Psychologie – KINE
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1: OM TE BEGINNEN..................................................................5
1.1 What’s in a name.................................................................................................5
1.2 Belang van kritisch denken..................................................................................5
1.3 Freud en psychologie..........................................................................................6
1.4 Een beknopt historisch overzicht.........................................................................6
1.5 Methodologische eisen voor wetenschappelijk....................................................7
Systematisch empirisme
Publiek verifieerbare kennis
Toetsbare theorieën en uitspraken
1.6 Van kennis tot wetenschappelijke wet.................................................................8
1.7 Onderzoeksmethoden.........................................................................................8
Naturalistische observatie
Gevalstudie/ case study
Interviews
Surveys
Tests/ psychologisch onderzoek
Correlationele studies/ correlationeel onderzoek
Experimentele methode
1.8 Enkele exemplarische voorbeelden...................................................................12
Gevalstudie: zitten er grootmoedercellen in onze hersenen?
Correlationele studie 1: vragenlijsten en het voorspellen van gedrag
Correlationele studie 2: wat heet dan gelukkig zijn?
Experimentele studie: komen mannen werkelijk van mars?
Experimentele studie 2: voelen zonder te voelen
1.9 Ethische kwesties in onderzoek met mensen en...............................................18
1.10 Om te onthouden.............................................................................................18
HOOFDSTUK 3: PAVLOVS HOND EN THORNDIKES KAT...........................19
3.1 Sporters, gokkers en ratten met een goeie neus...............................................19
3.2 Twee vormen van leren.....................................................................................19
Klassieke of pavloviaanse conditionering
Operante of instrumentele conditionering
3.3 Wat we leerden van de honden van Pavlov.......................................................20
Het proces van conditionering
Geconditioneerde aversie
Klassieke conditionering in het dagelijkse leven
3.4 Over ratten en duiven in kooien… en over mensen...........................................23
De kracht van bekrachtiging
Secundaire bekrachtiging, shaping en chaining voor het moeilijke werk
3.5 APOPO-ratten in actie.......................................................................................26
3.6 Spaart wie zijn kind liefheeft de roede (niet)?....................................................27
1
, 3.7 De bijgeloof experimenten.................................................................................28
3.8 Operante conditionering en de behavioristische................................................30
3.9 Andere soorten leergedrag................................................................................31
Behaviorisme in de jaren 2000
3.10 Om te onthouden.............................................................................................32
HOOFDSTUK 4: De wortel en de stok.............................................................33
4.1 Het Monty Hall-dilemma....................................................................................33
Hoe vaak stoot een ezel zich aan dezelfde steen?
Zijn duiven slimmer dan wiskundigen?
4.2 Falende beloningen...........................................................................................34
Biologische beperkingen bij conditionering
Onverwacht gedrag van kinderen en volwassenen
Het principe van de wortel en de stok
4.3 Beloningen, stereotypie en problemen oplossen...............................................36
4.4 Joodse wijsheid.................................................................................................37
Motivatie als drijvende kracht
4.5 Punished by rewards.........................................................................................39
Meer zakgeld voor een goed rapport?
Betalen per prestatie
4.6 Hi j en zi j wel, maar ik niet................................................................................40
Wie braaf is, krijgt lekkers, wie stout is de roe
4.7 Skinners principes bi j duiven en bi j mensen … uit...........................................41
4.8 Skinner versus positieve psychologie................................................................43
4.9 Om te onthouden...............................................................................................43
HOOFDSTUK 6: Is daar iemand?....................................................................44
6.1 Wie is de snelste?.............................................................................................44
6.2 Werkt afvallen beter als je alleen eet?...............................................................44
6.3 Sociale belemmering en sociale facilitatie.........................................................44
3 experimenten die wijzen op sociale belemmering bij aanwezigheid van een
Experimenten die wijzen op sociale facilitatie bij aanwezigheid van anderen
6.4 Integratiehypothese van Zajonc.........................................................................47
De sociale-activatie hypothese van Zajonc:
6.5 Sociale facilitatie op de werkvloer......................................................................48
6.6 De avatar als soortgenoot..................................................................................49
6.7 Sociaal parasiteren............................................................................................49
6.8 Stiekem profiteren.............................................................................................50
6.9 Sociaal parasiteren begrepen vauit de sociale-.................................................50
6.10 Waarvoor zoek je nu best gezelschap?...........................................................51
6.11 Om te onthouden.............................................................................................51
HOOFDSTUK 7: Wat doen anderen?..............................................................52
7.1 Over mode, een medewerkster van McDonald’s en..........................................52
7.2 Conformisme of hoe een meerderheid ons gedrag............................................52
Van sociale beïnvloeding naar innerlijke acceptatie
Van sociale beïnvloeding naar ongewenste interpretaties
Van sociale beïnvloeding naar openlijke volgzaamheid
Omstandigheden en mate van conformisme
De invloed van het aantal
Conformisme door informatieve beïnvloeding
2
, Een andere dissident in de groep: wat nu?
Is conformisme historisch en cultureel bepaald?
7.3 Gewenste en ongewenste effecten van normatieve..........................................56
7.4 Innovatie, o f hoe een minderheid toch invloed kan...........................................57
Theorie van Moscovici
7.5 Gehoorzaamheid aan een autoriteit...................................................................60
Situationele beïnvloeding
Informatieve beïnvloeding
De experimenten van Milgram en de medewerkster van de McDonalds
7.6 Het effect van situationele factoren bi j het helpen............................................62
Hoe meer, hoe minder …
7.7 om te onthouden................................................................................................65
HOOFDSTUK 8: WAAROM DOET DIE DAT?..................................................66
8.1 Worden priesters pedofielen of worden pedofielen............................................66
8.2 Causale attributie of de vraag waarom iemand zich..........................................66
8.3 Gebrek aan consensus......................................................................................67
8.4 Opvallendheid...................................................................................................67
8.5 De fundamentele attributiefout...........................................................................68
8.6 Culturele verschillen in attributie........................................................................69
8.7 Het verschil tussen actor en observator.............................................................69
8.8 De taak van een psychotherapeut.....................................................................71
8.9 Geef de verklaring die het beste in jouw kraam.................................................72
8.10 Attributie en reputatie: situationele...................................................................72
8.11 Blaming the booze… want (enkel) mannen weten...........................................72
8.12 Om te onthouden.............................................................................................73
HOOFDSTUK 10: KIEZEN EN OORDELEN.....................................................75
10.1 Enkele vragen..................................................................................................75
10.2 Representativiteitsheuristiek............................................................................75
Linda-effect
Wanneer minder meer wordt
Wanneer weinig niet genoeg is
The gambler’s fallacy
De beste stuurlui… kennen geen toeval
Intuïtieve experts versus droge statistiek
Verdelingslogica
Regressie naar het gemiddelde
10.3 De kracht van availabilityheuristiek..................................................................80
10.4 Redeneren met probabiliteiten.........................................................................81
Omkeren van voorwaardelijke kansen
De fout van optimisten
10.5 Dat kan geen toeval zijn..................................................................................82
10.6 Self-fulfilling prophecies...................................................................................82
10.7 Verankering en aanpassing: over de Beatles en.............................................83
10.8 Thinking Fast en Slow: de tweeprocessentheorie............................................84
10.9 Om te onthouden.............................................................................................85
HOOFDSTUK 11 Hoe voel je je?......................................................................86
11.1 Hoe portefeuilles en fototoestellen veranderen in............................................86
11.2 Emotie-émotion-exmovere- emovere...............................................................86
3
,11.3 Dierlijke emoties..............................................................................................86
11.4 Emoticons, emoties en leugendetectie aan.....................................................87
Emotionele gezichten
Hoorbare en voelbare emoties
Conclusie
Een breder palet van emoties
11.5 Emoties in Babylonië.......................................................................................89
Mijn emoties of onze emoties?
Culturele verschillen bij atleten en in cartoons
Reacties op onrechtvaardigheden en mislukkingen in amerika en nepal
11.6 Emoties kleuren onze perceptie in het labo.....................................................92
11.7. En elders........................................................................................................92
11.8 En sturen onze aandacht.................................................................................93
11.9 De risico’s als je me kwaad maakt...................................................................93
11.10 Kwade Jan is de baas....................................................................................94
11.11 Emoties aan de onderhandelingstafel ...........................................................95
11.12 Opvliegend Jantje, Kwade Jan?....................................................................95
11.13 Wat heet dan gelukkig zijn. In verschillende..................................................96
11.14 Gelukkig zijn, Facebook en Geld...................................................................96
11.15 Om te onthouden...........................................................................................97
4
,HOOFDSTUK 1: OM TE BEGINNEN
Over waar psychologie over gaat en hoe psychologen onderzoek verrichten
1.1 What’s in a name
Iedereen lijkt te weten wat het woord psychologie precies inhoudt. We worden voortdurend
geconfronteerd met psychologie (bv. TV, radio, kranten, boekenwinkel,…), maar meestal gaat het
niet over wetenschappelijke psychologie. Dit vak gaat over wetenschappelijk verantwoorde kennis
in verband met psychologie.
We bestuderen het verschil tussen wetenschappelijke psychologie en psychologie uit het
dagelijks leven
(Bv. leugendetectors werken niet,…)
De wetenschappelijk verantwoorde kennis van psychologen wordt tegelijkertijd over- en
onderschat
Er zijn verschillende definiëringen van psychologie
Roediger et al.: Psychologie = De wetenschappelijke studie van de mentale processen en
gedrag (van buitenaf observeerbaar)
Zimbardo et al. Psychologie = De empirische studie van het gedrag en de mentale
processen.
Het domein dat de wetenschappelijke psychologie bestrijkt is zeer breed, er zijn enorm veel
verschillende disciplines in de wetenschappelijke psychologie.
48-divisies van de APA = American Psychological Association (Amerikaanse
beroepsvereniging bestaande uit 48 psychologische instellingen met universitair
geschoolde psychologen).
Het gaat dus over ‘gedrag’ en ‘mentale processen’ in de brede zin van het woord.
Psychologie is niet de enige wetenschappelijke discipline die het gedrag bestudeert.
Ook de sociologie, rechten, economie,.. bestudeert het gedrag en de mentale processen,
maar dan uit een ander gezichtspunt en met andere methoden.
1.2 Belang van kritisch denken
Stanovich (2010): De psychologie als wetenschappelijke discipline vereist kritisch denken. Die
kritische houding is vereist om wetenschappelijke psychologie te onderscheiden van andere
kennis. Psychologie betwist ongefundeerde uitspraken van pseudo- wetenschappelijke aard
⇒ Pseudowetenschap = Elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren,
die niet gebaseerd is op empirische observatie of op de wetenschappelijke methode
(Bv. astrologie, grafologie, toekomstvoorspelling,...)
40% tot 75% van de mensen hecht geloof pseudowetenschap zoals telepathie,
helderziendheid, psychische heelkunde,… Empirische studies hebben evenwel
aangetoond dat dergelijke fenomenen nutteloos zijn.
Studie van Daryl Bem over voorspellen van toekomst
Volgende is 1 van die 9 experimenten:
⇢ 36 proefbeurten waarbij de proefpersoon uit twee gordijnen op een
computerscherm moest kiezen (door drukken op een knop)
5
, ⇢ Pas na de antwoordkeuze koos de computer random achter welk gordijn een
erotische afbeelding te zien zou zijn (50%).
⇢ Bem ging ervan uit dat de proefpersonen hoopten dat ze telkens het gordijn
zouden kiezen dat de erotische afbeelding verborg
RESULTAAT:
⇢ In 53,1% van de proefbeurten kozen de proefpersonen voor het juiste gordijn met
de erotische afbeelding
⇢ 53,1% is meer dan 50% (bij louter toeval) dus Bem besloot dat de mensen de
toekomst kunnen voorspellen
⇢ Heranalyse toont aan dat de bevindingen op misleidende manier werden voorgesteld en
dat het niet mogelijk is om in de toekomst te kijken.
⇢ Na 90 jaar aan studies is er nog steeds geen betrouwbaar bewijs voor het bestaan van
dergelijke fenomenen
1.3 Freud en psychologie
De psychologie als wetenschappelijke discipline is tamelijk onbekend bij het grote publiek.
Gevraagd naar namen van bekende psychologen, komen de meeste niet verder dan Freud,
Jung en Skinner.
Freud en Jung waren geneesheren en geen psychologen.
Hun theorieën worden argwanend bekeken door de grote meerderheid van de
psychologen uit de wetenschappelijke wereld.
Minder dan 10% van de APA-leden onderschrijven ideeën van Freud (psychoanalyse),
nog minder onderschrijven de ideeën van Jung.
Freuds methode van onderzoek (afleiden van wetmatigheden uit klinische gevalstudies)
is niet representatief voor de gangbare psychologische onderzoeksmethoden.
Stanovich spreekt van het ‘Freud probleem’
= associatie van psychologie met de psychoanalyse.
1.4 Een beknopt historisch overzicht
Psychologie is een vrij jonge discipline
In 1878 opende Willhelm Wundt het eerste laboratorium voor experimentele psychologie
Pyschologie heeft zijn wortels in filosofie en fysiologie
Tweevoudig karakter van psychologische kennis
Geestenwetenschappelijke onderzoeksmethodes (waar verklaring centraal staat)
Positief wetenschappelijke onderzoeksmethoden (waar predictie centraal staat)
Historie van filosofie
Rationalisme: ratio is criterium voor geldige kennis, dualistische visie (geest en
lichaam gescheiden)
Empirisme en associatisme: zintuigelijke kennis als criterium voor geldige kennis
gebaseerd op systematisch empirisch onderzoek
Historie van fysiologie
Geleid tot de ontmaskering van de mythe van het decartiaanse bewustzijn als niet-
materiële substantie
Het onderwerp in psychologie
Eerste experimenten: bewustzijn en het onbewuste
Na de 2e wereldoorlog: gedragswetenschappen
6