ORGANISATIE EN GOVERNANCE VAN DE BELGISCHE GEZONDHEIDSZORG EN
ZIEKTEVERZEKERING
Bestuursniveaus
- Federale niveau:
- 3 gewesten (territorialiteit: economie, werkgelegenheid, huisvesting...): Vlaams, Waals en
Brussels gewest
- 3 gemeenschappen (persoonsgebonden materie: cultuur, gezondheidszorg...): Vlaamse,
Franse en Duitstalige
Er zijn 6 staatshervormingen geweest om tot deze gewesten en gemeenschappen te komen -> 2
belangrijkste:
- 2de staatshervorming (1980): vele bevoegdheden werden overgedragen naar
gemeenschappen:
o Beleid over zorgenverstrekkingen in en buiten verplegingsinstellingen, met
uitzondering van: organieke wetgeving (basisreglementering), financiering van
exploitatie (van de werking), ziekte- en invaliditeitsverzekering, basisregels voor
programmatie, basisregels voor financiering van infrastructuur, nationale
erkenningsnormen, voorwaarden voor aanwijzing tot universitair ZH => deze bleven
op federaal niveau
- 6de staatshervorming (2014): vond plaats na de bevoegdheidsoverdracht -> moment waarop
alles beslist is geweest maar het heeft nog vele jaren geduurd vooraleer financiering
overgedragen werd van nationaal naar deelstaten -> dit blijft wel nog federaal:
o Krachtlijnen en basisregeling curatieve gezondheidszorg (gezondheidsverzekering)
o Basisinstrumenten voor kostenbeheersing: programmatie, financiering van
werkingskosten en terugbetalingen van medische prestaties
Overheid instrumenten:
- Programmatie = hoeveel je van iets nodig hebt => hiervoor worden criteria’s opgesteld
(hoeveel ZH mogen er zijn? Hoeveel bedden binnenin het ZH?) => legt aantallen vast om
controle te houden (max zoveel bedden voor materniteit per 1000 geboortes)
- Erkenning (wel overgedragen => Vlaams): hoe een materniteit kamer er bijvoorbeeld moet
uitzien => zorgt voor kwaliteit binnen de programmatie
o Algemene normen voor ZH: architectonisch, functioneel, organisatorisch (personeel)
o Specifieke normen voor ZH functies: apotheek, brandwondencentrum, medische
diensten (wat is een functie + aan wat moet het voldoen)
- Financiering:
o Financiering van infrastructuur (Vlaams): VIPA financiert ZH, ouderenvoorzieningen,
infrastructuur voor personen met een handicap, jeugdhulp, gezinnen met kinderen
(crèches) -> Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
o Financiering van werkingskosten (federaal): Budget Financiële Middelen (BFM) (FOD
Volksgezondheid), forfaits (dag ZH) (RIZIV), GM (RIZIV)…
Moeilijkheid: erkenning/sommige financieringen worden in een deelstaat beslist, maar de
financiering ervan komt uit een gemeenschappelijke federaal pot => Vlaams niveau moet altijd
toestemming vragen aan federaal niveau
IMC’s = InterMinisteriële Conferentie = opgericht om het overleg en de samenwerking tussen de
Staat, Gemeen-schappen en Gewesten te bevorderen -> samengesteld uit de 3 regeringen ->
binnenin worden protocolakkoorden (concrete afspraken over het te voeren beleid) afgesloten
(begeleiden het overleg)
Federale actoren: Federaal Parlement: maakt federale wetten / Federale Regering: voert federale
wetten uit
FPS Social Security = Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale
Zekerheid
1
,FPS Health, Food Chain Safety and Environment = FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de
Voedselketen en Leefmilieu
FAMPH = FAGG = Federaal Agentschap voor GM en Gezondheidsproducten
NIHDI = RIZIV = Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (samen met ziekenfondsen
verantwoordelijk voor alles wat met ziekteverzekering heeft te maken)
NSSO = RSZ = Rijksdienst voor Sociale Zekerheid
SSSE = RSVZ = Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandig
Geschiedenis van Belgische ziekteverzekering
1883 in Duitsland: Bismarck voerde verplichte ziekteverzekering in: gebaseerd op sociale
bijdragen van werknemers en gevers => principes: alleen wie bijdragen betaalde, kon ook genieten
van een uitkering (geen universele dekking)
1942 in VK: Beveridge-model: gebaseerd op belastingen en universele dekking:
solidariteitsmechanisme
Bismarck Beveridge
Sociale zekerheidssystemen National Health Service
Financiering via bijdragen van werkgevers en
Financiering via belastingen
nemers op loon en belastingen
Beleid: werknemers en gevers + overheid Beheer: centrale aansturing door de overheid
Private en publieke verstrekkers en
Vooral gesalarieerde zorgverstrekkers
voorzieningen (meestal not for profit)
Nauwelijks eigen bijdragen (remgelden) voor
Meestal eigen bijdragen (remgelden) voor PTen
PTen
=> België: begon met Bismarck, maar gaat steeds meer naar Beveridge -> omdat de overheid
steeds meer controle wil hebben over gezondheidszorg
Einde 19de eeuw in België: onderlinge bijstand van leden tegen risico’s van ziekte, werkloosheid &
arbeids-ongeschiktheid -> vooral georganiseerd via (verzuilde) organisaties zoals mutualiteiten, met
vrije aansluiting
Begin 20e eeuw: groepering van mutualiteiten in nationale associaties volgens politieke of
ideologische achtergrond
1944: sociale zekerheid wordt geïntroduceerd: invoeren van een verplichte ziekte- en
invaliditeitsverzekering voor werknemers met een arbeidsovereenkomst, verplicht maken van
pensioenverzekering, gezinsbijslagen, en werkloosheidsverzekering -> financieren van sociale
zekerheid via verplichte bijdragen door werkgevers en nemers
"Sint Jansakkoord" 1964:
- Artsenverenigingen moeten tariefakkoorden afsluiten met de ziekenfondsen
- Artsen hebben enkel raadgevende stem in het Beheerscomité van het RIZIV
- Dezelfde terugbetalingsvoorwaarden gelden voor geconventioneerde en niet-
geconventioneerde artsen
- Gedeeltelijke conventionering is mogelijk
Financiering van ziekteverzekering
3 stelsels binnen de sociale zekerheid:
- Voor werknemers: via RSZ (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid)
- Voor ambtenaren: via hun werkgever
- Voor zelfstandigen: via RSVZ (Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen)
Zeven takken van klassieke sociale zekerheid:
- RVP: Rijksdienst voor Pensioenen
- RVA: Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
- RIZIV: Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
- RKW: Rijksdienst voor Kinderbijslag (nu FAMIFED)
- FAO: Fonds voor Arbeidsongevallen (nu FEDRIS)
- FBZ: Fonds voor Beroepsziekten (nu FEDRIS)
- RJV: Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie
-> Globaal Financieel Beheer: systeem waarbij alle takken samen gefinancierd worden => geld kan
van de ene tak naar de andere gaan, afhankelijk van behoefte -> van waar komt het geld:
2
, - Sociale bijdragen van werknemers en werkgevers
- Belastingen
- Alternatieve financiering: taxshift: verschuiven van belastingen op arbeid naar andere
bronnen: BTW en accijnzen verhogen (op tabak, alcohol of suiker), belastingen op
opbrengsten van kapitaal/bezittingen => focus verschuift van "belasten wat we doen"
(arbeid) naar "belasten wat we hebben/verbruiken" -> Naast de 7 takken van de klassieke
sociale zekerheid, is er ook sociale bijstand die voorziet in
- Integratieloon
- Inkomensgarantie voor ouderen
- Gewaarborgde gezinsbijslag
- Uitkering aan personen met een handicap
=> De sociale bijstand garandeert een minimuminkomen
Uitdagingen voor financiering op arbeid door drie hoofdoorzaken:
- Toenemende afhankelijkheidsratio: omgekeerde leeftijdspiramide = meer gepensioneerden
(ouderen) en steeds minder werkenden (actieven) om de kosten te dragen => de bijdrage
van de actieve bevolking is niet meer voldoende om alle uitgaven voor de sociale zekerheid
volledig te dekken
- Internationale competitiviteit: hoe duur is het voor een bedrijf om hier een product te maken
in vergelijking met het buitenland? Wanneer werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid
hoog zijn, ontstaat een kettingreactie: hogere loonkost: werkgever betaalt niet alleen het
nettoloon aan de werknemer, maar moet daarbovenop een aanzienlijk bedrag aan de staat
betalen (werkgeversbijdrage) => maakt de totale kostprijs van één uur arbeid erg hoog =>
om winst te blijven maken gaat het bedrijf die hoge loonkosten doorrekenen in de
verkoopprijs van hun product/dienst => probleem: als een Belgisch bedrijf een auto/machine
bouwt, concurreert het op de wereldmarkt met bedrijven uit landen waar de sociale lasten
veel lager zijn => omdat het Belgische product door de hoge loonkosten duurder is, zullen
klanten vaker voor het goedkopere buitenlandse alternatief kiezen
=> Oplossing: taxshift: de overheid kan de werkgeversbijdrage van de werknemer dalen =>
kost het bedrijf minder, terwijl de werknemer er netto niet op achteruitgaat => kan zijn
verkoopprijs weer doen dalen
Organisatie en werking van het RIZIV
RijksInstituut voor Ziekte- en InvaliditeitsVerzekering
- Beheren en organiseren van verplichte ziekteverzekering
- Organisatie en beheer van uitkeringsverzekering (ziekte, ongeval, moederschap...)
- Informeren zorgverleners
- Controleren de naleving van wetsbepalingen (maar weinig mogelijkheden tot sanctie)
- Organiseren van overleg
Structuur:
- Algemeen beheerscomité
- Auditcomité: samenwerking tussen RIZIV, FOD Volksgezondheid en FAGG: evalueren de
conformiteit aan normen en regels van de 3 administraties (nomenclatuur, ICD-10-BE,
regelgeving FAGG...) en de performantie en doelmatigheid van de verleende zorg (in functie
van bv. richtlijnen, benchmarking...)
VB.: keizersneden, zware medische beeldvorming (CT- en MRI-onderzoeken), COVID-19
uitgestelde zorg
- Administrateur-generaal
- Diensten:
o Dienst geneeskundige verzorging -> heeft meerdere takken met ondermeer: de
Directie Onderzoek‐Ontwikkeling‐Kwaliteitspromotie -> hierin is nog een kleinere tak
van Cel Doelmatige Zorg die binnenkort zijn eigen/aparte dienst zal hebben: haal je de
maximum output/kwaliteit in de zorg die je inzet? => is het efficiënt? => om kwaliteit
van zorg te verbeteren -> gaat geografisch ook vergelijken en kijken of het verschil
logisch is (leeftijd, geografie, geslacht, tegemoetkoming…)
3
, o Dienst uitkeringen
o Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC):
Informatie verstrekken aan zorgverleners om inbreken op de reglementering te
voorkomen
Verstrekkingen van de verzekering evalueren: de wijze waarop zorgverleners
hun praktijk uitvoeren/onderzoeken
Verstrekkingen controleren op realiteit en conformiteit
Overconsumptie voorkomen
VB.: Het RIZIV eiste 10 miljoen euro terug van ZH die MRI-scans hebben uitgevoerd
met niet-erkende toestellen => voorkomt fraude en verspilling, helpt kosten te
beheersen, beschermt PTen tegen onnodige behandelingen
o Dienst administratieve controle
o Fonds medische ongevallen
o Algemeen ondersteunende diensten
Overlegmodel van het RIZIV
Hoe wordt het budget berekend? De begroting voor een nieuw jaar (t) vertrekt vanuit de begroting
van het voorgaande jaar (t−1) en wordt zo bereken: (mechanisch):
Begrotingt = Begrotingt−1 + Groeinorm + Indexmassa + Specifieke uitgaven
Groeinorm = reële groei = wettelijk vastgelegd groeipercentage bovenop de index => dient om
bijvoorbeeld nieuwe technologieën, de vergrijzing en de toename van chronische aandoeningen op
te vangen
Indexmassa = compenseert de stijgende levensduurte -> specifiek per sector berekend!
Specifieke uitgaven = extra middelen voor eenmalige projecten of zeer specifieke
beleidsprioriteiten die buiten de standaard groeinorm vallen
=> Zodra de Algemene Raad het theoretische budget (doelstelling) heeft berekend, wordt dit getal
naast de technische ramingen van het RIZIV gelegd = realistische schatting van wat de zorg echt zal
kosten:
- Tekort (raming > doelstelling): er moeten besparingen worden doorgevoerd om binnen het
budget te blijven
- Overschot (raming < doelstelling): er ontstaat een marge voor nieuwe initiatieven
(bijvoorbeeld het terugbetalen van een nieuw type medicijn of therapie)
=> Nadat het totale bedrag is vastgesteld volgt de verdeling: budget wordt opgebroken in partiële
begrotingsdoel-stellingen (deelbudgetten) voor verschillende sectoren, zoals: artsen (honoraria), ZH,
thuisverpleging, GM, tandartsen, kinesitherapeuten...
Organen:
- Algemene Raad (hoogste): fungeert als de "architect" van dit plan -> houden rekening met de
belangen van:
o Zorgverstrekkers: willen werkbare tarieven en innovatieruimte
o PTen (via de ziekenfondsen): willen betaalbare en toegankelijke zorg
o Overheid: wilt een begroting die de staatsschuld niet doet ontploffen
- Verzekeringscomité: keurt overeenkomsten goed
- Commissie voor begrotingscontrole: stelt besparingsmaatregelen voor
- Wetenschappelijke Raad: geeft wetenschappelijk advies
- College van artsen-directeurs: adviseert over medische zaken
- Akkoorden- en overeenkomstencommissies: onderhandelen over tarieven
- Technische raden of comités: geven technisch advies
- Erkenningsraden: erkennen zorgverleners
- Profielencommissies: bepalen profielen van zorgverleners
Hervorming van de manier van begroten:
Probleem: kortetermijnvisie en silowerking: in het huidige systeem wordt de begroting jaarlijks
opgesteld per sector (bijvoorbeeld artsen, apothekers, ZH) => twee grote nadelen:
- Geen langetermijnbeleid: omdat nieuwe initiatieven volledig binnen de begroting van
hetzelfde jaar gefinancierd moeten worden, is er geen ruimte voor projecten die pas na
4