definities :
Aanhechting van spieren:
Oorsprong
Insertie
Algemene regel: de origo blijft ter plaatse en de insertie wordt verplaatst
door de spiercontractie
Soorten spiercontracties :
Isotonische contracties. Hierbij blijft gedurende de gehele contractie de
spanning (tonus) in de spier gelijk (iso) aan de spanning die bij het begin
van de contractie in de spier bestond. Alleen de lengte van de spier
verandert. (Vb. Buiging in elleboogsgewricht).
Isometrische contracties. Hierbij blijft gedurende de hele contractie de
lengte van de spier gelijk aan de lengte bij het begin van de contractie. De
spier is dus aan beide uiteinden gefixeerd. Alleen de spanning in de spier
verandert. (Vb. Optillen te zwaar voorwerp of drukken tegen een gefixeerd
voorwerp).
Auxotonische contracties. Hierbij verkort de spier zich, terwijl de
spanning toeneemt. (Vb. Wanneer men een veer uitrekt).
Je kunt de contractie ook indelen naar bewegingsrichting i.p.v. de
bewegingsvorm:
Concentrische beweging. Er treedt een verkorting van de spier op.
Excentrische beweging. De spier spant zich aan, maar wordt langer (Vb.
Afdalen van een helling, iets neerzetten).
Agonist. De spier die de belangrijkste/meeste arbeid verricht voor een
beweging
Antagonisten. Spieren met tegengestelde werking
Synergisten. Spieren met gelijkgerichte werking
Foto’s en te kennen spieren pp en boek
, Werkcollege