) de verbintenissen uit buitencontractuele aansprakelijkheid.

- De regels met betrekking tot verbintenissen die uit contracten voortvloeien, vormen het
voorwerp van het algemeen contractenrecht.
o Dat algemeen contractenrecht regelt contracten in het algemeen.

- Het is van toepassing op alle contracten, tenzij de wet zich daartegen verzet (art. 5.13, 1e
lid BW; art. 1107 oud BW).
o Het geldt aldus als een lex generalis.
o Het gaat onder meer om de regels over de geldige totstandkoming van contracten,
de interpretatie en de aanvulling van contracten, de gevolgen van contracten tussen
partijen en t.a.v. derden en de beëindiging van contracten.

- De wetgever van 1804 achtte het echter wenselijk om voor welbepaalde, frequent
voorkomende types van contracten bijzondere regels te introduceren, die het bijzondere
contractenrecht vormen, als onderdeel van boek III oud BW.

- Die bijzondere regels regelen de desbetreffende contracttypes niet exhaustief
(compleet), maar regelen enkel welbepaalde aspecten van die contracten en bouwen dan
ook op het algemeen contractenrecht verder.
o Zij bevinden zich met andere woorden in een lex specialis-verhouding ten
aanzien van het algemeen contractenrecht.
o Het zijn deze bijzondere regels die onderhavig handboek behandelt (art. 5.13, 2e lid
BW; art. 1107, 2e lid oud BW).

- Bij de bespreking van die bijzondere regels die voor welbepaalde contract types gelden,
moet vandaag met een bijkomende laag aan regels rekening worden gehouden die in
1804 nauwelijks speelde, met name met de regels van consumentenrecht.

- Het consumentenrecht beïnvloedt zowel het gemeen contractenrecht als het bijzonder
contractenrecht op diepgaande wijze.

,HOOFDSTUK 2: BENOEMDE, ONBENOEMDE EN KWALIFICATIE VAN CONTRACTEN
Algemeen: vrije keuze van contracttypes
- Gelet op het principe van de wilsautonomie en het principe van contractvrijheid
staat het contractpartijen vrij om, binnen de grenzen van rechtsregels van dwingend recht
en rechtsregels van openbare orde, zelf de inhoud van hun contract te bepalen (art. 5.3
en 5.14, 2e lid BW).
o Zij kunnen bijgevolg eender welk type van contract sluiten.
o De lijst met mogelijke contracttypes is nagenoeg eindeloos en alleszins 'open'.

- Zo kunnen zij zowel onbenoemde als benoemde contracten sluiten.

- Anders dan voor de zakelijke rechten (art. 3.3 BW), geldt inzake contracten geen numerus
clausus-beginsel.
o Welk contract de partijen sluiten - een onbenoemd contract, een benoemd contract,
en zo ja hetwelk, of een gemengd contract - wordt vastgesteld via kwalificatie.


AFDELING 1. ONDERSCHEID TUSSEN BENOEMDE EN ONBENOEMDE CONTRACTEN

§1 BEGRIP
- Een onbenoemd contract is een contract dat niet aan een specifieke wettelijke regeling
is onderworpen.
o In ruime zin: alle contracten die aan geen specifieke wettelijke regeling en
bijgevolg louter aan het algemeen contractenrecht zijn onderworpen.
o In enge zin: contracten die niet uitdrukkelijk in het (oud) BW zijn geregeld.



- Een benoemd of bijzonder contract is een contract dat wel aan een specifieke
wettelijke regeling is onderworpen.
o In ruime zin: zijn dan alle contracten die hetzij door het (oud) BW hetzij door een
andere wet uitdrukkelijk wettelijk zijn geregeld; het algemeen contractenrecht
heeft dan nog maar een residuaire werking.
o In enge zin: contracten die wel in het (oud) BW geregeld zijn

- Het is deze ruime invulling van het begrip 'onbenoemde' en 'benoemde contracten' die
artikel 5.13 BW gebruikt.

- In die optiek zijn contracten die niet in het (oud) BW geregeld zijn, maar wel in bijzondere
wetgeving die buiten het (oud) BW bestaat, in tegenstelling tot wat onder de ruime
benadering het geval is, bijgevolg onbenoemde en geen benoemde contracten.

- Het is deze invulling van het begrip 'benoemde' en 'onbenoemde' contracten die artikel
1107 oud BW hanteert en die ook in het kader van dit handboek wordt gebruikt.

,§2 RATIO ACHTER HET BESTAAN VAN BENOEMDE CONTRACTEN (IN RUIME ZIN)
- De redenen waarom de wg voor een aantal specifieke types van contracten bijzondere
regels heeft vastgelegd, hetzij in het BW hetzij in wetgeving buiten het BW, zijn divers.
o In grote lijnen kunnen twee mogelijke redenen worden geïdentificeerd.
§ Creatie van een wettelijk ‘faal back regime’
§ Bescherming van de zwakke partij


A. CREATIE VAN EEN WETTELIJK 'FALL BACK'-REGIME
- Bepaalde types van contracten komen in de samenleving heel frequent voor,
waardoor de wetgever een afzonderlijke wettelijke regeling van die contracttypes gewenst
acht, om, voor het geval de partijen in hun contract zelf geen grondige regeling hebben
uitgewerkt:
o Enerzijds meer duidelijkheid en rechtszekerheid te creëren over de vraag door
welke regels die contracttypes precies beheerst worden
o Anderzijds om voor die contracttypes een evenwichtige regeling van de
rechtsverhouding tussen contractpartijen tot stand te brengen.

- Die afzonderlijke wettelijke regeling kan verschillende doelen nastreven:
o Een interpretatieve of faciliterende functie hebben.
§ Middels de creatie van bijzondere regels beoogt de wetgever voor dat
contracttype dan ook de toepassing van die regels van gemeen
verbintenissen- en contractenrecht te verduidelijken.
o Een complementaire functie hebben.
§ Middels de creatie van bijzondere regels beoogt de wetgever dan voor dat
contracttype lacunes in het gemene verbintenissen- en contractenrecht aan
te vullen, op een wijze waarvan de wetgever veronderstelt dat de partijen die
zelf zouden overeenkomen, mocht hun de keuze worden gelaten.
o Een corrigerende functie hebben.
§ Middels de creatie van bijzondere regels beoogt de wetgever dan voor dat
contracttype op dat punt een meer evenwichtige regeling tussen
contractpartijen tot stand te brengen dan uit het gemene verbintenissen- en
contractenrecht zou volgen.



B. BESCHERMING VAN ZWAKKERE CONTRACTPARTIJEN
- Voor sommige types van contracten wenst de wetgever niet dat zij volledig vrij door
de partijen worden geregeld.
o Omdat zij de aanwezigheid van een (veronderstelde) sterkere en een zwakkere
contractpartij impliceren en het compleet overlaten van die contracttypes aan het
principe van contractvrijheid.
o Aldus het risico inhoudt op misbruik van de zwakkere contractpartij door de
sterkere contractpartij.

- Ter bescherming van economisch of sociaal zwakkere groepen in de samenleving wil
de wetgever door het opleggen van dwingende wetsbepalingen voor de desbetreffende
types van contracten de contractvrijheid inhoudelijk beperken.
o Om zo een groter evenwicht in de contractvoorwaarden te bereiken.


§3 REGIME VAN ONBENOEMDE CONTRACTEN

,- Een onbenoemd contract wordt in de eerste plaats door het contract zelf wordt
beheerst, zoals dat door de partijen is uitgewerkt.
o I.e. door wat de partijen in hun contract zijn overeengekomen en zoals
desgevallend aangevuld met alle gevolgen die door de wet, de goede trouw of
de gebruiken eraan, volgens de aard en de strekking ervan, worden toegekend (art.
5.71, 1e lid BW; art. 1135 oud BW).

- In de tweede plaats, wanneer de partijen hun onbenoemd contract niet zelf volledig
hebben uitgewerkt, wordt het onbenoemd contract beheerst door de regels van het
verbintenissen- en gemeen contractenrecht, inzonderheid die betreffende de geldige
totstandkoming, de interpretatie en de aanvulling van contracten, de gevolgen van
contracten, zowel tussen partijen als tegenover derden, en het tenietgaan van contracten
(art. 5.13 BW; art. 1107 oud BW).

- In de derde plaats kunnen door een toepassing per analogie ook de rechtsregels die
voor benoemde contracten gelden, worden toegepast, op voorwaarde dat een
onbenoemd contract een min of meer gelijksoortige rechtsverhouding als een
benoemd contract tot stand brengt.



§4 REGIME VAN BENOEMDE CONTRACTEN
- Een benoemd contract daarentegen wordt in de eerste plaats door de relevante
specifieke wettelijke regels beheerst, zoals eventueel door de partijen middels
contractuele clausules aangevuld en/of aangepast.
o Wat uiteraard enkel mogelijk is voor zover de desbetreffende regels van aanvullend
recht zijn.

- De contractuele bepalingen worden desgevallend aangevuld met alle gevolgen die door
de wet, de goede trouw of de gebruiken eraan, volgens de aard en de strekking ervan,
worden toegekend (art. 5.71, 1e lid BW; art. 1135 oud BW).

- In de tweede plaats, voor zover die specifieke wettelijke regels een welbepaald aspect
van het contract niet regelen, geldt het gemene verbintenissen-en
contractenrecht (art. 5.13 BW; art. 1107 oud BW).

- Wettelijk set regels (= sensu lato) + contract (voor zover niet dwingend recht)
o Sensu lato = contracten met een wett regeling, in het BW
o In de 1ste plaats kijken naar: het contract, in combinatie met de wettelijke regels
(zijn van aanvullend recht)
o Als er toch bepalingen van DR zijn, dan komen deze boven het contract zelf
o Ondergeschikt: het algemene contractenrecht (regels Boek 5) ß art. 5.13 BW
o Subsidiair (5.13 BW): verb & contractenrecht (met art. 5.71 BW)

,AFDELING 2. KWALIFICATIE VAN CONTRACTEN

§1 ALGEMEEN
A. BEGRIP 'KWALIFICATIE'
- Het kwalificeren van een contract = het juridisch benoemen van een contract of
het onderbrengen van een contract in een juridische categorie (als benoemd dan
wel onbenoemd contract, en in het eerste geval: als welk benoemd contract).

- Kwalificatie gebeurt op basis van de vaststelling dat het contract wel of niet aan de
objectief essentiële bestanddelen of wezenskenmerken voldoet.
o Op die manier kan het toepasselijk wettelijk regime worden vastgesteld.



B. UITDRUKKELIJKE KWALIFICATIE VS. STILZWIJGENDE KWALIFICATIE
- Hebben de partijen bij een contract de bedoeling een benoemd contract te sluiten,
dan zullen zij het contract doorgaans uitdrukkelijk aldus benoemen en dus zelf
kwalificeren (door de betiteling van het contract of door de bewoordingen gebruikt in de
clausules van het contract).

- In de praktijk komt het echter voor dat partijen, niettegenstaande hun bedoeling een
benoemd contract te sluiten, het contract niet zelf benoemen.
o Bij discussie tussen de partijen over de kwalificatie van het contract, zal de rechter
het contract moeten kwalificeren, op basis van de gemeenschappelijke
bedoeling van de partijen.



C. HERKWALIFICATIE
- Wanneer contractpartijen hun contract zelf uitdrukkelijk kwalificeren, geldt als
uitgangspunt dat de partijen hun contract de kwalificatie kunnen geven die zij willen,
naar vrije keuze ( art. 5.14, 2e lid BW), en dat zij door de door hun gekozen
kwalificatie gebonden zijn (art. 5.69 BW; art. 1134, 1e lid oud BW).
o In dat geval zijn op het contract de rechtsregels van toepassing die uit het gekozen
contracttype voortvloeien.

- Ondanks de keuze van partijen om hun contract een welbepaalde kwalificatie te geven,
kan er naderhand tussen hen (of in de verhouding tussen de partijen en derden)
discussie ontstaan over die kwalificatie, met als inzet de toepassing van rechtsregels
verbonden aan hun keuze.
o In dat geval is het de rechter die zal bepalen hoe het contract moet worden
gekwalificeerd, op basis van de gemeenschappelijke bedoeling van de
partijen.

- Wanneer de rechter vaststelt dat de door de partijen gekozen kwalificatie niet met de
gemeenschappelijke werkelijke bedoeling van de partijen overeenstemt, is hij niet door
die kwalificatie gebonden en kan hij het contract herkwalificeren.
o De rechter zal daarbij terughoudend te werk gaan.

- Het Hof van Cassatie kent immers een duidelijke voorrang toe aan de door de partijen
gekozen kwalificatie van het contract.

,- Wanneer partijen hun contract zelf hebben gekwalificeerd, dan mag de rechter die
kwalificatie maar terzijde schuiven wanneer de aan hem voorgelegde feitelijke elementen
de door de partijen gegeven kwalificatie uitsluiten of met die kwalificatie onverenigbaar
zijn of wanneer die kwalificatie met dwingendrechtelijke regels of regels van openbare
orde strijdig is.
o Dit principe vindt thans uitdrukkelijke wettelijke bevestiging in artikel 5.68 BW.

- De verbindende kracht van het contract (art. 5.69 BW; art. 1134, eerste lid oud BW) geldt
niet enkel voor partijen, maar ook voor de rechter die dit contract als rechtsfeit dient te
aanvaarden.




§2 KWALIFICATIE VAN GEMENGDE CONTRACTEN
A. BEGRIP
- = Een contract dat de typische kenmerken van twee of meer benoemde contracten
vertoont, maar dat toch een juridische eenheid vormt.

- Een klassiek voorbeeld is het contract met een bouwonderneming die met haar materiaal
een constructie opricht op de grond van een klant.
o Een dergelijk contract is een combinatie van aanneming van werk (levering van
diensten door het bouwen zelf) en koop (levering van materiaal).

- Een ander voorbeeld is een hotelcontract, waarin elementen zijn terug te vinden van een
huurcontract (gebruik en genot van een kamer), een koopcontract (maaltijden), een
aanneming van werk (prestaties door het personeel verstrekt) en bewaargeving (bagage,
kostbare voorwerpen, geld, juwelen).



B. DRIE KWALIFICATIETHEORIEËN
- Strikt genomen is een gemengd contract eigenlijk een onbenoemd contract.
o Toch wordt een gemengd contract niet noodzakelijk als een onbenoemd contract,
waarop enkel het gemene contractenrecht van toepassing is, behandeld.

- Het staat de partijen immers vrij om een gemengd contract contractueel onder
slechts één benoemd contracttype te kwalificeren:
o Een dergelijke contractuele kwalificatie van een gemengd contract is principieel
geldig, zij het dat de rechter eventueel kan herkwalificeren (uitdrukkelijk bevestigd
in art. 5.67, derde lid BW).

- Maar ook wanneer de partijen hun gemengd contract niet zelf hebben gekwalificeerd,
wordt op gemengde contracten (delen van) het bijzondere contractenrecht toegepast.

- Om te bepalen welke rechtsregels van toepassing zijn op gemengde contracten
worden in het algemeen drie verschillende theorieën verdedigd.




(1) CUMULATIETHEORIE

,- De regels moeten van alle benoemde contracten die in het gemengd contract
vertegenwoordigd zijn, naast elkaar worden toegepast, op de verschillende respectieve
onderdelen van het gemengd contract

- Deze leer heeft het voordeel
o Rekening wordt gehouden met de juridische complexiteit van het gemengd contract
o De verschillende verbintenissen van de partijen aan een regeling worden
onderworpen die daarvoor het meest aangepast is.

- Deze theorie leidt echter tot moeilijkheden
o Wanneer de verschillende onderdelen van het gemengd contract sterk met elkaar
verweven zijn



(2) ABSORPTIETHEORIE
- De absorptietheorie gaat ervan uit dat in een gemengd contract 1 van de in het contract
aanwezige contracttypes overheersend is en past op het contract in zijn geheel het
statuut van dit dominerend type toe.

- Om te achterhalen welk contracttype in een gemengd contract overheersend is, worden
verschillende criteria gebruikt, zoals:
o De expliciete of impliciete wil van de partijen
§ Welk deel van het contract beschouwen de partijen zelf als het belangrijkste
deel van hun overeenkomst?
o Of economische criteria
§ Welk deel van het contract is vanuit economisch standpunt het belangrijkste
deel van het contract, i.e. heeft de hoogste economische waarde?

- De absorptietheorie bevordert de rechtszekerheid en werkt vereenvoudigend door het
aantal op een gemengd contract toepasselijke rechtsregels te beperken, maar dreigt de
wil van de contracterende partijen maar voor een deel in aanmerking te nemen.

- Een ander bezwaar tegen deze theorie is dat het in de praktijk lang niet altijd duidelijk
is welk contracttype als dominerend dient te worden beschouwd.



(3) SUI GENERIS-THEORIE
- Het gemengd contract als een volwaardig onbenoemd contract beschouwt
o Waarop de regels van de benoemde contracten in principe niet worden toegepast en
waarvoor bijgevolg enkel het regime van de onbenoemde contracten geldt, i.e. het
gemeen contractenrecht of het gemene verbintenissenrecht.

- De regels van de benoemde contracten worden hoogstens per analogie toegepast.
o Tegen deze theorie is dat geen criterium wordt aangegeven om te bepalen welke
regels van de benoemde contracttypes wel en welke van deze regels niet analogisch
moeten worden toegepast, wat kan leiden tot rechtsonzekerheid.

,C. ELKE KWALIFICATIETHEORIE HEEFT EEN EIGEN TOEPASSINGSGEBIED
- Toepassing van de absorptietheorie namelijk maar aan de orde in de gevallen
o Waarin het ene contracttype en de daaruit voortvloeiende verbintenissen
duidelijk ondergeschikt zijn aan het andere, dominerende contracttype, dat de
hoofdverbintenissen van de partijen omvat.

- Indien het gemengd contract echter duidelijk kan worden opgesplitst per
benoemd contract
o Mag worden aangenomen dat de toepassing van de cumulatie- of
combinatietheorie het best in overeenstemming te brengen is met de bedoeling
van de partijen en met de sociaal-economische realiteit.

- Op het principe dat wanneer een gemengd contract duidelijk kan worden opgesplitst in
verschillende relatief onafhankelijke onderdelen, de cumulatietheorie wordt toegepast,
moet een uitzondering worden gemaakt indien de op het contract in zijn geheel
toepasselijke regels van verschillende contracttypes onderling tegenstrijdig zijn.
o Voor zover er in dat geval geen overheersend contracttype kan worden
aangewezen, vindt de sui generis-theorie toepassing.




→ opmerking 1: als we kwalificeren, dan kijken we naar de essentiële elementen
Andere elementen die voor de partijen van belang zijn, zijn de subjectieve elementen →
die zijn niet van belang voor de kwalificatie.

→ opmerking 2: conversie ≠ herkwalificatie:
Herkwalificatie = partijen zeiden dat contract een koop is, maar eigenlijk is dat een
aanneming

Conversie = partijen hebben juist gekwalificeerd of de rechter zal kwalificeren, maar een
aantal bepalingen zijn ongeldig en die ongeldige bepalingen gaan we vervangen door
bepalingen die wel geldig zijn

, HOOFDSTUK 3: VERHOUDING MET BCA-RECHT
Kunnen contractanten elkaar buitencontractueel aanspreken voor een contractuele
fout? (samenloop)
- Onder het oude recht gold als uitgangspunt het verbod van samenloop tussen contractuele
en buitencontractuele aansprakelijkheid tussen contractpartijen.

- Tussen contractpartijen is de contractuele aansprakelijkheid de regel voor de vergoeding
van schade die het gevolg is van de niet-nakoming van een contractuele verbintenis.

Dit samenloopverbod volgt niet uit het BW, maar werd voor het eerst door het Hof van
Cassatie in zijn zgn. stuwadoorsarrest van 7 december 1973 geformuleerd, op basis van de
veronderstelde wil van de partijen bij een contract:
- Partijen die een contract sluiten, zouden hiermee de minstens impliciete wil laten blijken
om de toepassing van de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid uit te sluiten
voor hetgeen binnen de tussen hen tot stand gebrachte contractuele sfeer valt.

- Het samenloopverbod moet vooral vermijden dat contractpartijen hun contractuele
afspraken trachten te omzeilen door middel van buitencontractuele
aansprakelijkheidsvorderingen en op die manier het contractueel tot stand gebrachte
evenwicht in het gedrang brengen.

- In de laatste stand van de cassatierechtspraak kan een contractant zijn medecontractant
toch buitencontractueel aansprakelijk stellen voor de toerekenbare tekortkoming door
(enkel) die laatste aan een contractuele verbintenis (en dus de contractuele afspraken
toch kan omzeilen) indien
o (i) de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de
contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsnorm die op
hem rust
o en (ii) indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft
veroorzaakt.

- In het algemeen was alvast bij een misdrijf een buitencontractuele vordering wel
mogelijk", wat o.a. vaak (maar niet altijd) het geval zal zijn wanneer een contractuele fout
een lichamelijk letsel of overlijden veroorzaakt, omdat er dan sprake zal zijn van het
misdrijf van (on)opzettelijke slagen en verwondingen van de artikelen 418 Sw. e.v.,
wanneer een contractuele fout milieuschade veroorzaakt etc. De opvatting is dat in
dergelijke 'extreme" gevallen contractpartijen niet kunnen worden verondersteld de
buitencontractuele aansprakelijkheid uit te sluiten.

- De nieuwe artikelen 6.2 en 6.3, § 1 BW schaffen het samenloopverbod af en kiezen voor
een op het eerste gezicht daaraan diametraal tegenovergestelde oplossing.

- De contractpartij die schade lijdt ten gevolge van de niet-nakoming door zijn wederpartij
van een contractuele verbintenis, kan onder de nieuwe bepalingen als uitgangspunt
namelijk vrij kiezen of hij tegen die wederpartij een contractuele dan wel een
buitencontractuele aanspraak laat gelden, voor zover uiteraard de contractuele niet-
nakoming tevens een tekortkoming is aan de algemene buitencontractuele
zorgvuldigheidsnorm van artikel 6.6 BW.
- Artikel 6.2 BW bepaalt immers in algemene bewoordingen dat, tenzij de wet of het
contract anders bepaalt, de toepassing van de regels inzake buitencontractuele

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
1 juni 2026
Aantal pagina's
404
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$11.71
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jeanneeggers Karel de Grote-Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
29
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
3 dagen geleden

4.5

2 beoordelingen

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen