filosofie voor sociaal werkers
1. Zijn we vrij
De vraag of mensen vrij zijn om bepaalde beslissingen te nemen is
complex. Vanuit een natuurwetenschappelijk perspectief kan het
beslissingsproces worden verklaard als een input-verwerkend systeem:
vele stimuli worden verwerkt door een “processor” die eerdere ervaringen,
karakter en persoonlijkheid meeneemt. Voor echte vrijheid zou een
onafhankelijke “ik” moeten kunnen ingrijpen in dit verwerkingsproces,
maar daar lijkt in het brein geen aanwijzing voor te zijn. Wetenschappelijk
bekeken wijst niets in het brein op een autonome vrije wil.
Toch beschouwen we onszelf en anderen als vrij:
- We nemen beslissingen zoals naar de les gaan in plaats van op
een uitnodiging in te gaan.
- Sommigen behandelen we anders omdat we hun vrijheid niet
erkennen, bijvoorbeeld mensen met zware verstandelijke
beperkingen of verslavingen.
- Het dagelijkse leven gaat impliciet uit van vrijheid:
uitzonderingen benadrukken juist hoe normaal we vrijheid
veronderstellen.
Filosofische reflectie:
- Dilthey maakt een onderscheid tussen erklären (verklaren,
natuurwetenschappen) en verstehen (begrijpen,
geesteswetenschappen). Verklaren toont geen vrijheid aan;
begrijpen veronderstelt dat we de mens als vrij ervaren.
- Compatibilisme stelt dat causaliteit in de natuurwetenschappen
kan samengaan met vrije wil.
- Vanuit een naturalistisch-ontologisch perspectief: als een
argument niet in strijd is met andere wetenschappelijke
bevindingen, is het zinvol om het als waaraan te nemen, ook al is
het niet bewezen (cf. Chalmers, hard problem of consciousness).
Soorten vrijheid:
- Interne vrijheid: vermogen tot zelfreflectie en controle over eigen
keuzes.
- Externe vrijheid: afwezigheid van beperkingen of dwang in de
omgeving.