De Dunedin Study is een prospectieve studie die volgt hoe mensen
zich ontwikkelen van kind tot volwassene.
Kort uitgelegd:
Ongeveer 1037 kinderen geboren in 1972-1973 in Dunedin
(Nieuw-Zeeland) werden geselecteerd
Ze worden herhaaldelijk getest doorheen hun hele leven (op 3
jaar, 5 jaar, 7 jaar … tot volwassen leeftijd)
Onderzoekers meten van alles: persoonlijkheid, gedrag,
gezondheid, cognitieve ontwikkeling, sociale factoren
Doel: nagaan hoe kenmerken in de kindertijd samenhangen
met uitkomsten later in het leven (bv. gezondheid, succes,
criminaliteit)
Deze studie loopt al tientallen jaren en verzamelt gegevens over meerdere
domeinen zoals mentale gezondheid, cognitieve functies en lichamelijke
gezondheid.
Waarom is ze zo bekend?
Ze toont dat vroege eigenschappen (zoals zelfcontrole) sterk kunnen
voorspellen hoe iemand later functioneert.
Omdat dezelfde personen levenslang gevolgd worden, kan men
ontwikkeling over tijd echt goed bestuderen.
Caspi et al. – Role of Genotype in the Cycle of Violence (2002)
Onderzocht of genetische aanleg invloed heeft op agressief
gedrag na kindermishandeling.
Focus op het MAOA-gen (betrokken bij afbraak van
neurotransmitters).
Resultaat:
o Kinderen met lage MAOA-activiteit + mishandeling →
meer kans op antisociaal/gewelddadig gedrag.
o Mishandeling alleen was niet altijd voldoende; genetische
kwetsbaarheid speelde mee.
Conclusie: Genen en omgeving werken samen (gene-environment
interaction).
Caspi et al. – Influence of Life Stress on Depression (5-HTT gen)
, Onderzocht of stressvolle levensgebeurtenissen leiden tot
depressie, afhankelijk van genetische aanleg.
Focus op het 5-HTT (serotonine transporter) gen.
Resultaat:
o Mensen met de korte variant van het gen + veel stress →
meer kans op depressie.
o Mensen met de lange variant → minder gevoelig voor stress.
Conclusie: genetische aanleg beïnvloedt hoe sterk stress tot
depressie leidt.
DeCasper & Spence (1986) – Prenatal Maternal Speech
Onderzocht of baby’s stemgeluiden herkennen die ze al vóór de
geboorte hoorden.
Zwangere moeders lazen herhaaldelijk hetzelfde verhaaltje voor
tijdens de zwangerschap.
Na geboorte konden baby’s zuiggedrag aanpassen om dat bekende
verhaal opnieuw te horen.
Resultaat: baby’s gaven voorkeur aan het prenataal gehoorde
verhaal.
Conclusie: leren en geheugen beginnen al in de baarmoeder.
Sleep medicine
hoe slaap van baby’s en peuters verschilt tussen culturen.
Opzet van de studie:
Ouders uit verschillende landen (vooral Westerse vs. Aziatische
culturen) vulden vragenlijsten in over het slaapgedrag van hun jonge
kinderen (0–3 jaar).
Ze keken naar dingen zoals: bedtijd, nachtelijk wakker worden,
totale slaapduur en slaapomgeving (bijv. samen slapen met ouders).
Belangrijkste bevindingen:
Aziatische kinderen:
Gaan later slapen
Slapen vaker samen met ouders (co-sleeping)
Worden ’s nachts vaker wakker
Hebben gemiddeld minder totale slaap
Westerse kinderen:
Gaan vroeger slapen