Prehistorie/ oudheid Middeleeuwen Nieuwe tijden Onze tijd
(…. Tot 500) (500 tot 1500) (1500 tot 1945) (1945 tot …)
2 3 4 5 6 7 8 9 10
Geschiedenis is:
1. Historisch proces
2. Studie van het historisch proces
Wat
maakt geschiedenis moeilijk?
1. Studieobject ontbreekt
Beeldvorming => we hebben enkel sporen van het verleden
Oplossingen:
Ontwikkelen van samenhangend beeld van historische werkelijkheid via
beeldvormers
Zoveel mogelijk verschillende beeldvormers + herhalen
DUS als leerkracht enkel correcte beelden oproepen met veel bronnen, historisch
denken
2. Abstract taalgebruik
vb. koning => iedereen geeft er een andere betekenis aan
oplossingen:
veel concretiseren
duiding geven bij nieuwe begrippen
taal aanpassen
3. Volwassenen hebben het verloop van de geschiedenis bepaald
Oplossingen:
Personaliseren: kinderfi guren
Enkel de grootste historische fi guren
Geschiedenis bekijken uit leeftijdsgenoten in fi lms, boeken…
4. Tijdsbegrip is vaag
Oplossingen
Voortdurend gebruik van plaatsen op tijdbanden
Eerst bouwstenen leren dan pas tijdsgeest
Evolutie duiden
Opletten voor standplaatsgebondenheid
5. Verloop van de geschiedenis is onvoorspelbaar
6. Complexiteit van een historische gebeurtenis
Vb. zie impact landbouw hierboven
Oplossingen:
Strenge selectie van feiten die je wil geven
Makkelijker maken voor kinderen WANT kinderen kunnen niet alles begrijpen
7. Werken aan historische empathie en betrokkenheid
= Het erkennen dat individuen en groepen verschillende waarden, opvattingen en
geloofsovertuigingen op na hielden en de bereidheid hebben om acties en
, gebeurtenissen te verklaren vanuit die andere waarden, opvattingen en
geloofsovertuigingen.
Goede les geschiedenis:
• Doelgericht & concreet
• Interessante leerinhouden
• Een onderwerp dat gesitueerd kan worden in de tijd
• Sluit aan bij de beginsituatie
• Een goed verhaal dat blijft hangen
• De kinderen denken mee na
• Afwisseling werkvormen en beeldvormers
• Een begeesterde leerkracht
• …
Geschiedenis in het basisonderwijs
• ‘Inleiden in’ én ‘ontdekken van’ het verleden
• Prikkelen voor geschiedenisonderwijs
• Leggen van noodzakelijke basis
- Kennis en historisch inzicht
- Historische vaardigheden
- Historisch denken en redeneren
• = het organiseren van informatie over het verleden met als doel het
beschrijven, vergelijken en/of verklaren van historische verschijnselen op
lange termijn.
• Het is niet enkel kennisblokken
Je hebt 3 soorten doelen: cognitief, vaardigheidsdoelen vb. interpreteren,
attitudedoelen
Inspiratie? = taxonomie van Bloom
Lesverloop van M&M
• Instap: need to know
• Kern: verwerven & verwerken
- Wat?
- Hoe?
• Afsluiting
- Antwoord op historische vraag
- Evaluatie lesdoelen
NIET: ‘ Vond je het leuk?’
→ Onderzoekend leren + verhalend ontwerp
Evaluatie
• Evalueer de doelen
- Niet gewoon kennis
- Test ook vaardigheden
Omgaan en interpreteren van bronnen en beeldvormers
• Kenmerken van een toets
- Betrouwbaarheid
- Validiteit
- Meetbaarheid
Hoofdstuk 1 – de proloog + p.22
De canon van Vlaanderen
Doel: overzicht van gebeurtenissen, fi guren… die een bijzondere betekenis hebben voor
Vlaanderen
+ leerkrachten aanzetten om sommige dingen aan te brengen bij leerlingen
Doelpubliek = iedereen van Vlaanderen of interesse in Vlaanderen
,Tijd voor tijd. Een hoofd vol geschiedenis
Tijd is een fascinerend begrip
Dagelijkse tijd = tijd die we ervaren in de dagelijkse omgang
vb. straks, schiet op, heb je nog lang werk?... = subjectieve tijd
uren, minuten, seconden = objectieve tijd
Tijd is verbonden met ritme
De secondes tikken in ritme
Ook leven zelf lijkt ritmisch => geboorte, groei, ouder worden, sterven
Iedereen heeft ander ritme vb. dagdieren en nachtdieren
Wanneer ritme verstoord wordt kunnen er problemen ontstaan => vb. jetlag
Hoe we met tijd omgaan is cultureel bepaald => iedereen leeft in ander jaar omdat iedereen op
een ander moment met de jaartelling is begonnen door de cultuur
0 was vroeger nog onbekend => daarom is er geen jaar 0
Vroeger was tijd cyclisch vb. de dag en nacht => nu meer lineair => iets dat altijd doorgaat
Tijdbepaling werd steeds correcter => zon, zakhorloge, digitale klok, chronometer…
De eindtermen ‘tijd’
Grootste doel: dagelijks en historisch tijdsbewustzijn ontwikkelen en vergroten
Dagelijks: greep krijgen op eigen tijd
Historisch: het leven wordt beïnvloed door tijd
Hiervoor moet je je kunnen inleven in hoe het vroeger was = historische empathie
Evaluatie: kinderen dingen laten situeren op tijdbalk
Historisch bewustzijn (besef dat er een verleden is) moet aangeleerd worden
Jonge kinderen: ordenen en beleven
Ordenen (gebeurtenissen, dagen van de week…) en beleven (prenten, boeken…) is belangrijk
voor inzicht in historisch proces
De praktijk: biologisch, dagelijks en historisch tijdsbesef
Tijdsbesef kleuter is gekoppeld aan concrete gebeurtenissen => geleidelijk aan door ervaring
bewust worden van tijdsfenomenen
Biologische en dagelijkse tijd
Biologisch = tijd als natuurverschijnsel vb. dag en nacht = objectieve tijd
Dagelijkse tijd komt hieruit voort
o Dag opgedeeld in dagdelen
o Week opgedeeld in dagen
o Klok, uren
o …
Biologisch + dagelijks = cyclisch (komt steeds terug)
Ook lineair gedeelte => vb. niet elke maandag is hetzelfde => hier gaat het over in
historisch tijdsbesef
o Cluster begrippen: verleden, heden en toekomst => kinderen leren dat ze zelf een
plaats hebben in het heden
Abstract met tijd omgaan => 8-9j => leren met jaartallen, eeuwen…
Dagelijkse, mythische, sociale en historische tijd
Dagelijkse tijd = cyclisch = dagelijkse, wekelijkse, jaarlijkse… patronen
Sociale tijd = zaken die zich maar 1x voordoen vb. geboorte, trouw…
Geen jaartallen nodig maar enkel ontmoetingen met mensen => stamboom is dus sociale
tijd
Mythische tijd = tijd van een onbepaald verleden
, Sprookjes, legendes… spelen zich af in een andere tijd en op een andere plek
Klemtoon op eeuwige waarden, niet op feiten
Historische tijd = onvoorstelbaar lang, lineair, kan ingedeeld worden in periodes (jaartallen,
eeuwen...)
= complexer dan mythische verhalen
= wetenschappelijke reconstructie van overblijfselen
Je moet hier al vroeg mee beginnen, niet pas als de kinderen jaartallen leren
Voorkennis verreist: reken- en taalvaardigheden
Rekenkundige kant van geschiedenisonderwijs = gebeurtenissen in een volgorde plaatsen +
jaartal aan geven
Taal = woorden zoals eeuw, jaartal…
Zoek het zelf uit
Hoe ontwikkelen kinderen historisch tijdsbesef?
Er is sprake van historisch tijdsbesef als er bewustzijn is van de samenhang tussen:
1. Interpretatie verleden
2. Begrijpen heden
3. Perspectief op toekomst
Jean Piaget (1896-1980)
4 ontwikkelingsfasen van het denken
- Sensomotorische fase
- Preoperationele fase
- Concreet- operationele fase
- Formeel- operationele fase
Onderwijs moet leerinhoud geven die past bij de fase waar de kinderen in zitten
Kritiek: fases zijn niet zo afgebakend, soms start er een als de andere nog niet
afgerond is
DUS je kan leerinhouden al vroeger geven
Lev Vygotsky (1896-1934)
Zone van naaste ontwikkeling
Taal en sociale interactie spelen belangrijke rol
Jerome Bruner (1915-2016)
Gebaseerd op Vygotsky
Leerlingen moeten snel het totaalbeeld van een vak te zien krijgen
Eerst basis leren en dan uitdiepen telkens op een hoger niveau = spiraalcurriculum
Valkuil: snel saai worden
Howard Gardner (1943 - …)
Theorie van de meervoudige intelligentie
8 verschillende intelligenties
o Verbaal-linguïstisch
o Logisch-mathematisch
o Visueel-ruimtelijk
o Lichamelijk-kinesthetisch
o Muzikaal-ritmisch
o Natuurlijk
o Interpersoonlijk
o Intrapersoonlijk
Elk kind leert anders en heeft andere vaardigheden