Burgerlijk recht
Zwaartepunten van het vermogensrecht
Deel 2: Verbintenissenrecht
Rixt Haaijer
maart 2021
,1
,Hoofdstuk 13: verbintenis en verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht: het deel van het objectieve recht dat de verbintenissen regelt.
Verbintenis: een vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen krachtens welke
de één is gerechtigd tot een gedraging die de ander verplicht is ten opzichte van hem te
verrichten.
- kern: een combinatie van een vorderingsrecht en een schuld.
- veroordelings mogelijkheid: een rechtsvordering van de schuldeiser, de
schuldenaar is aansprakelijk.
- executie mogelijkheid: de schuldeiser moet de nakoming van een vonnis kunnen
realiseren, de schuldeiser heeft de bevoegdheid het vonnis ten uitvoer te leggen.
Vorderingsrecht: een bevoegdheid die de rechthebbende enkel kan handhaven
tegenover een bepaald persoon of bepaalde personen, een relatief recht.
2
, Hoofdstuk 14: de bronnen van de verbintenis
→ Een obligatoire overeenkomst roept verbintenissen in het leven, een liberatoire
overeenkomst doet verbintenissen tenietgaan.
Rechtsregel: een regel uit het objectieve recht.
Rechtsfeit: een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt. Geen
wettelijk begrip, maar een begrip uit de rechtswetenschap.
Rechtsgevolg: een gevolg in de wereld van het recht, bijv. het ontstaan van een
verbintenis en daarmee een subjectief recht in de vorm van een vorderingsrecht of juist
het tenietgaan daarvan.
→ de rechtsregel maakt een bepaalde gebeurtenis tot rechtsfeit, waardoor in concreto
het rechtsgevolg tot stand komt, dat tot dat moment slechts in abstracto in de
rechtsregel was geformuleerd.
Rechtshandeling: een menselijke handeling die gericht is op het tot stand brengen van
een rechtsgevolg. Vanaf art. 3:32 BW.
Voor een rechtshandeling is een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard nodig, art. 3:33 BW.
- meerzijdige rechtshandeling: voor de totstandkoming van de rechtshandeling
moeten ten minste twee personen samenwerken.
- eenzijdige rechtshandeling: wordt door slechts één persoon tot stand gebracht.
1. ongerichte: een rechtshandeling die niet is gericht tot een bepaalde
persoon.
2. gerichte: een rechtshandeling die tegen een of meer bepaalde personen is
gericht
Wederkerige overeenkomst: indien elk van beide partijen een verbintenis op zich neemt
ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar
verbindt, art. 6:261 BW.
Eenzijdige overeenkomst: slechts één van beide partijen neemt een verbintenis op zich
tegenover de verplichting van de ene partij staat geen verplichting voor de andere.
Onrechtmatige daad: er ontstaat een rechtsgevolg onafhankelijk van de wil van de
handelende persoon, het is een rechtsfeit, maar geen rechtshandeling.
- ook bij rechtmatige daden blijft de wil buiten beschouwing
Bloot rechtsfeit: rechtsfeiten die niet uit gedragingen van personen bestaan;
minderjarigheid of dood.
Manieren waarop uit de wet kan voortvloeien dat een bepaald feit een verbintenis
doet ontstaan:
- de wet wijst feiten aan
3
Zwaartepunten van het vermogensrecht
Deel 2: Verbintenissenrecht
Rixt Haaijer
maart 2021
,1
,Hoofdstuk 13: verbintenis en verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht: het deel van het objectieve recht dat de verbintenissen regelt.
Verbintenis: een vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen krachtens welke
de één is gerechtigd tot een gedraging die de ander verplicht is ten opzichte van hem te
verrichten.
- kern: een combinatie van een vorderingsrecht en een schuld.
- veroordelings mogelijkheid: een rechtsvordering van de schuldeiser, de
schuldenaar is aansprakelijk.
- executie mogelijkheid: de schuldeiser moet de nakoming van een vonnis kunnen
realiseren, de schuldeiser heeft de bevoegdheid het vonnis ten uitvoer te leggen.
Vorderingsrecht: een bevoegdheid die de rechthebbende enkel kan handhaven
tegenover een bepaald persoon of bepaalde personen, een relatief recht.
2
, Hoofdstuk 14: de bronnen van de verbintenis
→ Een obligatoire overeenkomst roept verbintenissen in het leven, een liberatoire
overeenkomst doet verbintenissen tenietgaan.
Rechtsregel: een regel uit het objectieve recht.
Rechtsfeit: een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt. Geen
wettelijk begrip, maar een begrip uit de rechtswetenschap.
Rechtsgevolg: een gevolg in de wereld van het recht, bijv. het ontstaan van een
verbintenis en daarmee een subjectief recht in de vorm van een vorderingsrecht of juist
het tenietgaan daarvan.
→ de rechtsregel maakt een bepaalde gebeurtenis tot rechtsfeit, waardoor in concreto
het rechtsgevolg tot stand komt, dat tot dat moment slechts in abstracto in de
rechtsregel was geformuleerd.
Rechtshandeling: een menselijke handeling die gericht is op het tot stand brengen van
een rechtsgevolg. Vanaf art. 3:32 BW.
Voor een rechtshandeling is een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard nodig, art. 3:33 BW.
- meerzijdige rechtshandeling: voor de totstandkoming van de rechtshandeling
moeten ten minste twee personen samenwerken.
- eenzijdige rechtshandeling: wordt door slechts één persoon tot stand gebracht.
1. ongerichte: een rechtshandeling die niet is gericht tot een bepaalde
persoon.
2. gerichte: een rechtshandeling die tegen een of meer bepaalde personen is
gericht
Wederkerige overeenkomst: indien elk van beide partijen een verbintenis op zich neemt
ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover jegens haar
verbindt, art. 6:261 BW.
Eenzijdige overeenkomst: slechts één van beide partijen neemt een verbintenis op zich
tegenover de verplichting van de ene partij staat geen verplichting voor de andere.
Onrechtmatige daad: er ontstaat een rechtsgevolg onafhankelijk van de wil van de
handelende persoon, het is een rechtsfeit, maar geen rechtshandeling.
- ook bij rechtmatige daden blijft de wil buiten beschouwing
Bloot rechtsfeit: rechtsfeiten die niet uit gedragingen van personen bestaan;
minderjarigheid of dood.
Manieren waarop uit de wet kan voortvloeien dat een bepaald feit een verbintenis
doet ontstaan:
- de wet wijst feiten aan
3