2. Fysische, geomorfologische en paleo-ecologische evolutie laat-Kwartair – Moervaart
gutsboor Edelmannboor
selectie boringen: 1: grid
2: kleine transecten
,3. Prehistorische landschapsgenese
Reconstructie landschap – integratie van meerdere disciplines en proxies
Landschappelijke reconstructies
Paleo-ecologisch onderzoek
voorkomen LS info menselijke info
pollen en sporen nat en zuurstofarm, landbouw,
regionaal
microhoutskool veen ontbossing
plantaardige
nat en zuurstofarm lokaal voedsel
macroresten
nat, zuurstofarm houtgebruik
houtskool lokaal, bosbranden
droog voor brandstof
zuurstofarm en lokale plant- en diersoorten,
sedaDNA
koud breed spectrum biodiversiteit
gevoelig voor veranderingen in pH,
meren, rivieren,
diatomeeën zoutgehalte, nutriënten in water
moerassen
zoet of zout water
bodemsamenstelling, vochtigheid,
aquatisch en
mollusken vegetatie, brak of zoet water,
terrestrisch
zeeniveaus/kustlijn
Archeozoölogisch onderzoek
Bodemkunde en sedimentologie
voorkomen LS info
Loss on Ignition OM; veen
magnetische variatie in erosie en
susceptibiliteit sedimentbronnen
stratigrafie
granulometrie
micromorfologie
chemische analyses
Geofysisch onderzoek
Geomorfologie
Klimatologische reconstructies
jaarlijks gelamineerd
voorkomen klimaat/LS info
speleothermen voldoende regenval
chironomiden water temperatuur
ostracoden water temperatuur en chemische samenstelling
onafhankelijk gedateerde paleoklimaat
probleem voor archeologische sites
, Geochronologie
toepassing belang
14C datering organisch vrij nauwkeurig
LS veranderingen
OSL datering kwarts of veldspaat chronologisch kader van afzettingen
waar OM ontbreekt
hoog zeer nauwkeurig indien geen vermenging
U/Th datering
calciumcarbonaatgehalte met detritisch/klastisch materiaal
tefra analyse vulkaanuitbarsting
Last Glacial Maximum (ca. 26 000 – 19 000 jaar geleden)
Geochronologie cal BP Archeologie Vegetatie Rivierdynamiek
(jaren voor 1950) (perioden) (culturen)
Nieuw(st)e tijd
Holoceen
Middeleeuwen polders
Laat
Subatlanticum
Romeinse tijd
IJzertijd getijden
Bronstijd veenmoeras
Subboreaal 5750-2400 moerassige duinpanne + gemengd
verveende “rivier”
Mid Holocen
loofbos + moerassig elzenbroekbos
Swifterband +
Holoceen
Neolithicum Michelsberg
Atlanticum 9220 - 5750 Bandkeramisch loofbomen
Vroeg Holoceen
Boreaal 10 640 - 9220
Mesolithicum
Steentijd
moerassige veengebieden/oevers
Preboreaal 11 700 – 10 640
+ open en gemengd bos
kruiden, berken, lage struiken, stabiel meanderend
Jonge Dryas 13 000 – 11 700 Finaal grassen + rivierduinen
Glaciaal
Weichelsiaan
Laat Pleistoceen
Laat
Allerod Paleolithicum Federmesser moeras
Paleolithicum
Pleistoceen
Oude Dryas 15 000 -13 000 Magdaleniaan open berkenbos
Bolling Laat meren meanderend
Pleniglaciaal 73 000 – 16 000 Paleolithicum
Vroeg Glaciaal 116 000 – 73 000
Midden
Eemiaan 126 000 -116 000
Paleolithicum
Saaliaan 238 000 – 126 000