H1 : inleiding in de fysiologie
Homeostase:
Homeostase: vermogen om inwendig milieu stabiel en constant te houden
ondanks veranderingen in de omgeving -> lichaamsprocessen optimaal
functioneren
Evolutionaire benadering
- Uit zee naar rivier (moeilijke stap): isotone omgeving naar zoet water ->
uit water: homeostatisch aanpassen
Mens = homeostatisch gereguleerd
- Homo = gelijk, stase = fase -> homostase onmogelijk!
o WEL poging tot homEostase
Homeostase verloren -> organisme past zich aan => als homeostase niet meer
voldoende kan aanpassen -> ziek
-> als hersenen ‘te traag’ zijn:
input signaal respons
FEEDBACK MECHANISMEN:
Negatieve feedbackloop
Feedbackmechanisme zorgt ervoor dat aanpassingen (bv: temperatuur stijgen
naar 16 graden) niet TE heftig worden:
- Hoger dan 16: negatieve feedback om temperatuur terug te laten dalen
Setpoint = punt waar de waarden rond mag schommelen om niet uit homeostase
te gaan
1
, H2: moleculaire interacties:
Herhaling chemie:
Water = polaire molecule -> gedeeltelijk negatieve- en positieve lading
- Polaire moleculen: goed wateroplosbaar
Bindingen:
- Ionbinding
o Na staat e af, komt bij Cl bij
o Waterstofbruggen
o Vanderwalskrachten
Biomoleculen:
PROTEÏNEN:
Proteïne = aaneenschakeling honderden AZ
Aminozuren:
- Essentiele
- Niet-essentiële
AZ gevonden via waterstofbruggen, vanderwaalskrachten, ionbindingen,
disulfidebindingen
KOOLHYDRATEN:
- Monosachariden
o 1 molecule
2
, o Fructose, glucose, galactose
- Disachariden
o Aaneenschakeling 2 monosachariden
o Sucrose, maltose, lactose
- Polysachariden
o Aaneenschakeling glucosemoleculen
o In spiercellen: opslag van energie
Nucleotiden:
= basis DNA en RNA
Bestaan uit:
- Base
o Adenine, guanine, cytosine, thymine, uracil
- Suiker
o DNA: deoxydibose
o RNA: ribose
- Fosfaatgroep
Guanine + cytosine -> 3 H-bruggen
Adenine + thymine -> 2 H-bruggen
LIPIDEN:
Vetzuren:
- Verzadigde vetzuren -> geen dubbele bindingen
- Mono onverzadigde vetzuren -> 1 dubbele binding
- Poly onverzadigde vetzuren -> meerdere dubbele bindingen
Waterige oplossingen, zuren, basen, buff ers:
Water = polaire binding -> andere polaire bindingen makkelijk oplossen
pH -> binnen nauwe grenzen bewaakt
- Tussen 7 – 7,7 menselijk lichaam
o Bijna alles dat we eten is zuur!
Proteïnen en proteïne-interacties:
Functies eiwitten:
1. Enzymen
2. Membraantransportproteïnen
3. Signaalmoleculen
4. Receptoren
5. Bindingsproteïnen
6. Regulatieproteïnen, transcriptiefactoren
7. Immunoglobulinen
3
Homeostase:
Homeostase: vermogen om inwendig milieu stabiel en constant te houden
ondanks veranderingen in de omgeving -> lichaamsprocessen optimaal
functioneren
Evolutionaire benadering
- Uit zee naar rivier (moeilijke stap): isotone omgeving naar zoet water ->
uit water: homeostatisch aanpassen
Mens = homeostatisch gereguleerd
- Homo = gelijk, stase = fase -> homostase onmogelijk!
o WEL poging tot homEostase
Homeostase verloren -> organisme past zich aan => als homeostase niet meer
voldoende kan aanpassen -> ziek
-> als hersenen ‘te traag’ zijn:
input signaal respons
FEEDBACK MECHANISMEN:
Negatieve feedbackloop
Feedbackmechanisme zorgt ervoor dat aanpassingen (bv: temperatuur stijgen
naar 16 graden) niet TE heftig worden:
- Hoger dan 16: negatieve feedback om temperatuur terug te laten dalen
Setpoint = punt waar de waarden rond mag schommelen om niet uit homeostase
te gaan
1
, H2: moleculaire interacties:
Herhaling chemie:
Water = polaire molecule -> gedeeltelijk negatieve- en positieve lading
- Polaire moleculen: goed wateroplosbaar
Bindingen:
- Ionbinding
o Na staat e af, komt bij Cl bij
o Waterstofbruggen
o Vanderwalskrachten
Biomoleculen:
PROTEÏNEN:
Proteïne = aaneenschakeling honderden AZ
Aminozuren:
- Essentiele
- Niet-essentiële
AZ gevonden via waterstofbruggen, vanderwaalskrachten, ionbindingen,
disulfidebindingen
KOOLHYDRATEN:
- Monosachariden
o 1 molecule
2
, o Fructose, glucose, galactose
- Disachariden
o Aaneenschakeling 2 monosachariden
o Sucrose, maltose, lactose
- Polysachariden
o Aaneenschakeling glucosemoleculen
o In spiercellen: opslag van energie
Nucleotiden:
= basis DNA en RNA
Bestaan uit:
- Base
o Adenine, guanine, cytosine, thymine, uracil
- Suiker
o DNA: deoxydibose
o RNA: ribose
- Fosfaatgroep
Guanine + cytosine -> 3 H-bruggen
Adenine + thymine -> 2 H-bruggen
LIPIDEN:
Vetzuren:
- Verzadigde vetzuren -> geen dubbele bindingen
- Mono onverzadigde vetzuren -> 1 dubbele binding
- Poly onverzadigde vetzuren -> meerdere dubbele bindingen
Waterige oplossingen, zuren, basen, buff ers:
Water = polaire binding -> andere polaire bindingen makkelijk oplossen
pH -> binnen nauwe grenzen bewaakt
- Tussen 7 – 7,7 menselijk lichaam
o Bijna alles dat we eten is zuur!
Proteïnen en proteïne-interacties:
Functies eiwitten:
1. Enzymen
2. Membraantransportproteïnen
3. Signaalmoleculen
4. Receptoren
5. Bindingsproteïnen
6. Regulatieproteïnen, transcriptiefactoren
7. Immunoglobulinen
3