1. Communicatie
Lkr en lln gaan vaak in gesprek met elkaar lln op verhaal laten komen verbaal, ook
expressiviteit, verbeelding (non-verbaal) spelen een grote rol
Leerdoelen
Communicatie speelt een belangrijke rol in een mensenleven:
Van jongs af aan zoeken we contact met baby’s door te communiceren lieve woordjes,
lichaamstaal en brabbelklanken belangrijk in de ontwikkeling van kinderen
Baby’s en jonge kinderen ‘leren’ in die communicatie vooral in een sfeer van geborgenheid en
nabijheid leren door te participeren in gedrag van vertrouwensvolle personen
Participatiegedrag en leerproces in vertrouwde opvoedingsmilieu (thuis en in de klas)
Vertrouwde band met lkr voorwaarde voor een vorm van leerproces
Noodzaak van het aanreiken van levensbeschouwelijke basistaal:
Grote uitdaging: taal aanreiken om over levensbeschouwingen met elkaar in gesprek te gaan
woorden of uitdrukkingen die belangrijk zijn om het onderwerp vanuit levensbeschouwelijk
perspectief ter sprake te brengen.
- Woorden die in het dagelijks taalgebruik voorkomen (vb: respect, natuur, geboorte, ...)
- Woorden gelinkt aan een levensbeschouwing (vb: profeet, verrijzenis, evangelist, ...)
Vooraf: nadenken welke woordenschat is essentieel en hoe kan je dit uitleggen
Doel is niet om kinderen te trainen om een religieuze taal te spreken, ze hoeven volwassenen niet na
te praten en hebben recht op een eigen levensbeschouwelijke visie
Wel de taal leren om over levensbeschouwingen in gesprek te kunnen gaan kennisrijk curriculum
(kennis verbonden met het leren leggen van verbanden en werken aan diepgaande kennis kennis
staat niet los van vaardigheden)
Wisselwerking tussen 3 ervaringswerelden binnen lessen levensbeschouwing:
Lessen levensbeschouwing levensbeschouwelijke groei van kinderen stimuleren
Communiceren gebeurt tussen 3 polen:
- Ervaringswereld van de lln (hun eigen ervaringen en ideeën)
- Ervaringswereld van de lkr:
- Leerinhoud (levensbeschouwelijke tradities)
Elk heeft een eigen inbreng ze hebben invloed op elkaar leefwereld van de lln (ook soms lkr)
wordt verruimd
Lln en lkr vertrekken vanuit hun eigen persoonlijke ervaringen, opvattingen, gevoelens en behoeften
1
,Voorwaarden voor levensbeschouwelijke communicatie:
Niet iedere vorm van communicatie kan levensbeschouwelijke communicatie zijn moet aan
belangrijke voorwaarden voldoen
- Verbale en non-verbale communicatie
o Beide spelen een even belangrijke rol
o Allerlei vormen van expressiviteit
o Kinderen gebruiken hun hoofd, hart, handen
o Voordelen van expressieve werkvormen
Grote rijkdom en verscheidenheid aan verkennings- en
verdiepingsmogelijkheden
Klank, kleur, gebaar, voorwerpen gebruiken voor ervaringen waar kinderen
geen woorden voor hebben
Expressie differentiatiemogelijkheden ene verwoordt liever, andere
tekent, zingt, ...
o Stiltemomenten en gepaste mimiek kunnen soms meer oproepen dan met woorden
gezegd kan worden
o Ook voorwerpen, rituelen, godsdiensthoek maken deel uit van deze communicatie
- Geloof-waardige communicatie
o Kinderen mogen zichzelf zijn
o Vertrouwen, respect en gelijkwaardigheid spelen belangrijke rol
o Iedereen mag zijn mening uiten (op een gepaste wijze)
o Kinderen moeten tijd krijgen om een respectvolle manier van communiceren te leren
met vallen en opstaan
- Ontmoetende leerkrachtstijl
o Authentieke, gastvrije en ontmoetende leerkrachtstijl belangrijk bij de begeleiding
van kinderen in hun levensbeschouwelijke groei
o Respect voor de menselijke persoon: iedereen is welkom in de klas en op school,
ieder kind is uniek
o Open communicatie: gevoelig zijn voor de signalen die een kind uitzendt, laat ruimte
voor de lln om te communiceren, probeer de diepere betekenis van de signalen te
achterhalen
o Een responsieve houding van de leerkracht: het verhaal van het kind waarderen
even tijd nemen om erbij stil te staan, dingen te verduidelijken, verklaren, ... maak
de kinderen duidelijk dat je luistert
o Echtheid: overeenkomst tussen wat we zeggen en denken, tussen wat we voelen en
uitdrukken
Levensbeschouwelijk gesprek:
Een gesprek waarin kinderen proberen om zin en betekenis te geven aan het eigen leven
betekenisvragen staan centraal
Communicatie op niveau van de verdieping door betekenisverlening
Vraagstelling vertrekt vanuit de betekenisgeving, de zin en waardbeleving van kinderen en vraagt
deze te verwoorden gevraagd naar de betekenis van een ervaring
2
,Sws op examen!
- Observatievragen
o Objectieve informatie
o Voor iedereen goed waarneembare informatie
o Checken of iedereen ‘de inhoud’ begrijpt
o Vb: Wat zie je? Wat hoor je?
- Interpretatievragen
o Vragen naar de boodschap
Mogelijke betekenis van een verhaal, kunstwerk, ... achterhalen
Vaak waarom-vragen
Vb: Waarom gebruikt de kunstenaar die kleur?
o Vragen naar de leefwereld/naar het actuele
Vragen linken onderwerp aan de leefwereld van de kinderen en/of de
actualiteit
Vb: Heb jij ook al zoiets meegemaakt?
Verschil tussen illustratieve en symbolische foto’s:
- Illustratieve of documentaire foto’s
o Verduidelijken hoe iets eruitziet
o Objectief materiaal
o Vb: om uit te leggen wat een herder is
- Symbolische foto’s
o De toeschouwer denkt na over wat hij ziet
o De afbeelding prikkelt tot verder denken of tot het zoeken van een betekenis
o Interpretaties van de werkelijkheid door de fotograaf of kunstenaar
o Roepen op tot communicatie
o Iedereen heeft een andere interpretatie en roept bij iedereen andere gevoelens op
Belang van beide soorten foto’s in lessen levensbeschouwing:
Bepaalde begrippen best verduidelijken met illustratief beeldmateriaal, 1 beeld kan iets duidelijk
maken aan de kinderen MAAR sommige begrippen zijn niet te vatten in illustratief beeldmateriaal
Niet altijd opportuun om voor dit soort beeldmateriaal te kiezen laat voldoende ruimte vrij voor
de verbeelding van de kinderen onbewust kan je het letterlijke geloof stimuleren (willen we
vermijden!)
Manieren waarop beeldmateriaal ingezet kan worden in de lessen:
Op verschillende momenten in het leerproces:
- Bij het verkennen van de beginsituatie
- Een motiverende rol
- Een probleem stellen of verschillende oplossingen voor een probleem voorleggen
- Terugblikken
3
, Diepgaande vragen stellen om tot levensbeschouwelijke communicatie te komen (toegepast op
beeldmateriaal)
1. Een moment van observeren
o Stilstaan bij het kunstwerk
o Totaalindruk laten verwoorden
o Lkr heeft een begeleidende rol en geeft zijn eigen indruk nog niet prijs
o Vb: Is er iemand die iets wil vertellen over dit werk?
2. Nauwkeurig kijken en analyseren (observatievragen)
o Met gerichte vragen wordt het beeld geanalyseerd
3. Interpreteren (interpretatievragen naar de boodschap)
o Samen met de lln op zoek naar de betekenis van het kunstwerk
o Vb: Wie zouden de personen op het schilderij zijn?
4. Identificeren – eigen mening (interpretatievragen naar de leefwereld van de kinderen)
o Kinderen kunnen zich inleven in het werk en de betekenissen koppelen aan hun eigen
ervaringen en belevenissen
o Verwoorden hoe hun eigen gevoelens, verbeelding, inzichten verrijkt worden, of juist
niet
o Vb: Wat doet het jou? Vind je het mooi?
5. Actualiseren – existentieel verwerken (interpretatievragen naar de leefwereld van de
kinderen)
o Dialoog tussen kunstwerk en toeschouwer ontstaat
o Verband leggen tussen kunstwerk en eigen leven
o Zinvraag staat centraal
Spontane levensbeschouwelijke gesprekken:
Werken vanuit/met ervaringen van kinderen staat centraal werkvorm helpt om de ervaring/de
beleving en de verwoording ervan bij kinderen naar boven te halen
Tijdens een dag doen zich veel situaties/gesprekken voor bij kinderen die aanknopingspunt kunnen
vormen voor een levensbeschouwelijk gesprekje
Belangrijk om als lkr goed te observeren wat er allemaal gebeurt en wat er gezegd wordt
Deze momenten zijn aanleiding tot een ‘spontaan’ of ‘niet-voorbereid’ levensbeschouwelijk moment
- Stilstaan bij de gebeurtenis, de ervaring en de gevoelens via observatievragen
- Verdiep deze gebeurtenis en deze gevoelens via interpretatievragen zowel lkr als lln
kunnen vragen stellen
- Kom tot een synthese waarin je de vorige stappen kort samenvat zelf in woorden
samenvatten, stiltemoment, passend tekstje of lied
o Vermijd een moraliserende houding (zeker bij ruzie of conflicten)
o In geval van conflict zoek met de lln naar de oorzaak en een oplossing
Aanleiding en doel van filosoferen met kinderen:
Verwondering als basis (kinderen stellen veel waarom-vragen)
4