Wat is een bodem?
- Bovenste laag van de aardkorst, door verwering aangetast en waarin planten, wortels en dieren leven
- Bevat: mineralen, organisch materiaal, lucht en water.
- Dikte varieert: enkele cm - 2 m
Gezonde bodem
50% vaste bestandsdelen + 50% holten en poriën (gevuld met water en lucht)
(Essentieel voor onze voedselproductie)
Textuur van een bodem
- Grind telt niet mee voor textuur; >15% grind = stenige bodem
- Bepaling met textuurdriehoek → geeft textuurklasse (bv. leem, zand, klei).
- Zand = snel waterdoorlatend, warmt snel op, arm aan voeding.
- Klei = houdt water en voeding goed vast, warmt traag op.
- Leem = ideale middenweg.
Bodemtextuur
Verhouding fracties:
○ klei: < 2 um ○ zand: 50um-2 mm
○ silt: 2-50 um ○ grind: >2 mm
Structuur van een bodem
Structuurbederf door betreding of bewerking bij nat weer
Kruimelstructuur Korrelstructuur
los, veel grote poriën samengedrukt, weinig poriën
→ goed voor lucht, water en wortels → verslemping (negatief)
Bodemvruchtbaarheid
Afhankelijk van:
- Textuur: (veel klei en humus = positief)
- Structuur (kruimel > korrel)
- Beschikbare voedingsstoffen: K⁺, Mg²⁺, Ca²⁺ hechten aan klei en humus.
- NO₃⁻ spoelt snel uit door nega>eve lading → regelmatige bemesting nodig.
Waterhuishouding in een bodem
Grondwaterzone: alle poriën gevuld met water.
Grondwaterspiegel: hoogte verschilt zomer - winter (stijgt)
Capillaire zone: water stijgt via fijne poriën (hoger bij klei > leem > zand).
Hangwaterzone: water dat blijft plakken aan bodemdeeltjes (humus en klei)
Onverzadigde zone: menging van lucht en water in poriën.
Veldcapaciteit: max. hoeveelheid water dat in bodem blijft zonder weg te lopen.
Verwelkingspunt: minimale hoeveelheid water nodig om planten in leven te houden.
Beschikbaar water = verschil tussen veldcapaciteit en verwelkingspunt.
Grafiek zuigspanning
- Hoe hoger de zuigspanning (PF-waarde), hoe moeilijker planten nog water kunnen opnemen.
ark Pagina 1
,Bodems: bodemvorming
Bodemprofiel
bodemhorizonten:
- O-horizont: organische laag
- A-horizont: humusrijke bovengrond
- E-horizont: uitlogingslaag (vaak bleek)
- B-horizont: aanrijkingslaag (bv. ijzer, klei)
- C-horizont: verweerd moedermateriaal
- R-horizont: vast moedergesteente
Bodemclassificatie
Bodemserie (BE)
textuur + drainageklasse + profielontwikkeling.
Vb: Aba = leemgrond (A), matig droog (b), klei-aanrijkingshorizont (a)
Bodemgroepen
Verweringsbodems = ontstaan ter plaatse uit gesteente.
Afzettingsbodems = materiaal van elders:
Eolisch (wind), alluviaal (rivieren), colluviaal (hellingen), marien (zee).
World Reference Base (WRB)
Internationaal systeem met momenteel 32 bodemgroepen
Luvisol
- Soort: eolische bodem
- Waar: Brabantse leemstreek
- Textuur: leem
- Horizont: Bt-horizont (klei-aanrijkingshorizont)
- Belgische bodemserie vb: Aba, Lca, …
- Waarom vaak Ap-horizont?
⟶ Kenmerkend voor akkergronden, rijk aan organisch materiaal door ploegen
Podzol
- Soort: eolische bodem
- Waar: Kempen en zandig Vlaanderen
- Textuur: (lemig) zand
- Horizont: Bfe-horizont (ijzeraanrijkingshorizont)
- Belgische bodemserie vb: Zbg
- Waarom duidelijke opeenvolging horizonten?
⟶ Grote poriën in zand → regenwater spoelt humus/ijzer uit E-horizont naar B-horizont
Cambisol
- Soort: verwerkingsbodem afzettingsbodem
- Textuur: kan variëren van zandig tot kleiig
- Horizont: beperkte profielontwikkeling
Als verwerkingsbodem:
- Waar: de Ardennen
- Waarom ontbreekt er vaak een B-horizont?
⟶ door erosie
ark Pagina 2
, Als afzettingsbodem
- Fluvic (staat voor maritiem en alluviale afzetting)
- Waar: polders
- Waarom ontbreekt er vaak een B-horizont?
○ Klei laat water moeilijk infiltreren
○ Jonge bodem
Anthrosol
- Soort: eolische bodem
- Waar: Zandlemig Vlaanderen en de Kempen
- Textuur: (lemig) zand
- Belgische bodemserie vb: Zbm, Scm, …
- Waarom dikke A-horizont?
⟶ Door ophoping organisch materiaal via langdurige bemesting / plaggen
Bodems: bodemdegradatie
Ecosysteemdiensten bodem
Productiediensten Ondersteunende diensten
(levert rechtstreeks bruikbare materialen) (Noodzakelijk voor functioneren
- Levert voedsel, brandstof en vezels andere ecosysteemdiensten)
- Grond en bouwstoffen - Voedselkringloop (nutriënten- en humuscyclus)
- Bron voor geneeskunde - Habitat voor organismen
(bacteriën, schimmels, …)
Regulatie diensten
(Bodem regelt natuurlijke processen) Culturele diensten
- Waterzuivering (Niet-materiële waarde mens + samenleving)
- Klimaatsturing (koolstofopslag en -uitwisseling) - Fundering voor menselijke infrastructuur
- Wateropslag - Archeologische archieffunctie
(bewaring van erfgoed)
Bodemdegradatie
Verlies van bodemkwaliteit door natuurlijke of menselijke invloeden.
Verschuivingen in landbouw ⟶ degradatie
- Intensieve landbouw verhoogt druk op bodemkwaliteit
- Ontbossing, overbemesting, zware machines
- Ongeveer 1/3 van vruchtbare bodems wereldwijd is al aangetast
Soorten:
Chemische degradatie Fysische degradatie
- Verzuring: door zure regen/bemesting - Verslemping: verlies kruimelstructuur
- Vermesting: teveel nutriënten (N, P) - Erosie: bodemafspoeling
- Verzilting: zoutophoping - Verdichting: door machines
- Verontreiniging: zware metalen (bv. rond Brussel) - Verdroging: door wateronttrekking /
klimaat
Voorbeelden in Vlaanderen
Leemgebieden sterk gevoelig voor erosie
Zand: zware korrels, spoelt gemakkelijk weg
Klei: cohesief
- Heuvelachtig
- Akkerbouw :
ark Pagina 3