Hoofdstuk 1: why single-case research?
- Case studies (je doet dit in een nieuwe situatie, zoals bij het coronavirus):
- kwalitatieve en kwantitatieve analyse.
- beschrijvend en interpretatief.
- geen manipulatie behandeling.
- voorbeeld Barner-Barry artikel canvas.
- Single-case quantitative analysis (tussen voor- en nameting zit een interventie):
- kwantitatieve data.
- verandering participant.
- geen manipulatie behandeling voor- en nameting.
- Single-case experiments (meest belangrijk in dit vak! Tussen voor- en nameting zit een
interventie met een manipuatie):
- kwantitatieve en kwalitatieve data.
- verandering participant.
- manipulatie behandeling meerdere meetmomenten (ABx).
- Kwantitatief single-case research is gebaseerd op principes toegepaste gedragsanalyse:
1. Focus op direct observeerbaar gedrag.
2. Experimentele benadering die omgeving controleert om confounders (= variabelen
die invloed kunnen hebben op een ander variabele/ mogelijke alternatieve verklaring)
uit te sluiten.
3. Baseline behaviour is stabiel voordat interventie wordt toegepast weinig
fluctatie.
4. Behandelingen gebaseerd op bekrachtiging.
5. Vertrouwen op visuele analyse.
- 3 typen case studies:
1. Beschrijvend; beschrijven situatie, onderzoek naar nieuwe aandoening.
2. Exploratief; theorievorming, rival theories (je gaat op zoek naar alternatieve
verklaringen), pilot.
3. Verklarend; toetsen theorie, hoe en waarom, generalisatie direct naar de theorie.
- Main unit of analysis (holistisch); één fenomeen Main unit + subunits (embedded)
individu eigenschappen individu
organisatie medewerkers van de organisatie
land context inwoners
groep leden
liefdesrelatie betreffende geliefden
beslissing onderdelen van de beslissing
nieuwbouwproject huizen van het project
nieuwe lesmethode onderdelen
wijk bewoners
- 4 typen basic case study design:
type 1; single-case designs + holistic.
type 2; single-case designs + embedded.
type 3; multiple-case designs + holistic.
type 4; multiple-case designs + embedded.
, - multiple-case study:
- literal replication (op dezelfde manier herhalen) bevestigend bewijs 2 of meer
cases.
- theoretical replication (iets variabeler qua omstandigheden en tijd)
verschillende theoretische omstandigheden.
- Verschillende bewijstypen:
- documenten
- archieven
- interviews
- directe observatie
- participant observaties
- fysieke artefacten
Doel is triangulatie (convergentie); feit is robuust als bewijs van 3 of meer
verschillende bronnen samenvalt. Je doet 1 case study en minimaal 3 herhalingen.
- Oefenvraag: Piet voert een case study uit. Hij onderzoekt het klimaatbeleid van
Greenpeace en wilt graag twee letterlijke replicaties en één theoretische replicatie
doen. Welke case study is in dit geval het meest geschikt?
Antwoord: een holistisch multiple-case design met 3 cases, want het gaat om het hele
klimaatbeleid en 2 + 1 replicaties.
- Oefenvraag: Een patiënt van het AMC heeft tot nu toe onbekende klachten. Artsen
vermoeden dat het om een nieuwe ziekte kan gaan en willen een onderzoek starten.
Welk type case study dient hiervoor gebruikt te worden?
Antwoord: een beschrijvende case study.
- 3 hoofdfases single-case experiment:
1. Periode van beoodeling en maken baseline
observaties.
2. Periode waarbij interventie wordt toegepast.
3. Periode van follow-up om impact interventie
te beoordelen.
- 3 meetniveaus:
1. Standardised measures voor- en nameting.
2. Target measures specifieke informatie.
3. Process measures controle.
- Interne validiteit:
- de mate waarin een onderzoeksopzet toestaat dat er causale conclusies getrokken
kunnen worden.
- alternatieve verklaringen uitsluiten.
- maturatie/rijping; natuurlijke verandering binnen individu over bepaalde tijd die
veranderingen in uitkomstvariabele produceert.
- geschiedenis; mogelijke impact van gebeurtenissen buiten de interventie die
therapeutisch effect nabootsen.
- testen; invloed van (het afnemen van) een test op participanten herhaald testen
heeft leereffect. reactiviteit; gedrag verandert als gemeten wordt.
- instrumentatie; meetprocedure niet gelijk bij diverse metingen.
- statistische regressie; regressie naar het gemiddelde als eerste meting extreem is,
is tweede meting meer richting het gemiddelde.
- reactieve interventie; interventie als reactie op extreme score.
, - diffusion of treatment; verschillende experimentele condities lopen door elkaar heen
carry-over effecten.
- analytische validiteit; statistische- en visuele analyse en interpretatie van resultaten is
lastig schending assumpties.
- constructvaliditeit; wordt gemeten wat gemeten moet worden?
- selectie; groepen niet random samengesteld systematische verschillen.
- uitval; drop-out tijdens onderzoek missende data.
- Externe validiteit:
- de mate waarin resultaten gegeneraliseerd kunnen worden.
- wat is hierbij het belangrijkst om te doen?
- population validity; voor welke leden van welke populaties is deze procedure
bruikbaar/toepasbaar?
- ecological validity; in hoeverre kan replicatie plaatsvinden met verschillende
therapeuten, settings en meetprocedures?
- manipulation validity; heeft een conceptueel gelijksoortige interventie hetzelfde
effect?
- Oefenvraag: Esra vult een vragenlijst over depressie in en krijgt haar resultaat direct
na het invullen te zien; een 9,5. De maximale score is een 10. Naar aanleiding van haar
score wordt besloten dat ze een behandeltraject instroomt waarbij ze professionele
hulp aangeboden krijgt. Tijdens de sessie blijkt dat Esra helemaal niet zo depressief is.
Van welke bedreiging van de interne validiteit is hier sprake?
Antwoord; reactieve interventie.
- Bijdrage test in beslissingsproces; wat kan een test
toevoegen aan een beslissing die gebaseerd is op een
bepaald oordeel? praktische waarde.
- hangt af van bijdrage oplossing praktisch probleem.
3 elementen:
- individu
- 2 of meer behandelingen
- informatie als basis voor beslissing
- Taxonomie van beslissingen:
- individueel (zelf kiezen) vs institutioneel (wordt voor jou gekozen door een ander).
- univariaat (dichotomie en klassen) vs multivariaat
- Voorbeeld:
Univariaat = één dimensie POW.
Institutioneel = universiteit bepaald of je wordt toegelaten door numerus fixus.
Individueel = als je zelf mag kiezen.
Dichotomie = wel/niet.
Klassen = doe je pedagogische wetenschappen of onderwijswetenschappen binnen
POW.
Multivariaat = als je bijvoorbeeld kijkt naar POW en econometrie. Het gaat hierbij om
twee totaal verschillende dingen en dus twee dimensies.
- Enkelvoudig selectiemodel (= univariaat + insitutioneel
selectie).
4 kwadranten;
A: false negatives; onterecht afgewezen.
B: true positives; terecht toegelaten.
- Case studies (je doet dit in een nieuwe situatie, zoals bij het coronavirus):
- kwalitatieve en kwantitatieve analyse.
- beschrijvend en interpretatief.
- geen manipulatie behandeling.
- voorbeeld Barner-Barry artikel canvas.
- Single-case quantitative analysis (tussen voor- en nameting zit een interventie):
- kwantitatieve data.
- verandering participant.
- geen manipulatie behandeling voor- en nameting.
- Single-case experiments (meest belangrijk in dit vak! Tussen voor- en nameting zit een
interventie met een manipuatie):
- kwantitatieve en kwalitatieve data.
- verandering participant.
- manipulatie behandeling meerdere meetmomenten (ABx).
- Kwantitatief single-case research is gebaseerd op principes toegepaste gedragsanalyse:
1. Focus op direct observeerbaar gedrag.
2. Experimentele benadering die omgeving controleert om confounders (= variabelen
die invloed kunnen hebben op een ander variabele/ mogelijke alternatieve verklaring)
uit te sluiten.
3. Baseline behaviour is stabiel voordat interventie wordt toegepast weinig
fluctatie.
4. Behandelingen gebaseerd op bekrachtiging.
5. Vertrouwen op visuele analyse.
- 3 typen case studies:
1. Beschrijvend; beschrijven situatie, onderzoek naar nieuwe aandoening.
2. Exploratief; theorievorming, rival theories (je gaat op zoek naar alternatieve
verklaringen), pilot.
3. Verklarend; toetsen theorie, hoe en waarom, generalisatie direct naar de theorie.
- Main unit of analysis (holistisch); één fenomeen Main unit + subunits (embedded)
individu eigenschappen individu
organisatie medewerkers van de organisatie
land context inwoners
groep leden
liefdesrelatie betreffende geliefden
beslissing onderdelen van de beslissing
nieuwbouwproject huizen van het project
nieuwe lesmethode onderdelen
wijk bewoners
- 4 typen basic case study design:
type 1; single-case designs + holistic.
type 2; single-case designs + embedded.
type 3; multiple-case designs + holistic.
type 4; multiple-case designs + embedded.
, - multiple-case study:
- literal replication (op dezelfde manier herhalen) bevestigend bewijs 2 of meer
cases.
- theoretical replication (iets variabeler qua omstandigheden en tijd)
verschillende theoretische omstandigheden.
- Verschillende bewijstypen:
- documenten
- archieven
- interviews
- directe observatie
- participant observaties
- fysieke artefacten
Doel is triangulatie (convergentie); feit is robuust als bewijs van 3 of meer
verschillende bronnen samenvalt. Je doet 1 case study en minimaal 3 herhalingen.
- Oefenvraag: Piet voert een case study uit. Hij onderzoekt het klimaatbeleid van
Greenpeace en wilt graag twee letterlijke replicaties en één theoretische replicatie
doen. Welke case study is in dit geval het meest geschikt?
Antwoord: een holistisch multiple-case design met 3 cases, want het gaat om het hele
klimaatbeleid en 2 + 1 replicaties.
- Oefenvraag: Een patiënt van het AMC heeft tot nu toe onbekende klachten. Artsen
vermoeden dat het om een nieuwe ziekte kan gaan en willen een onderzoek starten.
Welk type case study dient hiervoor gebruikt te worden?
Antwoord: een beschrijvende case study.
- 3 hoofdfases single-case experiment:
1. Periode van beoodeling en maken baseline
observaties.
2. Periode waarbij interventie wordt toegepast.
3. Periode van follow-up om impact interventie
te beoordelen.
- 3 meetniveaus:
1. Standardised measures voor- en nameting.
2. Target measures specifieke informatie.
3. Process measures controle.
- Interne validiteit:
- de mate waarin een onderzoeksopzet toestaat dat er causale conclusies getrokken
kunnen worden.
- alternatieve verklaringen uitsluiten.
- maturatie/rijping; natuurlijke verandering binnen individu over bepaalde tijd die
veranderingen in uitkomstvariabele produceert.
- geschiedenis; mogelijke impact van gebeurtenissen buiten de interventie die
therapeutisch effect nabootsen.
- testen; invloed van (het afnemen van) een test op participanten herhaald testen
heeft leereffect. reactiviteit; gedrag verandert als gemeten wordt.
- instrumentatie; meetprocedure niet gelijk bij diverse metingen.
- statistische regressie; regressie naar het gemiddelde als eerste meting extreem is,
is tweede meting meer richting het gemiddelde.
- reactieve interventie; interventie als reactie op extreme score.
, - diffusion of treatment; verschillende experimentele condities lopen door elkaar heen
carry-over effecten.
- analytische validiteit; statistische- en visuele analyse en interpretatie van resultaten is
lastig schending assumpties.
- constructvaliditeit; wordt gemeten wat gemeten moet worden?
- selectie; groepen niet random samengesteld systematische verschillen.
- uitval; drop-out tijdens onderzoek missende data.
- Externe validiteit:
- de mate waarin resultaten gegeneraliseerd kunnen worden.
- wat is hierbij het belangrijkst om te doen?
- population validity; voor welke leden van welke populaties is deze procedure
bruikbaar/toepasbaar?
- ecological validity; in hoeverre kan replicatie plaatsvinden met verschillende
therapeuten, settings en meetprocedures?
- manipulation validity; heeft een conceptueel gelijksoortige interventie hetzelfde
effect?
- Oefenvraag: Esra vult een vragenlijst over depressie in en krijgt haar resultaat direct
na het invullen te zien; een 9,5. De maximale score is een 10. Naar aanleiding van haar
score wordt besloten dat ze een behandeltraject instroomt waarbij ze professionele
hulp aangeboden krijgt. Tijdens de sessie blijkt dat Esra helemaal niet zo depressief is.
Van welke bedreiging van de interne validiteit is hier sprake?
Antwoord; reactieve interventie.
- Bijdrage test in beslissingsproces; wat kan een test
toevoegen aan een beslissing die gebaseerd is op een
bepaald oordeel? praktische waarde.
- hangt af van bijdrage oplossing praktisch probleem.
3 elementen:
- individu
- 2 of meer behandelingen
- informatie als basis voor beslissing
- Taxonomie van beslissingen:
- individueel (zelf kiezen) vs institutioneel (wordt voor jou gekozen door een ander).
- univariaat (dichotomie en klassen) vs multivariaat
- Voorbeeld:
Univariaat = één dimensie POW.
Institutioneel = universiteit bepaald of je wordt toegelaten door numerus fixus.
Individueel = als je zelf mag kiezen.
Dichotomie = wel/niet.
Klassen = doe je pedagogische wetenschappen of onderwijswetenschappen binnen
POW.
Multivariaat = als je bijvoorbeeld kijkt naar POW en econometrie. Het gaat hierbij om
twee totaal verschillende dingen en dus twee dimensies.
- Enkelvoudig selectiemodel (= univariaat + insitutioneel
selectie).
4 kwadranten;
A: false negatives; onterecht afgewezen.
B: true positives; terecht toegelaten.