Thema 1: basisbegrippen
Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
Definitie: Onderzoek is een doelgericht proces waarbij men op
systematische wijze op basis van een onderzoeksontwerp data verzamelt
en analyseert, om op een betrouwbare en geldige wijze onderzoeksvragen
te beantwoorden die deel uitmaken van een probleemstelling.
Bv burnout bij hulpverleners, agressie bij schoolkinderen
Soorten onderzoek
1. Praktijkgericht vs fundamenteel wetenschappelijk
Praktijkgericht: aan de slag met info
Fundamenteel: theoretische kennis van thema verbeteren, zoveel mogelijk
info verzamelen
2. Twee grondvormen: kwantitatief vs kwalitatief
Kwantitatief: versch info over onderwerp verzamelen zonder diep op in te
gaan
Kwalitatief: diep op een onderwerp ingaan
3. Tijdsperspectieven
a. Cross-sectioneel vs longitudinaal
Cross-sectioneel: iedereen 1X ondervraagd
Longitudinaal: meerdere meetmomenten, meerdere keren langs
b. Trendonderzoek vs panelonderzoek
Trendonderzoek: op versch tijdsmomenten dezelfde soort metingen doen,
telkens met andere persoon -> nagaan hoe iets verandert in tijd (trend)
Panelonderzoek: dezelfde groep mensen (panel) gedurende langere
periode -> nagaan hoe gedrag of mening verandert doorheen tijd
c. Retrospectief vs prospectief onderzoek
Retrospectief: eenmalig onderzoek en je vraagt deelnemers om terug te
kijken in de tijd bv vragen over toen je 14 jaar oud was -> achterhalen
welke factoren in het verleden hebben bijgedragen aan een bepaald
resultaat.
,Prospectief: start je vandaag met een groep mensen en volg je hen in de
toekomst om te zien wat er gebeurt -> welke factoren invloed hebben op
toekomstige gebeurtenissen of uitkomsten
Eisen aan (wetenschappelijk) verantwoord onderzoek
Weerlegbaar zijn: bv bij agressie kinderen: jongens niet agressiever
zijn dan meisjes
1. Wetenschappelijke eisen
- Empirisch = gebaseerd is op zintuiglijke waarnemingen of
ervaringen uit de werkelijkheid
o Deductief:
Vanuit theorieën of ideeën
Onderzoeksvragen of hypothesen
o Inductief:
Vanuit empirische realiteit of data
Waarnemen met wetmatigheden
- Objectief = persoonlijke meningen of gevoelens niet meespelen
o OF onafhankelijk = mening niet laten beïnvloeden door
anderen
- Betrouwbaar = dezelfde resultaten krijgt wanneer je het opnieuw
uitvoert onder dezelfde omstandigheden
- Geldigheid/ validiteit: echt meet wat het bedoelt te meten, zo dicht
mogelijk bij de kern
2. Ethische vereisten
- Recht op informatie (over studie waaraan ze deelnemen)
o Opdrachtgever en onderzoeker weten
o Doel onderzoek en info
Niet teveel info anders risico sociaal wenselijke
antwoorden
, - Vrijwilligheid (geen dwang, uit vrije wil)
- Anonimiteit en vertrouwelijkheid
o Namen en identiteitsgegevens niet mogen gevraagd worden
o Indien wel geval: gegevens niet gekoppeld aan eigenlijke data
3. Praktische eisen
- Efficiënt en budgetvriendelijk
- Bruikbaar: resultaten moeten antwoord bieden op vraag of probleem
Empirische cyclus
Schets verband tussen theorie/ideeën en empirie
Empirisch = waarneembaar in werkelijkheid
2 bewegingen in empirische cyclus
- Deductie
o Vertrekt vanuit theorie of ideeën
o Op basis daarvan onderzoeksvragen of hypothesen gemaakt
o Proces van theorie naar data
o Bv. Meer agressie als veel personen samen in kleine ruimt ->
toepassen op agressie schoolkinderen -> kinderen van grotere
klasgroepen vaker agressief gedrag dan in kleinere
klasgroepen
- Inductie
o Vanuit empirische realiteit, de data
o Eerst waarnemen, op zoek naar wetmatigheden (verbanden,
verschillen…)
2 soorten wetmatigheden
Deterministische = geen uitzonderingen mogelijk
Probabilistische = kans dat het zich voordoet of
verband, uitzonderingen mogelijk
o Dan verklaringen zoeken: theorie formuleren
o Bv. Observatie kinderen lagere scholen: oudere kinderen
minder fysiek agressief dan jongere -> op zoek naar verklaring
Empirische cyclus = fasen van inductie en deductie elkaar opvolgen
(kan in zelfde onderzoek, maar ook mogelijk dat onderzoek op ander
verder bouwt)
, THEMA 2: Onderzoeksproces
Onderzoeksplan: probleemstelling ---- grondvorm bepalen ----
onderzoeksontwerp
Start: opmaak van onderzoeksplan
1. Eerst probleemstelling:
o Aanleiding: hoe kom je tot het idee om dit onderzoek te doen
(reden)
Uit wensen of problemen
Bv: ouders melden aan verantwoordelijke van
jeugddienst dat ze van hun zoon horen dat regelmatig
gevochten wordt -> aanleiding
o Doelstelling: onderzoek zelf, onderzoeker/opdrachtgever:
fundamenteel of praktijkgericht
Waarom relevant en zinvol
Bv: politie wil financiële middelen die ze ter beschikking
heeft voor preventie op goede manier inzetten =
doelstelling opdrachtgever
Bv: politie wil inzicht op noden en laten o.a. onderzoek
uitvoeren om na te gaan hoe veilig ouderen zich voelen
in woonomgeving = doelstelling onderzoek
o Bakent onderwerp en doelgroep af
Hoe complexer onderwerp, hoe meer nood aan
afbakening
Bv: onderzoekt veiligheidsbeleving in woonomgeving (=
afbakening onderwerp) bij 70+ in 1 gemeente (=
afbakening doelgroep)
o Formuleert onderzoeksvraag
Centrale: algemeen
Bv hoe is het gesteld met alcoholgebruik
Deelonderzoeksvraag: specifieker
Bv hoeveel consumpties per week, hoeveel
drinken niet …
Twee soorten onderzoeksvragen