Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Onderwijssociologie en beleid | VUB | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's

Collegeaantekeningen gecombineerd met slide-info voor het vak Onderwijssociologie en beleid aan de Vrije Universiteit Brussel. De aantekeningen behandelen de drie functies van een onderwijssysteem (kwalificatie, selectie/allocatie en socialisatie), de geschiedenis van onderwijs vanaf prehistorische samenlevingen tot de neolithische revolutie, en hoe de dominante economische productiemodus het onderwijssysteem vormt. Ideaal voor examenvoorbereiding: alle kernconcepten worden helder uitgelegd en de historische context helpt je de sociologische principes beter te begrijpen.

Voorbeeld van de inhoud

Onderwijssociologie en onderwijsbeleid
Wat is dit vak? We gaan zien dat onderwijssociologie en onderwijsbeleid sterk aan elkaar zijn gelieerd,
onderwijs is geen apart domein gescheiden van de maatschappij, maar leerlingen komen altijd met een
bepaalde rugzak binnen en we moeten daar altijd rekening mee houden.
Dit vak gaat dus om sociologie gespecialiseerd in het vak van het onderwijs, waarin onderwijssociologie
de wisselwerking tussen onderwijs als sociale institutie en onze maatschappij bestudeert. De
maatschappij wordt beïnvloed door het onderwijssysteem en vice versa.
Een onderwijssysteem heeft drie functies (=bouwstenen) (wat moet het doen en waarom hebben we
die?) = belangrijk voor het examen:
1) De kwalificatiefunctie: het aanleren van kwalificaties / vaardigheden aan mensen binnen het
domein (verwachten van een hartchirurg dat die weet wat die doet door opleiding)
2) De selectie -en allocatiefunctie: een onderwijssysteem selecteert bepaalde individuen en wijst
ze toe (=alloceren): hoe ingewikkelder je samenleving, hoe uitgesprokener deze selectie.
3) De socialisatiefunctie: we verwachten van een onderwijssysteem dat het ons bepaalde normen
en waarden (democratie, mensenrechten…) meegeeft zodat de samenleving makkelijker kunnen
functioneren.

Hoofdstuk 1: Een kleine geschiedenis van de mens: de totstandkoming
van onderwijs
Het onderwijssysteem is een universele institutie die we allemaal doorgaan. Dit heeft zowel voor -en
nadelen, omdat iedereen een eigen beeld ervan heeft. Het wijst op onze blik over het leren. Bepaalde
dingen zijn geen evidentie, zoals zittenblijven (bestaat niet in Scandinavië). We gaan zien dat het
onderwijssysteem doorheen de tijd is geëvolueerd en dat het in het begin heel informeel was.
Leerprocessen zijn essentieel in ons overleven, maar de manier waarop we leren, is sterk variabel en
hangt af van samenleving tot samenleving. Harari beweert in zijn werk Een kleine geschiedenis van de
mensheid dat je het heden enkel kunt begrijpen door het verleden te kennen, wat van hem een socioloog
maakt.
Wat is een institutie? Een georganiseerd patroon van gedrag, het zorgt ervoor dat we op een bepaalde
manier weten aan wat we ons moeten verwachten, dat onze sociale behoeften vervullen (een relatie
hebben, wordt uitgerekt tot een huwelijk bijvoorbeeld). Instituties structuren ons leven en dus gedrag
(op school leer je wat goed en slecht gedrag is). Instituties vervullen bepaalde functies zoals de het gezin,
de sociale orde etc.
Een schoolsysteem is een heel moderne institutie, want in oermensen gingen niet op deze manier
doceren. Leren blijft een constante doorheen de geschiedenis (= jonge generatie leert van de oudere
generatie), want men moet leren om te overleven (survival of the fittest). Wat zien we bij de sociale
organisatie van het leren? De leerprocessen passen zich aan aan externe noden, want dan verlies je een
link met je omgeving. De dominante economische productiemodus bepaalt dus je onderwijssysteem, je
school neemt kenmerken over van samenleving waar je je in bevindt. Zoals in een fabriek aan een
lopende band, waarin iedereen in uniform is en dezelfde stramien volgt.




De prehistorische samenleving

,De prehistorie wordt gekenmerkt door een gebrek aan schrift. We zijn ongenuanceerd over wat we
denken over de prehistorische mens (primitief en dom), maar deze kloppen niet. Ze hebben hetzelfde
brein, maar andere leerprocessen.
Jagerverzamelaars waren nomadisch en trokken dus rond en hadden een concentrisch leefgebied (gaan
opzoek naar voedsel en wanneer deze op was naar nieuw gebied). Waarom is dit belangrijk? Als je in zo
een groot leefgebied leeft, heb je een grote cognitieve map hebben (grote kaart, mentale representatie
van je omgeving). Die mensen kenden hun omgeving vanbuiten. Ze waren dus heel slim, maar veel van
die contextspecifieke kennis is verdwenen, aangezien men toen niet deed aan geschiedschrijving en we
enkel kunnen analyseren wat we in de bodem vinden.
Neolithische revolutie
Langzaamaan zien we deze concentraties veranderen van nomadisme naar sedentarisme (de neolithische
revolutie = men ontdekt landbouw = de eerste landbouwrevolutie). Er ontstaan vestigingen dankzij de
voedselproductie en dit brengt als gevolg een populatiegroei met zich mee. Men is begonnen met de
domesticatie van planten en daarna die van diersoorten. Deze landbouwtechnieken werden aangeleerd
binnen het gezin, vaak van vader tot zoon. Men blijft leren, aangezien landbouw komt met vallen en
opstaan. Gaandeweg ontstaat het geschrift, maar wat is het voordeel van schrift? Schrift zorgt ervoor dat
we weten wat de mensen toen dachten, waardoor de grens tussen leven en dood wordt overschreden
(vroeger stopte kennis na de dood van een groep).
De eersten die schrift in een elementaire vorm hebben ontwikkeld, zijn de Soemeriërs (3300 v.Chr.). Het
waren kleitabletten die werden geproduceerd als vorm van boekhouding. Niet alle Soemeriërs konden
schrijven, dit werd gedaan door een klein groepje elite die zelf niet deden aan landbouw die het bezit en
schulden van anderen gingen vastleggen. Dit was handig, omdat men na de dood van iemand wist
hoeveel hij had nagelaten (erfrecht).
In alles wat volgt, zien we een patroon dat analfabetisme eeuwenlang de norm blijft en dat schrift dus
geen medium is van massaonderwijs.
Middeleeuwen
Onderwijs is geen alomtegenwoordige bezigheid tijdens de Middeleeuwen. School heeft als betekenis
‘vrije tijd’ en vormt een uitwisseling tussen een groep elite die elkaar zaken bijleren. Er is weinige
intergenerationele sociale mobiliteit: er werd dus niet verwacht dat je als jongere generatie ging stijgen
in sociale klasse door onderwijs of meer werk, je bleef in dezelfde sector.
Een periode waarin je de productiviteit ziet groeien, want men leert uit onze fouten waardoor
landbouwtechnieken evolueren. Als iemand granen kan telen voor 10 mensen betekent dat 9 andere
mensen dit niet meer moeten doen en hiermee gaat het gepaard met een groeiende arbeidsdeling.
Arbeidsdeling is het geheel van rollen in het arbeidssysteem in je samenleving (wie heeft welke vorm
van arbeid, je functie in de samenleving). Hierdoor wordt de sociale organisatie van leren ook
complexer, want hoe ingewikkelder je samenleving wordt, hoe meer er van je wordt vereist om te kunnen
functioneren binnen die samenleving.
Eerste vorm van onderwijs in de Lage Landen: Domscholen en kloosterschool
Het beginpunt is ongeveer in de 7e eeuw waarin de Katholieke Kerk een grote rol spelen. Domscholen
zijn gericht op priesters en kloosterscholen op monniken die alles in het latijn onderwezen. We zien een
tweedeling in arbeid:
➢ Domscholen: er zijn er maar drie, dus de meesten hebben dit nooit gezien, want het ging op
hoofdarbeid. Priesters leerden om de Bijbel te lezen en teksten over te schrijven en feestdagen
berekenen. De meest getalenteerden kregen recht, filosofie en theologie. Dit heeft tot op de

, vandaag een fundament gecreëerd, aangezien we nog steeds een verdeling hebben in finaliteit
tussen wat je doet met je hoofd (ASO) en handarbeid (BSO).
➢ Kloosterscholen wordt gecategoriseerd binnen het handarbeid, waarin er meer ambachtelijke en
agrarische taken werden onderwezen en dat je adhv hard werk je dienstbaarheid betoonde aan
God.
Op de eerste plaats was natuurlijk de bedoeling om monniken en priesters te scheppen, maar in het
Frankische Rijk probeerden men vooral de heidense volkeren te verchristelijken. De bedoeling is om dit
op een indirecte manier te doen via priesters en monniken.
We zien dat er dus een selectieproces aan voorafgaat, want niet iedereen kan priester of monnik worden,
het is enkel voor een klein select groepje.
Er is een vorm van eurocentrisme in de wetenschappen waardoor we het oog verliezen op andere plekken
in de wereld. We weten heel weinig over de invloeden en interacties tussen de onderwijssystemen buiten
Europa. Elders in de wereld zijn we verder in het onderwijssysteem (eerste universiteit is gesticht in
Marokko in 859), terwijl bij ons in Bologna in 1088).
Parochiescholen (12e eeuw)
Het bleek dat die domscholen en kloosterscholen niet echt effect hadden in het Frankische rijk, dus ze
roepen een kerkelijke concilie bijeen om te denken over een strategie om heidense regio te
verchristelijken. Ze gaan opzoek naar iets directer: oprichting van parochiescholen. Hier is de bedoeling
dat mensen zelf naar school gaan en dat leken (=mensen binnen de katholieke kerk maar niet priesters)
jongens en meisjes (van 7-10 jaar) gingen doceren. Deze kinderen waren niet geletterd, maar kregen de
christelijke waarden en normen mee.
 Dit bleek effectiever, aangezien je rechtstreeks te werk ging en je de leerlingen zelf laat komen
= directe socialisatie. Wat blijkt handig voor de kerkhangers, de christelijke clerus heeft baat bij
het onderwijs, want ze krijgen macht in de samenleving. Deze elite draagt bij aan de samenhang.
Verstedelijking (14e eeuw)
In een agrarische samenleving heb je niet per se nood aan onderwijs (want landbouwer moet landbouw
kennen, maar de Bijbel niet kunnen lezen, alles wat belangrijk is, wordt generationeel overdragen, dus
moet niet opgeschreven worden).
In de 14e eeuw zien we dat de agrarische sector competitie krijgt en dat er een surplus aan voedsel is
door de stijgende productiviteit (een overschot aan voeding, waardoor je uw overschot gaat handelen
wat een hiërarchie gaat veroorzaken). Hieruit ontstaan een sterke ontwikkeling van klasse vorming
((landbouwers en handelaars) en schakelen we naar een agrarisch-commerciële samenleving.
De samenleving wordt complexer, want handelaars moeten kunnen rekenen. Deze handelaars gaan
handelen in centra, waardoor de steden meer gaan groeien, omdat de economie dit toelaat en hierdoor
wordt economische groei versterkt. Er komen andere scholen bij die meer gespecialiseerd zijn in
handelen.
Stedelijk onderwijs
De Gilden is een leerproces waarin een meestersmid een leerling begeleidt in een bepaald beroep, dit
was dus het verbreken van een traditioneel leerpatroon waarin kennis van de vader werd overgedragen
aan de zoon. Men kon nu meer doen aan beperkte vorm van sociale mobiliteit.
➢ Je was eerst een leerling, dan gezel en dan een meester (4-5 jaar lang): dit is rechtstreeks te
herleiden naar bachelor – master structuur in het onderwijs vandaag (het doel is om meester te
worden om iets te kunnen leren aan leerlingen).

, Die handelaars gingen vaak naar de Franse school, want dat was de dominante taal om je afzetmarkt te
kunnen vergroten. De economie geraakt gedifferentieerd, waardoor je onderwijs dat ook doet. De noden
van je samenleving hangen samen met de organisatie van je school.
 Het verleden leeft in het heden: we zien dat de Gilden en de Franse school nog steeds een impact
hebben op het hedendaags beroepsonderwijs. Aanvankelijk groeien er meerdere soorten scholen
in de grootsteden. Dit is ook logisch, aangezien uw grootste concentratie aan mensen hier
verblijft en die andere vaardigheden nodig heeft om nuttig te zijn in de samenleving.
Hoofdelijk onderwijs (16e-18e eeuw) in dorpsschooltjes
We zien stilaan dat er in dorpjes kleine scholen beginnen te
ontstaan. Dit is een school waarin je alle leerlingen
(ongeacht leeftijd of geslacht) in één ruimte steekt en wordt
onderwezen door een leraar, iemand die kon lezen of
schrijven. Het noemt ‘hoofdelijk’, omdat je per ‘hoofd’ / les
betaalt. Waarom is het belangrijk om per les te bepalen? Er
was geen structurele aanwezigheid, dus afhankelijk van je
leven maakte je daar tijd voor.
Hoe gaat het op zijn werk? Iedereen kreeg een individuele
opdracht, die je thuis maakte en dan beurtelings besprak met
je schoolmeester. Er was dus geen sprake van gelijktijdige klassikale instructie, want er was ook geen
schoolbord aanwezig. Deze scholen werden niet door de clerus opgericht, maar door mensen met
christelijke waarden. De overtuigingen uit de kerk werden dus doorgevoerd in deze dorpsschooltjes.
Dit rijpte het idee dat ook landbouwers naar school konden (wat nu een evidentie is, maar toen niet).
Agrarische revolutie (tweede landbouwrevolutie)
We hebben nu te maken met een exponentiële groei in productiviteit in 1750. We hebben machines, in
plaats van spierkracht. Deze industrialisatie begon in het VK en kwam zo naar België. Het
onderwijssysteem begint zich te kopiëren: we gaan opzoek naar efficiëntie (nood aan klassikale
instructie, alles aan de lopende band zoals in een fabriek).
Landbouw als dominante sector verdwijnt. Dit was al een beetje tijdens de periode van commerce, maar
werd nog meer tijdens de industrialisatie. Deze industrialisatie laat op zijn beurt een enorme groei toe
in verstedelijk, omdat je nu nog meer mensen kan voeden. De samenleving wordt weer complexer door
gespecialiseerde rollen. Als je meer mensen
fabrieksarbeiders laat worden, gaan de fabrieken ook meer
kunnen groeien.
Qua leerstof veranderde er niet zo veel, men ging gewoon
meer specialiseren op fabriekvaardigheden. De basis krijg
je aangeleerd, maar met meer specialisatie. Hierdoor daalt
het analfabetisme, omdat de economie dit verlangt en
verwacht. Die herkenbaarheid in de vorming van het
institutieonderwijs begint dus nu te vormen.
Groeiende roep om staatsonderwijs
De religie raakt niet verdwenen, maar die wordt meer in vraag gesteld. Een belangrijk debat blijft nu of
dat religie een belangrijke factor moet spelen in het onderwijs of niet? We zien de vorming van
natiestaten en deze overheden willen onderwijs kunnen organiseren, want we hebben gezien bij die

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
29 mei 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$11.03

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
2 weken geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen