i. algemene concepten
a. algemeen patroon
b. types van receptorcellen
c. AP frequentie in het sensorische neuron codeert intensiteit en duur van de sensatie
d. receptor adaptatie
e. adaptatie van AP frequentie in een sensorisch neuron
ii. smaak en geur
a. smaakreceptorcellen
b. zout en zuur: via ionenkanalen
c. zoet – bitter – umami: via GPCRs
d. anatomische context van reukzin
e. geurtransductie
f. signaaltransductie in de receptor-cilia
g. reukperceptie: fasische respons
h. geurstof-receptoren
i. onderscheidingsvermgoen van reukzin
iii. zicht
a. fotoreceptorcellen: kegeltjes en staafjes
b. photosensatie – de retina
c. fotoreceptorcellen
d. in het donker: dark current en glutamaatvrijzetting
e. omzetting van licht naar elektrisch signaal
f. lichtgevoelige molecules: rhodopsine en fotopsines
g. connectie tussen fotoreceptorcellen en CNS via On- en Off- bipolaire cellen
h. signaaltransductie: On-bipolair cell
i. signaaltransductie: Off-bipolair cell
iv. gehoor en evenwicht
a. gehoor- en evenwichtsorganen – anatomie
b. cellulaire basis van mechanosensitiviteit in haarcellen
c. oorsprong van endolymfe en endocochleaire potentiaal
d. het labyrint – slsakkenhuis (cochlea) en vestibulair orgaan
e. evenwichtsorgaan: stand, versnelling en rotatie hoofd
f. anatomie van het slakkenhuis (cochlea)
g. de essentie blijft: cilia van haarcelletjes doen bewegen
h. binnenste en buitenste haarcellen
i. tonotropie zorgt voor het onderscheid tussen frequenties
j. wat is het mechanogevoelig kanaal in haarcellen?
k. TMC-eiwitten vormen/zijn deel van het mechanotransductiekanaal in haarcellen
l. gentrherpie voor bepaalde vormen van doofheid?
m. een cochleair implantaat
v. somatosensatie
a. somatosensorisch systeem
b. classificatie van periphere neuronen
c. tastzin via sensorische zenuwuiteinden en structuren in de huid
d. Piezo-kanalen
e. zenuwuiteindes zijn erg veelzijdig
f. temperatuursensatie
g. TRP kanalen als thermo-en chemosensoren in vrije zenuwuiteinden
h. verschillende types van temperatuurgevoelige neuronen
i. nociceptoren: sensorische neuronen die pijn signaleren
j. allodynia en hyperalgesie
vi. proprioceptie
a. proprioceptie
b. meten van lengte en van kracht in spieren
c. spierspoel en peeslichaampje in een spierbundel
d. maar hoe wordt de prikkel “gedetecteerd”?
e. piezo2 is een mechanogevoelig kanaal in proprioceptieve neuronen
f. verlies van proprioceptie in piezo2-knockout muizen
g. mutaties in piezo2 in mensen
, sensorisch zenuwstelsel:
basismechanismen
algemeen patroon
- receptoren transformeren extern signaal in Vm-verandering ⟶ activatie sensorisch
neuron ⟶ afferente signalen naar CZSS
- receptorcellen zijn gespecialiseerde:
o zenuwcellen
o epitheelcellen: scheiden 2 compartimenten van elkaar
- moleculaire receptoren zijn:
o G-proteïne gekoppelde receptoren: brengen intracellulair cascade op gang
o ionenkanalen = ionotrope receptoren
- types van receptor:
o vrije zenuwuiteinden: hier allemaal receptoren bv in huid, wand bloedvat (spanning
⟶ bloeddruk meten)
o ingekapselde zenuwuiteinden: als gaat om tast/gevoeligheid
o receptorcel (epitheelcel): haarcellen zelf geen neuronen, zijn epitheelcellen die op
overgang tussen 2 neuronen zitten
AP frequentie in sensorische neuron codeert intensiteit en duur sensatie
- AP-patroon: bevat info over omgevingstemperatuur naar CZS obv AP-frequenties
- oiv stimulus ontstaat receptor potentiaal = EPSP ⟶ vrij zenuwuiteinde = gevoelige plaats
voor moleculaire receptor ⟶ ontstaat EPSP oiv prikkel
- sensorische neuronen = typisch bipolaire cellen: cellichaam apart
o bipolair axon: zenuwuiteinde prikkel ontvangen ⟶ AP ⟶ andere
zenuwuiteinde zorgen NT vrijzetting ⟶ ander neuron die bv verbinding
maakt naar sensorische cortex
receptor adaptatie
- tonische respons: geven aanwezigheid prikkel aan
o trage of geen adaptatie: zolang stimulus ⟶ neuron actief ⟶
sensorisch neuron vuurt AP af (bv lengte spier), stopt als prikkel verdwijnt
o reageert op lengte spier ⟶ spier uitgerokken, hoe meer, hoe hogere AP
frequenties
o zo lang AP frequentie ⟶ hele prikkel actief = activiteit SZS
- fasische respons: geven verandering prikkel aan
o snel adapterend: bij begin prikkel is AP frequentie hoog, als prikkel constant blijft, inactiveert
neuron ⟶ veranderingen gedetecteerd! (bvb. temperatuur)
adaptatie = signaal na AP frequentie na begin bij prikkel
o alleen AP bij verandering prikkel, niet bij constante ⟶ geen prikkel in sensorisch neuron
verlaagde AP frequentie bij verlaging prikkel
o proprioceptie = met welke snelheid spieren contraheren
smaak en geur: chemosensatie
smaakreceptorcellen
- dorsale zijde tong, geconcentreerd in papillen (smaakpapillen).
- 3 verschillende types papillen obv vorm smaakcellen: hebben microvilli die projecteren in
smaakporie. aan basolaterale zijde contact met sensorische zenuw
- smaakreceptorcellen in smaakpapillen = gespecialiseerde structuren in tong
o smaakreceptormodaliteit is of zout of zout of zuur of umami of …
- knopen smaakreceptorcellen = perceptie chemische substantie op tong
- maakt synaps met sensorisch neuron: zetten NT vrij ⟶ activeert neuron ⟶ signaal naar
CZS
- pikant en koel: door vrij zenuwuiteinde gepikt, dus niet door smaakreceptorcel