2023-2024 GYNAECOLOGISCHE
ASPECTEN VAN
SEKSUALITEIT EN DE
VOORTPLANTING
PROF. PEERAER
Laurence Claessens
,1. INLEIDING
Inhoud van de cursus: vruchtbaarheid, vruchtbaarheidsproblemen, onderzoeken en
behandelingsmogelijkheden
85% vd koppels is na een jaar onbeschermde betrekkingen zwanger → overige 15% ongerust
o De helft van die 15% wordt in het volgende jaar zwanger
o De andere helft na twee jaar nog niet → vaak vruchtbaarheidsstoornissen gevonden
1/10 koppels kent vruchtbaarheidsproblemen (helft zoekt medische hulp) → dus: belangrijk
volksgezondheidprobleem
o Infertiliteit = het niet bereiken van een zwangerschap na minstens 12 maanden
regelmatig onbeschermd seksueel contact
Niet zinvol te onderzoeken als er nog geen jaar voorbij is → uitzonderingen:
o Onregelmatige/ afwezige cyclus
o Vorige ingrepen in het bekken
o Afgesloten eileiders
o Vrouwen ouder dan 35
o Vermoedens van onvoldoende zaadkwaliteit man
o …
2 factoren bepalend voor de aard van de onderzoeken en behandelingen:
o Duur van de onvervulde kinderwens
o Leeftijd van de vrouw
Veel vooruitgang geboekt: eerste proefbuisbaby (Brown) in 1978 veroorzaakte veel discussie
→ nu is IVF heel gewoon
o Let op: illusie dat alles mogelijk is → niet waar!
▪ Cumulatieve kans op levend geboren kind na 6 IVF behandelingen
• 66% bij vrouwen jonger dan 36
• 43% bij vrouwen van 36 – 39
• 21% bij vrouwen van 40 – 42
▪ WANT:
• Zaadcel inbrengen in eicel betekent nog niet dat er een embryo is
• Embryo inbrengen in baarmoeder betekent nog geen innesteling →
3 belangrijke factoren voor een succesvolle innesteling:
o Competent, kwalitatief embryo
o Receptieve baarmoederwand
o Optimale communicatie tussen embryo en baarmoederwand
▪ DUS: blijvend onderzoek nodig!
Reproductieve geneeskunde: koppel informeren en betrekken
1
,2. OMSCHRIJVING EN DEFINITIES
2.1. DEFINITIES
Infertiliteit = ziekte van het voortplantingssysteem met als definitie het uitblijven van een
klinische zwangerschap na 12 of meer maanden regelmatige onbeschermde coïtus
o Subfertiliteit = verminderde vruchtbaarheid (vaak als synoniem voor infertiliteit,
eveneens indien kinderwens na een jaar niet vervuld is)
o Steriliteit = volledige onvruchtbaarheid
➔ Afhankelijk van oorzaak na diagnostisch onderzoek (maar meestal gaat het om verminderde
vruchtbaarheid)
Verminderde vruchtbaarheid/ subfertiliteit/ infertiliteit = na een periode van één jaar
kinderwens met regelmatige coïtus nog geen spontane zwangerschap
o Primaire subfertiliteit = nog geen enkele keer zwanger geweest
o Secundaire subfertiliteit = onvervulde kinderwens na voorgaande klinisch
aantoonbare zwangerschap (miskraam/ ectopische zwangerschap/ levend geboorte)
▪ Cf man:
• Primaire subfertiliteit = nog nooit zwangerschap tot stand gebracht
• Secundaire subfertiliteit = wel al zwangerschap tot stand gebracht
Fecundabiliteit = maandelijkse kans op zwangerschap (monthly fecundity rate)
o Ongeveer 25% tijdens de eerste maanden, maar daalt omgekeerd evenredig met de
tijd die nodig is voor de conceptie
▪ 20% na enkele maanden, 10% na een jaar, 5% na twee jaar
o Daalt ook verder met de toenemende leeftijd van de vrouw (maar daalt ook stilaan
tijdens die eerste 12 maanden, dus bedraagt niet constant 20 of 10%)
▪ 20% tijdens eerste jaar bij vrouwen van 25 jaar
▪ 10% tijdens eerste jaar bij vrouwen van 35 jaar
Cumulatieve kans op zwangerschap = kans op zwangerschap na X maanden of X jaren
kinderwens, gebaseerd op de fecundabiliteit
o 72% binnen 6 maanden bij koppel met regelmatige coïtus en fecundabiltiet van 20%
o 85% binnen een jaar bij koppel met regelmatige coïtus en fecundabiltiet van 20%
o 93% binnen twee jaar bij koppel met regelmatige coïtus en fecundabiltiet van 20%
➔ Fecundabiliteit en cumulatieve zwangerschapskans erg belangrijk om spontane
zwangerschapskans in te schatten en te overleggen over mogelijke behandelingen
2.2. FACTOREN VAN NORMALE FERTILITEIT
2.2.1. LEEFTIJD
Kans op zwangerschap daalt en kans op miskraam stijgt naarmate leeftijd vrouw
o Oorzaak: verminderde kwaliteit eicellen (meer chromosomale afwijkingen)
Begint vanaf 32, wordt uitgesproken vanaf 35 en nog meer na 40
o Advies: kinderwens volledig realiseren voor de leeftijd van 35 jaar
2
, 2.2.2. COÏTUS
Tijdstip: vrouwen zijn tussen dag 8 en 16 van hun cyclus het meest vruchtbaar
Timing: de vruchtbaarste dag is de dag voor de eisprong en de eisprong is ongeveer 14
dagen voor de menstruatie → DUS: 6-tal dagen voor tot 2-tal dagen na eisprong éénmaal
coïtus om de twee dagen
o Zaadcellen 2 dagen bevruchtend vermogen, terwijl eicel maar 24 u bevruchtbaar
o Hogere coïtusfrequentie niet aan te raden want dan daalt spermakwaliteit
o Meerwaarde van bijkomende methoden (zoals monitoring cervicaal mucus, LH urine
testen,…) niet aangetoond + stress verhogend
2.2.3. LACTATIE
Moeders die geen borstvoeding geven: eerste postpartum-cyclus is ovulatoir in 75%
o Gonadotrope hormonen (LH & FSH) weer normaal tussen 3e en 5e week
Moeders die wel borstvoeding geven:
o Eerste 6 weken geen kans op zwangerschap
o 6e – 12e week 30% kans op zwangerschap
o Eerste 9 maanden 50% kans op zwangerschap
➔ Afhankelijk van frequentie borstvoeding, al dan niet combi met flessenvoeding en
voedingstoestand moeder
➔ Verminderde fertiliteit tijdens borstvoeding slechts gedeeltelijk te verklaren door anovulatie
2.3. PREVALENTIE VAN INFERTILITEIT
Wereldwijd probleem dus verdient aandacht van beleidsmakers, gezondheidsprogramma’s,…
o Ontwikkelingslanden: 7-9%
▪ Vooral secundaire infertiliteit door genitale infecties mannen en vrouwen
o Ontwikkelde landen: 8-12%
Indruk dat cijfers toenemen, maar niet empirisch aangetoond → tendensen die aan deze
indruk kunnen bijdragen:
o Leeftijd van eerste kind: neemt in Westerse landen toe door een aantal evoluties
zoals latere keuze van een vaste partner, toenemende scholingsgraad, prioriteit voor
werk of carrière, toename tweede relaties met kinderwens,… → vak pas kinderwens
als biologische vruchtbaarheid al afneemt → proportie subfertiele vrouwen stijgt
o Mannelijke vruchtbaarheid daalt & testiscarcinomen stijgen→ geen empirisch bewijs
o Toename van overgewicht en obesitas → negatieve invloed op vruchtbaarheid,
miskraam en complicaties tijdens zwangerschap en postpartum
o Coïtusfrequentie: een mogelijke hypothese is dat deze daalt door stress, carrière,…
o Bespreekbaarheid van subfertiliteit: makkelijker bespreekbaar, meer planning en
controle en sneller medisch advies geven de indruk dat het meer voorkomt
o Behandelingen: mogelijke behandelingen voor onvruchtbaarheidsproblemen die tot
voor kort onbehandelbaar waren
3
ASPECTEN VAN
SEKSUALITEIT EN DE
VOORTPLANTING
PROF. PEERAER
Laurence Claessens
,1. INLEIDING
Inhoud van de cursus: vruchtbaarheid, vruchtbaarheidsproblemen, onderzoeken en
behandelingsmogelijkheden
85% vd koppels is na een jaar onbeschermde betrekkingen zwanger → overige 15% ongerust
o De helft van die 15% wordt in het volgende jaar zwanger
o De andere helft na twee jaar nog niet → vaak vruchtbaarheidsstoornissen gevonden
1/10 koppels kent vruchtbaarheidsproblemen (helft zoekt medische hulp) → dus: belangrijk
volksgezondheidprobleem
o Infertiliteit = het niet bereiken van een zwangerschap na minstens 12 maanden
regelmatig onbeschermd seksueel contact
Niet zinvol te onderzoeken als er nog geen jaar voorbij is → uitzonderingen:
o Onregelmatige/ afwezige cyclus
o Vorige ingrepen in het bekken
o Afgesloten eileiders
o Vrouwen ouder dan 35
o Vermoedens van onvoldoende zaadkwaliteit man
o …
2 factoren bepalend voor de aard van de onderzoeken en behandelingen:
o Duur van de onvervulde kinderwens
o Leeftijd van de vrouw
Veel vooruitgang geboekt: eerste proefbuisbaby (Brown) in 1978 veroorzaakte veel discussie
→ nu is IVF heel gewoon
o Let op: illusie dat alles mogelijk is → niet waar!
▪ Cumulatieve kans op levend geboren kind na 6 IVF behandelingen
• 66% bij vrouwen jonger dan 36
• 43% bij vrouwen van 36 – 39
• 21% bij vrouwen van 40 – 42
▪ WANT:
• Zaadcel inbrengen in eicel betekent nog niet dat er een embryo is
• Embryo inbrengen in baarmoeder betekent nog geen innesteling →
3 belangrijke factoren voor een succesvolle innesteling:
o Competent, kwalitatief embryo
o Receptieve baarmoederwand
o Optimale communicatie tussen embryo en baarmoederwand
▪ DUS: blijvend onderzoek nodig!
Reproductieve geneeskunde: koppel informeren en betrekken
1
,2. OMSCHRIJVING EN DEFINITIES
2.1. DEFINITIES
Infertiliteit = ziekte van het voortplantingssysteem met als definitie het uitblijven van een
klinische zwangerschap na 12 of meer maanden regelmatige onbeschermde coïtus
o Subfertiliteit = verminderde vruchtbaarheid (vaak als synoniem voor infertiliteit,
eveneens indien kinderwens na een jaar niet vervuld is)
o Steriliteit = volledige onvruchtbaarheid
➔ Afhankelijk van oorzaak na diagnostisch onderzoek (maar meestal gaat het om verminderde
vruchtbaarheid)
Verminderde vruchtbaarheid/ subfertiliteit/ infertiliteit = na een periode van één jaar
kinderwens met regelmatige coïtus nog geen spontane zwangerschap
o Primaire subfertiliteit = nog geen enkele keer zwanger geweest
o Secundaire subfertiliteit = onvervulde kinderwens na voorgaande klinisch
aantoonbare zwangerschap (miskraam/ ectopische zwangerschap/ levend geboorte)
▪ Cf man:
• Primaire subfertiliteit = nog nooit zwangerschap tot stand gebracht
• Secundaire subfertiliteit = wel al zwangerschap tot stand gebracht
Fecundabiliteit = maandelijkse kans op zwangerschap (monthly fecundity rate)
o Ongeveer 25% tijdens de eerste maanden, maar daalt omgekeerd evenredig met de
tijd die nodig is voor de conceptie
▪ 20% na enkele maanden, 10% na een jaar, 5% na twee jaar
o Daalt ook verder met de toenemende leeftijd van de vrouw (maar daalt ook stilaan
tijdens die eerste 12 maanden, dus bedraagt niet constant 20 of 10%)
▪ 20% tijdens eerste jaar bij vrouwen van 25 jaar
▪ 10% tijdens eerste jaar bij vrouwen van 35 jaar
Cumulatieve kans op zwangerschap = kans op zwangerschap na X maanden of X jaren
kinderwens, gebaseerd op de fecundabiliteit
o 72% binnen 6 maanden bij koppel met regelmatige coïtus en fecundabiltiet van 20%
o 85% binnen een jaar bij koppel met regelmatige coïtus en fecundabiltiet van 20%
o 93% binnen twee jaar bij koppel met regelmatige coïtus en fecundabiltiet van 20%
➔ Fecundabiliteit en cumulatieve zwangerschapskans erg belangrijk om spontane
zwangerschapskans in te schatten en te overleggen over mogelijke behandelingen
2.2. FACTOREN VAN NORMALE FERTILITEIT
2.2.1. LEEFTIJD
Kans op zwangerschap daalt en kans op miskraam stijgt naarmate leeftijd vrouw
o Oorzaak: verminderde kwaliteit eicellen (meer chromosomale afwijkingen)
Begint vanaf 32, wordt uitgesproken vanaf 35 en nog meer na 40
o Advies: kinderwens volledig realiseren voor de leeftijd van 35 jaar
2
, 2.2.2. COÏTUS
Tijdstip: vrouwen zijn tussen dag 8 en 16 van hun cyclus het meest vruchtbaar
Timing: de vruchtbaarste dag is de dag voor de eisprong en de eisprong is ongeveer 14
dagen voor de menstruatie → DUS: 6-tal dagen voor tot 2-tal dagen na eisprong éénmaal
coïtus om de twee dagen
o Zaadcellen 2 dagen bevruchtend vermogen, terwijl eicel maar 24 u bevruchtbaar
o Hogere coïtusfrequentie niet aan te raden want dan daalt spermakwaliteit
o Meerwaarde van bijkomende methoden (zoals monitoring cervicaal mucus, LH urine
testen,…) niet aangetoond + stress verhogend
2.2.3. LACTATIE
Moeders die geen borstvoeding geven: eerste postpartum-cyclus is ovulatoir in 75%
o Gonadotrope hormonen (LH & FSH) weer normaal tussen 3e en 5e week
Moeders die wel borstvoeding geven:
o Eerste 6 weken geen kans op zwangerschap
o 6e – 12e week 30% kans op zwangerschap
o Eerste 9 maanden 50% kans op zwangerschap
➔ Afhankelijk van frequentie borstvoeding, al dan niet combi met flessenvoeding en
voedingstoestand moeder
➔ Verminderde fertiliteit tijdens borstvoeding slechts gedeeltelijk te verklaren door anovulatie
2.3. PREVALENTIE VAN INFERTILITEIT
Wereldwijd probleem dus verdient aandacht van beleidsmakers, gezondheidsprogramma’s,…
o Ontwikkelingslanden: 7-9%
▪ Vooral secundaire infertiliteit door genitale infecties mannen en vrouwen
o Ontwikkelde landen: 8-12%
Indruk dat cijfers toenemen, maar niet empirisch aangetoond → tendensen die aan deze
indruk kunnen bijdragen:
o Leeftijd van eerste kind: neemt in Westerse landen toe door een aantal evoluties
zoals latere keuze van een vaste partner, toenemende scholingsgraad, prioriteit voor
werk of carrière, toename tweede relaties met kinderwens,… → vak pas kinderwens
als biologische vruchtbaarheid al afneemt → proportie subfertiele vrouwen stijgt
o Mannelijke vruchtbaarheid daalt & testiscarcinomen stijgen→ geen empirisch bewijs
o Toename van overgewicht en obesitas → negatieve invloed op vruchtbaarheid,
miskraam en complicaties tijdens zwangerschap en postpartum
o Coïtusfrequentie: een mogelijke hypothese is dat deze daalt door stress, carrière,…
o Bespreekbaarheid van subfertiliteit: makkelijker bespreekbaar, meer planning en
controle en sneller medisch advies geven de indruk dat het meer voorkomt
o Behandelingen: mogelijke behandelingen voor onvruchtbaarheidsproblemen die tot
voor kort onbehandelbaar waren
3