Dermatologie
Overzicht hoeveelheid leerstof
Aantal pagina’s
Hoofdstuk
Les SV
1. Bouw en functie huid (les 1) 1 0,5
2. Anamnese en dermatologische inspectie (les 2) 62 9
3. Anamnese en onderzoeken (les 1) 42 3
4. Epidemiologie huidaandoeningen (les 1) 10 1,5
5.1 Dermatotherapie: topische therapie (les 3) 30 4,5
5.2 Dermatotherapie: systeemtherapie (les 4) 66 9
6. Erytheem (les 5) 64 6,5
7. Erythrodermie (les 5) 6 0,5
8. Psoriasis en andere erythematosquameuze dermatosen (les 6) 94 10
9. Eczemateuze dermatosen (les 7) 118 12
10. Pruritis (les 8) 8 1,5
11. Papuleuze dermatosen (les 10) 48 6
12. Urticaria (les 8) 54 7
13. Nod(ul)euze dermatosen (les 10) 29 3
Huidtumoren (epidemiologie): 19 0,5
14. Benigne huidtumoren (les 12) 25 4
15. Premaligne en maligne huidtumoren (les 12) 93 7
ESecten van zon op huid (les 13) 17 1,5
Preventie van huidtumoren (les 13) 75 3,5
16. Vesiculobulleuze dermatosen (les 17) 20 2
17. Pustuleuze dermatosen (les 17) 9 1
19. Folliculosen waaronder acné (les 22) 87 8,5
20. Trichosen (les 14) 55 9,5
21. Onychosen (les 14) 10 1,5
22. Hidrosen (les 14) 7 1,5
23. Keratosen (les 14) 2 0,5
24. Dyschromieën (les 21) 61 6,5
25. Purpura (les 21) 3 0,5
26. Geneesmiddelenerupties (les 20) 71 11,5
27. Fotodermatologie (les 21) 71 4,5
28. Immunodermatosen (les 17) 61 8,5
,29. Dermadromen (les 19) 27 2,5
32. Zwangerschap en dermatosen (les 18) 23 3
33. Psychodermatologie (les 18) 18 2,5
34. Bacteriële huidinfecties = pyodermieën (les 9) 42 5
35. Virale huidinfecties (les 9) 68 6
36. Fungale huidinfecties (les 9) 47 4,5
37. Parasitaire huidinfecties (les 9) 22 2
41. Syphilis (les 9) 38 3,5
40. Dermatochirurgie en cosmetische dermatologie (les 11) 102 9,5
Huidtypes (les 15) 83 7,5
MDP atopie 47 5
MDP veneuze insuSiciëntie en het veneus ulcus 162 15
Casuïstiek dermatologie bij de huisarts 81 6
Casuïstiek als wrap-up van de cursus 50 4
,Bouw en functie huid
1. Stratum corneum
2. Epidermis:
- Meerlagig keratiniserend epitheel
- Cellen vernieuwen iedere maand basaal en migreren
naar boven waar ze zullen afschilferen
- Bevat melanocyten => pigmentatie huid zit in epidermis
3. Dermale-epidermale junctie
4. Bloedvaten in de dermis voor thermoregulatie
5. Dermis
- Collageen, elastine vezels en grondsubstantie
- Fibroblasten, dendritische cellen en monocyten
- Belangrijke rol in thermoregulatie en immuunsysteem
6. Hypodermis met subcutaan vet als isolatie en demping
7. Eccriene zweetklier
8. Haarfollikel met bulbus in diepe dermis
9. Sebumklieren met drainage in haarfollikel of eigen kanaaltje
Anamnese en dermatologische inspectie
Dermatologische anamnese
- Hoe begin je het gesprek?
o Jezelf voorstellen: arts, assistent, …
o Vragen naar klacht of reden consultatie
- Wat vraag je over de klacht?
o Ontstaanswijze
o Sinds wanneer
o Waar op lichaam
o Beloop:
§ 1ste episode
§ Recidief
§ Toenemend of constant
o Beïnvloedende factoren:
§ Werk
§ Hobby
§ Licht
§ Medicatie
§ …
o Andere familieleden zelfde klachten:
§ Infectieus
§ Genetisch
o Therapie:
§ Wat
§ Hoe lang
§ ESecten
§ Deed patiënt het correct?
o Impact op levenskwaliteit
o Oorzaak volgens patiënt
- Wat vraag je over verdere algemene voorgeschiedenis?
o Andere (huid)ziekten
o Huidziekten in de familie
o Atopie:
§ Astma
§ Hooikoorts
§ Eczeem
o Medicatie
o Allergie of overgevoeligheid
, Stap 1: Dermatologisch onderzoek met beschrijving van “PROVOKE”
- Basisprincipes van het dermatologisch onderzoek:
o Lichamelijk onderzoek:
§ Inspectie huid, haren, nagels en aangrenzende slijmvliezen
§ Palpatie
o Op afstand - dichtbij - goede verlichting
o Patroonherkenning
o Morfologisch onderzoek volgens eSlorescentie-systeem indien geen herkenning
- ESlorescentie = zichtbare veranderingen van de huid die met elkaar een huidaandoening vormen
→ ESlorescentieleer = dermatologische terminologie
o Monomorf: letsel bestaat uit 1 soort eSlorescentie
o Polymorf: meerdere eSlorescenties
→ Beschrijving van eSlorescenties hieronder besproken volgens “PROVOKE” mnemoniek
- Bij een adequaat onderzoek behoort men, naast eSlorescenties ook te letten op:
o Oppervlak:
§ Glad of ruw
§ Geplooid of gerimpeld
§ Verruceus
§ Papillomateus
§ Nattend of pussend
o Consistentie:
§ Week
§ Zacht of hard
§ Vast of elastisch
§ Fluctuatie
§ Pitting oedeem
§ Infiltratie
§ Induratie
o Sensibiliteit:
§ Hyperesthesie
§ Hypesthesie
Plaats
- Meeste huidziekten hebben een voorkeurslocatie
Rangschikking
- Gegroepeerd:
o Annulair = ringvormig
o Lineair = lijnvormig
o Bouquet = herpetiform
- Gedissemineerd = gelijkmatig verdeeld
- DiSuus = aaneengesloten
- Discreet = van elkaar gescheiden
- Reticulair = netvormig
- Confluerend = samenvloeiend
- Folliculair = gebonden aan follikels
- Solitair = 1 laesie
- Circumscript = omschreven, beperkt tot 1 gebied
- Regionaal = beperkt tot een groter gebied
- Segmentaal = bandvormig, dermatoom gebonden
- Gegeneraliseerd = over groot gedeelte van de huid
- Universeel = over de gehele huid