Samenvatting
1
, Overzicht
1. Casus: Het examen zal een casusgericht examen zijn, mogelijks met wat meer
duiding/context/informatie.
2. Domeinen – Doorheen dit opleidingsonderdeel gaan we ons bewegen op 3 domeinen:
a) Klinische psychologie
b) Arbeids- en Organisatiepsychologie
c) Wetenschappelijk onderzoek
3. Onderscheiden begrippen:
• Ethische principes
• Deontologische code
• Recht
• Culturele waarden en normen
• Klinische inschatting en praktijkervaring
• Intuïtie
• Bv. enkel keuze maken op eigen Culturele waarden en normen, klinische inschatting en
praktijkervaring, en intuïtie is niet voldoende. Moet ook verwijzen naar de etische principes,
deontologische code en recht.
4. Examen:
• Kennis – Kunde – Creativiteit
o Het creatief oplossen: de kunde hebben om oplossingen en antwoorden te genereren die
niet zomaar letterlijk uit het handboek komen.
• Casus = gaat altijd om ‘verantwoordelijkheid’, ‘verantwoording’, ‘antwoorden’, ‘verantwoord
omgaan met de situatie’
• Gebruik van leermateriaal is toegestaan (‘open boek examen’): richtlijnen volgen later in het
semester
Doelstellingen
1. Professioneel handelen volgens de huidige wet- en regelgeving
2. De wet en de deontologische code van toepassing op de psychologische praktijk kennen en daar
naar handelen
3. Onderscheid aangeven tussen wet, deontologie en ethiek
4. Onderbouwde professionele keuzes maken in het belang van patiënten en cliënten, met respect
voor de maatschappij en de eigen persoon, op basis van ethisch reflecteren
5. Consequenties van keuzes inzien, ernaar handelen en verantwoordelijkheid nemen
Zie ook Canvas/Studiedeelfiche.
Leermiddelen
1. Canvas: bestanden (slides, brochures ed.), discussies, oefeningen doorheen het semester
2. Hoorcolleges: kennisclips (géén live opnames), je eigen notities (deel je kennis en inzichten)
3. Materiaal en colleges van: prof dr. Hubert Van Puyenbroeck
2
,LES 1 – INLEIDING
1. VOORBEELDEN
1.1 JEUGDZORG – “HET KIND VRAAGT JE OM TE WACHTEN”
Leon is een 15-jarige jongen in een dagcentrum, die jij begeleidt als individueel begeleider. Hij vertelt
dat zijn moeder soms “te ver gaat” wanneer ze gedronken heeft: schreeuwen, spullen gooien, hem ’s
nachts uit bed halen om te “praten”. Er is geen fysiek geweld, hij zegt dat hij zich meestal kan redden,
en hij vraagt je expliciet om nog niets te ondernemen tot na zijn examens. Hij zegt: “Als je nu iets doet,
maak je het erger. Dan zeg ik nooit meer iets.”
• Vragen hierbij:
o Wat zegt jouw eerste intuïtieve reactie?
o Wat zegt de wetgeving?
o Wat zegt de deontologische code?
o Wat doe je uiteindelijk, en hoe neem je verantwoordelijkheid voor de gevolgen?
• Nota’s prof:
o Emotionele mishandeling zonder acute signalen
o Jongere toont maturiteit en vraagt om uitstel
o Vertrouwensbreuk dreigt bij ingrijpen
1.2 PSYCHIATRISCHE THUISZORG – “HIJ FUNCTIONEERT BETER DAN OOIT”
Idris is een vrouw met een voorgeschiedenis van psychotische depressie, en stopt zelfstandig haar
medicatie. Ze oogt energiek, creatief en zegt dat ze opnieuw werkt en sociale contacten heeft. Haar
partner belt jou echter apart en zegt dat ze ’s nachts plannen maakt om “alles achter zich te laten”. De
patiënte zelf ontkent elk risico en vraagt je expliciet om niets te bespreken met haar partner of het
team.
• Vragen hierbij:
o Wat zegt jouw klinische buikgevoel?
o Wat zegt de wetgeving rond autonomie en gevaar?
o Wat zegt de deontologische code over informatie van derden?
o Hoe handel je, en welke ethische keuze maak je expliciet?
• Nota’s prof:
o Geen duidelijke desorganisatie
o Subjectief goed functioneren
o Informatie via derden, zonder toestemming
1.3 ARBEIDSPSYCHOLOGIE – “ZIJ WIL GEHOLPEN WORDEN, NIET BEOORDEELD”
Tijdens een loopbaanassessment in opdracht van HR barst Gaëlle in tranen uit en vertelt over
paniekaanvallen en suïcidale gedachten. Ze vraagt jou om haar te helpen dit eerst zelf aan te pakken,
zonder dat HR iets te weten komt. Het contract vermeldt echter expliciet dat je moet rapporteren over
psychologische belastbaarheid.
• Vragen:
o Wat zegt jouw menselijke reflex?
3
, o Wat zegt de wet over beroepsgeheim en zorgplicht?
o Wat zegt de deontologische code over opdrachtgeverschap?
o Wat rapporteer je (of niet), en waarom?
• Nota’s prof:
o Contractuele verplichtingen
o Kwetsbare cliënt in evaluatiecontext
o Mogelijk risico, maar geen acute crisis
1.4 ONDERWIJS – “ZE FUNCTIONEERT BETER ZONDER LABEL”
Meyrem, een 17-jarige leerlinge, krijgt van jou als klinisch psycholoog begeleiding voor angstklachten.
Ze functioneert duidelijk beter sinds de begeleiding, maar weigert formele diagnostiek. De
schooldirectie vraagt een schriftelijk attest om redelijke aanpassingen te kunnen verantwoorden bij de
inspectie. Meyrem zegt jou: “Als ik een label krijg, stopt dit hier voor mij.”
• Vragen:
o Wat zegt jouw intuïtie?
o Wat zegt de wetgeving rond attestering en dossiers?
o Wat zegt de deontologie over diagnostiek en indicatiestelling?
o Hoe balanceer je zorg, eerlijkheid en verantwoordelijkheid?
• Nota’s prof
o Ondersteuning zonder diagnose
o Institutionele druk
o Bescherming van toekomstige kansen
1.5 WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK – “JE WEET IETS DAT NIEMAND ANDERS WEET”
In een onderzoeksproject analyseer je transcripties van interviews. Een participant uit het onderzoek
beschrijft herhaaldelijk gedachten aan zelfbeschadiging, maar steeds in hypothetische termen: “Ik zeg
niet dat ik het doe, maar het idee dat je jezelf pijn kan doen om iets te voelen… dat idee komt wel eens
voorbij.” In het informed consent staat dat de onderzoeker geen therapeutische rol heeft.
• Vragen
o Wat zegt jouw persoonlijke intuïtie?
o Wat zegt de wet rond onderzoek en zorgplicht?
o Wat zegt de deontologische code over dubbele rollen?
o Wat doe je, en hoe verdedig je die keuze achteraf?
• Nota’s prof
o Geen expliciete crisis
o Duidelijke rolafbakening in protocol
o Persoonlijke morele onrust
4