HOOFDSTUK 1 : begrippen
schatten = vermoedelijke “waarde” bepalen uitgaande ve bepaalde kennis
gebaseerd op gebruikelijke schattingstechnieken
met kennis vastgoedmarkt
ervaring
minnelijke expertise: onderlinge ov (tussen schatter & klant)
gerechtelijke expertise: schatting voor de rechtbank
wie kan allemaal schatten? -> iedereen
⤷ iedereen mag schatten maar er is een lijst met erkende Vlabel schatters
! schatter mag geen belang als eigenaar, potentiële K, … hebben – dit kan ervoor
zorgen dat schatting niet objectief is
over welke capaciteiten moet een goede schatter beschikken?
materiaalkennis op hoogte zijn v vastgoedmarkt
juridische regels kennen meetkundig zijn
deontologisch zijn …
opdrachtgevers: meestal particulieren
-> maar ook schattingen voor bv advocaten, boekhouders, overheid
(onteigening, recht voorkoop), verzekeringsmaatschappij
schattingen worden gedaan voor:
verkoop / aankoop
(handels)huur
verdeling tgv nalatenschap / echtscheiding
bankschatting
bank kan jouw huis in beslag nemen als jij lening niet kan betalen, maar als hun
lening hoger is dan waarde v jouw huis zullen ze niet al hun geld terugkrijgen
goede schatting v woning is noodzakelijk (schatter v bank zal huis wat
lager inschatten zodat ze zeker zijn dat ze geld terugkrijgen)
1
, SCHATTINGEN 4
soorten waarden :
gebruikswaarde : niet verhandelbaar toch grote waarde (bv. lucht, gezondheid,
geleerdheid, …)
ruilwaarde : kunnen aangeschaft worden en zijn verhandelbaar (bv. OG)
een goed heeft een ruilwaarde als het aan 4 voorwaarden voldoet:
vw moet verhandelbaar zijn
vw moet voldoen aan een verlangen
de moeilijkheid om het vw aan te schaffen
vw mag niet strijdig zijn met de openbare orde
normale verkoopwaarde (= marktwaarde = realisatiewaarde = venale
waarde)
= prijs waarbij een OG / recht redelijkerwijs bij een onderhandse ov verhandeld
kan worden
voorwaarden :
- vrije wil v K & VK
- redelijke onderhandelingstermijn
- goed wordt voor verkoop aangeboden aan marktvoorwaarde, zonder
reserves, met gepaste bekendmaking
- rekening houdend met de aard van het goed en de marktsituatie
- de afwezigheid v factoren v persoonlijk belang
- de aanwezigheid v voldoende kopers
houdt rekening met huidige & potentiële waarde v OG
potentiële waarde -> HABU principe (highest and best use)
bv. groot perceel met klein huisje op – je kan hier heel grote villa opzetten
intrinsieke (innerlijke) waarde
- objectief (kan je niet over discussiëren)
- bepaald door innerlijke eigenschappen (volume, vorm, afmetingen)
2
, SCHATTINGEN 4
extrinsieke (uiterlijke) waarde
- subjectief (bv. materiaalkeuze, wat je mooi vindt)
- hangt af vd persoon die de zaak aanschouwt
werkelijke waarde
- de waarde die het voorwerp bezit voor gelijk wie
- evenwicht tussen vraag & aanbod (snijpunt v vraag &
aanbod curve)
gelegenheidswaarde
eerder subjectief, alles hangt af v gelegenheid
VOORBEELD: perceel A wilt rood stuk verkopen, heeft weinig waarde want ligt
niet aan straat
heeft voor perceel B wel hoge waarde want die kan zo zijn perceel vergroten
= gelegenheidswaarde voor perceel B
gemoedswaarde / gevoelswaarde
gesteund op een subjectieve gevoelskwestie
speciale gehechtheid aan een zaak (ouderlijk huis)
niet in rekening brengen bij een schatting
voortbrengstwaarde (opbengstwaarde)
betreffen de zaken die op zichzelf niet kunnen verbruikt worden maar de
eigenschap bezitten verbruikbare dingen te kunnen leveren of voortbrengen
het kan dat goederen 2 of meerdere waarden hebben
bv. koe heeft voortbrengstwaarde voor boer & verbruikswaarde voor slachter
nieuwbouwwaarde
= de totale bouwwaarde ve gebouwd eigendom
= waarde vh goed op het ogenblik v zijn afwerking, zonder rekening te houden
met de veroudering
3