Samenvatting: Myofunctionele stoornissen
Hoofdstuk 1: Inleiding + verschillende types oromyofunctionele stoornissen
1) Myofunctionele stoornissen
1.1 Wat zijn orofaciale myofunctionele of afwijkende mondgewoonten?
Orofaciale myofunctionele stoornis = elk oraal en orofaciaal musculair patroon dat enerzijds
interfereert met de normale groei, de ontwikkeling of functie
v/d structuren of dat anderzijds op zichzelf afwijkend is. (ASHA,
1993)
SYNONIEMEN: - oromyofunctionele stoornissen (OMS)
- afwijkende mondgewoonten (AMG)
- schadelijke mondgewoonten (SMG)
Functionele oorzaken v disharmonie in orofaciale gebied = aangeleerde gewoonten die schadelijk
kunnen zijn voor het tandstelsel & gehele
orofaciale gebied
Afwijkende mondgewoonten (AMG)
KENMERKEN: - niet 1 factor geeft klachten, maar complex v factoren
- ene gewoonte kan tot een andere gewoonte leiden
- meerdere AMG treden vaak tegelijkertijd op
WIE: - kinderen
- jongeren
- volwassenen
SOORTEN: - zuiggewoonten (vb. duimzuigen)
- bijtgewoonten (vb. nagelbijten)
- habitueel mondademen
- tongpersen & afwijkend of infantiel slikken (= tong interdentaal geplaatst)
- flesvoeding (afh. v welke speen gebruikt wordt en hoelang)
NADELEN: - Vormveranderingen: - AMG veroorzaken organische afwijkingen
REDEN: functie bepaalt de vorm, vorm volgt de functie
GEVOLG: organische afwijkingen verhinderen herstel vfunctie
- Gezondheidsproblemen: - oorzaak: problemen met bovenste luchtwegen
VB: allergische reactie, hypertrofische adenoïde
Vicieuze cirkel: belemmerde neuspassage ->
mondademen met open mondhouding + lage
frontale tongpositie -> ingeademde lucht
minder gezuiverd, verwarmd & bevochtigd ->
kans op nieuw probleem bovenste luchtwegen
kunnen zowel oorzaak als gevolg zijn
- Functionele aspecten: ~ articulatie
~ slikken
NOOD AAN: - preventie
- tijdig ingrijpen en doorverwijzing
BELANGRIJK: Vicieuze cirkel
Afwijkende mondgewoonten
Verstoord functioneel evenwicht van orofaciale spieren
Vormveranderingen
1
,1.2 Uitgeoefende krachten op de tanden (fysiologie)
Oromyofunctionele stoornis = stoornis waarbij er in 1 v/d krachten iets foutloopt
occlusiekracht
Normale omstandigheden = krachten in evenwicht
tongkracht
faciale
kracht
draaikrachten mesiale kracht
1] Occlusiekrachten eruptiekracht
Occlusiekrachten = tanden BK tov tanden OK
WANNEER: - kauwen
- slikken
KENMERKEN: - niet constant aanwezig (niet altijd in occlusie)
- erg sterke kracht bij slikken & kauwen
M. Masseter aangespannen
- meestal zaak v/d OK, want BK is geen beweeglijke structuur
FUNCTIE: - dragen bij tot: ~ goede gezondheidstoestand in mond
~ de vitaliteit
~ versterking v/d anti-zwaartekrachtspieren
~ goed rechtop houden v/d tanden in symmetrische gebitsboog
~ afzetten v/e dicht weefsel op het alveolaire bot
STERKTE: - in normale geval: aanzienlijk
- in abnormale geval: gering
invloed tongpersen: ~ occlusiekracht doen afnemen
~ anti-zwaartekrachtspieren verslappen
2] Tongkrachten
Tongkrachten
WANNEER: - kauwen
- slikken
- spreken
KENMERKEN: - tong maakt voor-achterwaartse beweging tijdens slikken
- niet constant aanwezig
- sterke kracht
FUNCTIE: - verhemelte in breedte laten uitgroeien door druk v/d tong op processus alveolaris
-> processus alveolaris = adaptatiebot
STERKTE: - in normale geval: kracht in rust
- tijdens spreken: beperkt
- tijdens eten & slikken: kracht op palatum durum uitgeoefend
3] Eruptiekrachten
2
, Eruptiekrachten = kracht waarbij tanden gaan doorbreken/groeien en op zoek gaan nr antagonist
KENMERKEN: - vroeger: eruptie stopt als gebitselementen in occlusie komen met elkaar
- nu: eruptieproces gaat in langzamer tempo verder, maar stopt niet
- constante kracht
- lichte kracht
FUNCTIE: - compenseert verlies aan tandsubstantie op de kroon bij ouder worden
4] Faciale krachten/Krachten v faciale netwerk
Faciale krachten = kracht van wangen en lippen (spieren v/h aangezicht)
KENMERKEN: - constante kracht
VB: ~ wangen continu tegen elementen
~ lippen gesloten als we niet spreken
- lichte kracht
EIGENSCH: - actie in de ene spier werkt door in de andere
- antagonist voor spierkracht v/d tong
- bij abnormaal slikgedrag OF openmondgedrag -> invloed spierbundel vermindert
GEVOLG: ~ voorste tanden in labioversie
~ m.mentalis oefent zodanig sterke kracht uit --> onderste incisieven in
linguaversie
Occlusiekracht Tongkracht Eruptiekracht Faciale kracht
AANWEZIG Niet constant Niet constant Constant Constant
bij: - kauwen bij: - spreken
- slikken - slikken
- kauwen
STERKTE Erg sterk Sterk Licht Licht
Hoeveelheid druk/kracht de ortho nodig heeft om 1 fronttand te verplaatsen: 1,7gr
REDEN: fronttanden hebben niet echt een antagonist
faciale kracht (lippen) & tongdruk invloed op tandenstand
Tong kan bij slikken tot 500gr druk geven & lippen samen tot 300gr (onderlip: 100-300gr)
1.3 Oorzaken van myofunctionele stoornissen
1. Centrale stoornissen
ONTSTAAN: - door vernietiging v bep. hersendelen kunnen functies uitvallen/slecht functioneren
TOEP. OP: - primaire & secundaire mondgewoonten
zuigen, blazen, slikken, kauwen & spreken
VOORKOMEN: - hersenverlamming
- centrale zenuwaandoeningen (vb. ziekte v Parkinson)
- traumatisch opgelopen letsels
2. Ontwikkelingsstoornissen
ONTSTAAN: - door gering, gebrekkig of vertraagd functioneren v/d hersenen
WIE: minderbegaafden
KENMERK: - primaire functies blijven langer bestaan
- daarop gebouwde secundaire functies ontwikkelen niet of later
- verkeerde ontwikkeling v gewoontevorming door stimuleren v/d verkeerde
gewoonte
VB: - aard v/d speen bij flessenvoeding
- langdurig gebruik v vloeibaar of zacht voedsel
3
, GEVOLG: onderontwikkelde kauwspieren
3. Somatische factoren
VB: - allergieën
- tonsillitis, adenoïtis
- septumdeviatie
- spierziekten waarbij spieren niet normaal of niet reageren
- oorzaak in spier zelf gelegen
VB: myasthenie (= spierzwakte)
- functionele spierzwakte
KENMERK: - in rust: open mondhouding met lage slappe tongligging vooraan in mond
- bij proeven voor lip-, tong- en kauwspieren valt op hoe weinig beweeglijk
& vaardig die spieren zijn
- bouw & vorm v/d organen
WELKE: 1) Tong: ~ macroglossie = te grote tong
~ microglossie = te kleine tong
~ aglossie = afwezigheid v/d tong
~ ankyloglossie = vastliggend tongriempje
2) Lippen: ~ te korte bovenlip
GEVOLG: - bemoeilijkt sluiten v/d lippen
-> werkt mondademen in de hand
!!!: gewoonte om mond open te houden kan korte bovenlip in
hand werken
3) Kaken: ~ progenie = overontwikkeling v/d OK
~ prognatie = overontwikkeling v/d BK
4. Psychische factoren
VB: - fixatie aan orale fase
- gebrek aan motivering bij kind
KENMERK: ~ geringe vitaliteit
~ laag niveau v primaire driften (eetlust, oriëntatiedrang/nieuwsgierigheid)
-> ‘slome, futloze kind’
- bedreigde existentie
GEVOLG: ~ kind gaat zich niet buiten vertrouwde gewoonte begeven & nooit iets
nieuws ontdekken of proberen
~ kind regresseert naar vroeger ontwikkelingsniveau
- reacties vanuit milieu
WAT: ~ = een milieu waarin geen stimulering aanwezig is om oud gedrag te vervangen
door nieuw gedrag passend in persoonlijkheidsontwikkeling
GEVOLG: ~ nieuw aan te leren gedrag wordt niet versterkt, het oude gedrag wel
--> VB: ~ toelaten v duimzuigen bij oudere kinderen
~ toelaten dat grotere kleuters nog op fopspeen zuigen
5. Erfelijkheid
FACTOREN WIJZEND OP PREDISPOSITIE: - progenie & prognatie
- aanleg voor allergie & verstopping v/d bovenste lchtw
- gotisch verhemelte = hoge & smalle gehemelteboog
- te nauwe of te kleine maxilla
- macroglossie
- hypertonie v/d faciale spieren
- klasse II
4
Hoofdstuk 1: Inleiding + verschillende types oromyofunctionele stoornissen
1) Myofunctionele stoornissen
1.1 Wat zijn orofaciale myofunctionele of afwijkende mondgewoonten?
Orofaciale myofunctionele stoornis = elk oraal en orofaciaal musculair patroon dat enerzijds
interfereert met de normale groei, de ontwikkeling of functie
v/d structuren of dat anderzijds op zichzelf afwijkend is. (ASHA,
1993)
SYNONIEMEN: - oromyofunctionele stoornissen (OMS)
- afwijkende mondgewoonten (AMG)
- schadelijke mondgewoonten (SMG)
Functionele oorzaken v disharmonie in orofaciale gebied = aangeleerde gewoonten die schadelijk
kunnen zijn voor het tandstelsel & gehele
orofaciale gebied
Afwijkende mondgewoonten (AMG)
KENMERKEN: - niet 1 factor geeft klachten, maar complex v factoren
- ene gewoonte kan tot een andere gewoonte leiden
- meerdere AMG treden vaak tegelijkertijd op
WIE: - kinderen
- jongeren
- volwassenen
SOORTEN: - zuiggewoonten (vb. duimzuigen)
- bijtgewoonten (vb. nagelbijten)
- habitueel mondademen
- tongpersen & afwijkend of infantiel slikken (= tong interdentaal geplaatst)
- flesvoeding (afh. v welke speen gebruikt wordt en hoelang)
NADELEN: - Vormveranderingen: - AMG veroorzaken organische afwijkingen
REDEN: functie bepaalt de vorm, vorm volgt de functie
GEVOLG: organische afwijkingen verhinderen herstel vfunctie
- Gezondheidsproblemen: - oorzaak: problemen met bovenste luchtwegen
VB: allergische reactie, hypertrofische adenoïde
Vicieuze cirkel: belemmerde neuspassage ->
mondademen met open mondhouding + lage
frontale tongpositie -> ingeademde lucht
minder gezuiverd, verwarmd & bevochtigd ->
kans op nieuw probleem bovenste luchtwegen
kunnen zowel oorzaak als gevolg zijn
- Functionele aspecten: ~ articulatie
~ slikken
NOOD AAN: - preventie
- tijdig ingrijpen en doorverwijzing
BELANGRIJK: Vicieuze cirkel
Afwijkende mondgewoonten
Verstoord functioneel evenwicht van orofaciale spieren
Vormveranderingen
1
,1.2 Uitgeoefende krachten op de tanden (fysiologie)
Oromyofunctionele stoornis = stoornis waarbij er in 1 v/d krachten iets foutloopt
occlusiekracht
Normale omstandigheden = krachten in evenwicht
tongkracht
faciale
kracht
draaikrachten mesiale kracht
1] Occlusiekrachten eruptiekracht
Occlusiekrachten = tanden BK tov tanden OK
WANNEER: - kauwen
- slikken
KENMERKEN: - niet constant aanwezig (niet altijd in occlusie)
- erg sterke kracht bij slikken & kauwen
M. Masseter aangespannen
- meestal zaak v/d OK, want BK is geen beweeglijke structuur
FUNCTIE: - dragen bij tot: ~ goede gezondheidstoestand in mond
~ de vitaliteit
~ versterking v/d anti-zwaartekrachtspieren
~ goed rechtop houden v/d tanden in symmetrische gebitsboog
~ afzetten v/e dicht weefsel op het alveolaire bot
STERKTE: - in normale geval: aanzienlijk
- in abnormale geval: gering
invloed tongpersen: ~ occlusiekracht doen afnemen
~ anti-zwaartekrachtspieren verslappen
2] Tongkrachten
Tongkrachten
WANNEER: - kauwen
- slikken
- spreken
KENMERKEN: - tong maakt voor-achterwaartse beweging tijdens slikken
- niet constant aanwezig
- sterke kracht
FUNCTIE: - verhemelte in breedte laten uitgroeien door druk v/d tong op processus alveolaris
-> processus alveolaris = adaptatiebot
STERKTE: - in normale geval: kracht in rust
- tijdens spreken: beperkt
- tijdens eten & slikken: kracht op palatum durum uitgeoefend
3] Eruptiekrachten
2
, Eruptiekrachten = kracht waarbij tanden gaan doorbreken/groeien en op zoek gaan nr antagonist
KENMERKEN: - vroeger: eruptie stopt als gebitselementen in occlusie komen met elkaar
- nu: eruptieproces gaat in langzamer tempo verder, maar stopt niet
- constante kracht
- lichte kracht
FUNCTIE: - compenseert verlies aan tandsubstantie op de kroon bij ouder worden
4] Faciale krachten/Krachten v faciale netwerk
Faciale krachten = kracht van wangen en lippen (spieren v/h aangezicht)
KENMERKEN: - constante kracht
VB: ~ wangen continu tegen elementen
~ lippen gesloten als we niet spreken
- lichte kracht
EIGENSCH: - actie in de ene spier werkt door in de andere
- antagonist voor spierkracht v/d tong
- bij abnormaal slikgedrag OF openmondgedrag -> invloed spierbundel vermindert
GEVOLG: ~ voorste tanden in labioversie
~ m.mentalis oefent zodanig sterke kracht uit --> onderste incisieven in
linguaversie
Occlusiekracht Tongkracht Eruptiekracht Faciale kracht
AANWEZIG Niet constant Niet constant Constant Constant
bij: - kauwen bij: - spreken
- slikken - slikken
- kauwen
STERKTE Erg sterk Sterk Licht Licht
Hoeveelheid druk/kracht de ortho nodig heeft om 1 fronttand te verplaatsen: 1,7gr
REDEN: fronttanden hebben niet echt een antagonist
faciale kracht (lippen) & tongdruk invloed op tandenstand
Tong kan bij slikken tot 500gr druk geven & lippen samen tot 300gr (onderlip: 100-300gr)
1.3 Oorzaken van myofunctionele stoornissen
1. Centrale stoornissen
ONTSTAAN: - door vernietiging v bep. hersendelen kunnen functies uitvallen/slecht functioneren
TOEP. OP: - primaire & secundaire mondgewoonten
zuigen, blazen, slikken, kauwen & spreken
VOORKOMEN: - hersenverlamming
- centrale zenuwaandoeningen (vb. ziekte v Parkinson)
- traumatisch opgelopen letsels
2. Ontwikkelingsstoornissen
ONTSTAAN: - door gering, gebrekkig of vertraagd functioneren v/d hersenen
WIE: minderbegaafden
KENMERK: - primaire functies blijven langer bestaan
- daarop gebouwde secundaire functies ontwikkelen niet of later
- verkeerde ontwikkeling v gewoontevorming door stimuleren v/d verkeerde
gewoonte
VB: - aard v/d speen bij flessenvoeding
- langdurig gebruik v vloeibaar of zacht voedsel
3
, GEVOLG: onderontwikkelde kauwspieren
3. Somatische factoren
VB: - allergieën
- tonsillitis, adenoïtis
- septumdeviatie
- spierziekten waarbij spieren niet normaal of niet reageren
- oorzaak in spier zelf gelegen
VB: myasthenie (= spierzwakte)
- functionele spierzwakte
KENMERK: - in rust: open mondhouding met lage slappe tongligging vooraan in mond
- bij proeven voor lip-, tong- en kauwspieren valt op hoe weinig beweeglijk
& vaardig die spieren zijn
- bouw & vorm v/d organen
WELKE: 1) Tong: ~ macroglossie = te grote tong
~ microglossie = te kleine tong
~ aglossie = afwezigheid v/d tong
~ ankyloglossie = vastliggend tongriempje
2) Lippen: ~ te korte bovenlip
GEVOLG: - bemoeilijkt sluiten v/d lippen
-> werkt mondademen in de hand
!!!: gewoonte om mond open te houden kan korte bovenlip in
hand werken
3) Kaken: ~ progenie = overontwikkeling v/d OK
~ prognatie = overontwikkeling v/d BK
4. Psychische factoren
VB: - fixatie aan orale fase
- gebrek aan motivering bij kind
KENMERK: ~ geringe vitaliteit
~ laag niveau v primaire driften (eetlust, oriëntatiedrang/nieuwsgierigheid)
-> ‘slome, futloze kind’
- bedreigde existentie
GEVOLG: ~ kind gaat zich niet buiten vertrouwde gewoonte begeven & nooit iets
nieuws ontdekken of proberen
~ kind regresseert naar vroeger ontwikkelingsniveau
- reacties vanuit milieu
WAT: ~ = een milieu waarin geen stimulering aanwezig is om oud gedrag te vervangen
door nieuw gedrag passend in persoonlijkheidsontwikkeling
GEVOLG: ~ nieuw aan te leren gedrag wordt niet versterkt, het oude gedrag wel
--> VB: ~ toelaten v duimzuigen bij oudere kinderen
~ toelaten dat grotere kleuters nog op fopspeen zuigen
5. Erfelijkheid
FACTOREN WIJZEND OP PREDISPOSITIE: - progenie & prognatie
- aanleg voor allergie & verstopping v/d bovenste lchtw
- gotisch verhemelte = hoge & smalle gehemelteboog
- te nauwe of te kleine maxilla
- macroglossie
- hypertonie v/d faciale spieren
- klasse II
4