SAMENVATTING BOUWTECHNISCH
MANAGEMENT
BOUWTECHNISCH MANAGEMENT
Technische analyse en advisering:
1. Wandopbouw
2. Vloeropbouw
3. Dakopbouw
4. Technieken
TECHNISCHE ANALYSE RIJWONINGEN:
RIJWONINGEN:
Kenmerkend:
19de -eeuwse gordel van de stad
- Brugse Poort is voornamelijk ontstaan door de
industriële expansie van de 19e eeuw
- Wijk is volledig volgebouwd in periode van 30 jaar (+/-
1860-1890)
- Gegroeid zonder stedenbouwkundige voorwaarden,
vandaar chaotische stratenpatroon en drukke
bebouwing
- Breedte 4 à 5 m
- Hoofdbouw met 2 à 3 bouwlagen + hellend dak
- Achterbouwen in vele gedaantes
- Voorbouwlijn valt samen met rooilijn
WANDOPBOUW
SCHEIMUREN:
- Staan te paard op de perceelsgrens
- Steense muur (19cm breed)
- Dragend
- Volle baksteen
GEVELS:
- Binnenspouwblad en buitenspouwblad
- Totale dikte 26 tot 30 cm
- Geen of beperkte spouw
- Geen isolatie
,VLOEROPBOUW
VLOER OP VOLLE GROND:
- Tegels in de zavel
- Geen betonplaat aanwezig
- Vertonen vaak verzakkingen
TUSSENVLOEREN:
- Houten roostering + beplanking
- Plankenvloer ligt dwars op houten roostering
- 7/18 HOH 45 à 50
- Draagrichting na te gaan
DAKOPBOUW
HELLEND DAK:
- Gordingen 7/23
- Doorlopende balken tot bij de buren
- Geen onderdak aanwezig
TECHNIEKEN
RIOLERING:
- Aanwezigheid deksels te controleren
- Mogelijk gedeelde septische put
- Aanwezige putten zijn gemetst
VERWARMING EN SANITAIR:
- Geen centrale verwarming
- Opwekking warm water via afzonderlijke boiler
ELEKTRICITEIT:
- Afwezigheid aarding
ADVISERING RIJWONINGEN:
Mogelijke ingrijpen
- Sloop bestaande achterbouwen en vervangen door nieuwe uitbreiding
- Vuistregel maximale bouwdiepte op gelijkvloers 18m (tenzij anders opgenomen in
stedenbouwkundige voorschriften)
- Mogelijke uitbreiding op de verdieping afhankelijk van stedenbouwkundige voorschriften
- Aanpak technieken en wandopbouwen
,WANDOPBOUW
SCHEIMUREN:
- Vermijden om nieuwe draagvloeren in op te leggen
- Ter hoogte van niet aangebouwde delen isoleren met materiaal dat ‘eenvoudig’ te
verwijderen is bij eventuele uitbreiding bij de buur
- (BW 3 ‘goederen’): ‘tijdelijke overhang’
- Ophogen of verlengen kan enkel met massieve materialen
- Akoestische voorzetwanden zorgen voor inname reeds beperkt binnenruimte
- Aandacht voor opstijgend vocht
INJECTEREN VAN WANDEN:
WTCB_TV 252: Vocht in gebouwen. Bijzonderheden van opstijgend vocht (vervangt de TV 210).
Een goede diagnose stellen
- Een donkere en doorlopende vlek die zich vanaf de bodem over de muur uitstrekt
tot op een hoogte van 1 tot 1,5 meter en die steeds lichter wordt naar boven toe,
duidt vaak op de aanwezigheid van opstijgend vocht. Kan gemeten worden door
het gebruik van elektrische vochtmeters of carbideflessen.
- Gaat vaak gepaard met hygroscopische zouten, vooral bij oud metselwerk. Deze
zouten ontstaan
- o.a. door nitraten afkomstig uit de grond. Hun aanwezigheid is problematisch,
aangezien ze het vocht uit de lucht opnemen en vochtvlekken veroorzaken, zelfs
wanneer het opstijgende vocht effectief behandeld werd.
- Gebouwen die dateren van voor 1945 (méér dan 1/3 van de gebouwen in België)
zijn doorgaans niet uitgerust met een vochtscherm ter hoogte van de muurvoet.
Behandeling van de zouten
- Zelfs wanneer het opstijgende vocht werd behandeld met injecties, kunnen er vochtvlekken
zichtbaar blijven. Dit is niet noodzakelijk te wijten aan een slechte uitvoering van de behandeling,
maar simpelweg aan het feit dat in de muur ook een andere vorm van vocht aanwezig is die niet-
opstijgend is en resulteert uit de aanwezigheid van zouten in het metselwerk. Deze zouten
kunnen niet door injecties verwijderd worden. Er bestaan evenwel behandelingen, zoals
‘elektroforese’ of ‘ontzoutingscompressen’, waardoor deze zouten verwijderd kunnen worden,
maar deze zijn erg duur.
, - Over de zouten heen schilderen biedt geen oplossing. Het zout zal immers zijn uitwerking blijven
vochtige en beschadigde bepleisteringen te verwijderen en, als de bouwheer hiermee akkoord
gaat,
- De binnenmuur niet te schilderen of te bepleisteren. Een andere mogelijkheid bestaat erin om
een voorzetwand te plaatsen, bijvoorbeeld op een noppenmembraan.
Hoe injecteren?
1. Keuze van het injectieproduct
- In functie van kwaliteit en kostprijs
- Waterwerend product, met BUTGB (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw)
hoe meer product, hoe efficiënter
2. Berekening van de diameter van de gaten
- Diameter varieert in functie van het injectieproduct
- Zal beperkt zijn bij vloeibare producten (verspreiden zich gemakkelijk)
grotere diameter nodig bij crèmes (diffunderen trager)
3. Boren
- Om de 10 à 20 centimeter
- Horizontaal en bij voorkeur in de mortel en niet in de baksteen diepte moet =
diepte van de muur min 5 centimeter
- (dit is de afstand die men overhoudt aan de tegenoverliggende zijde, zodat
het oppervlakte bestand is tegen een druk van 2 tot 3 bar die kan ontstaan
tijden het injecteren)
- Zo hoog mogelijk (bij buitenmuur: injectieniveau moet zich zowel aan de
binnen- als aan de buitenzijde boven het maaiveld bevinden)
4. Uitborstelen
- Onzuiverheden moeten worden verwijderd uit de boorgaten in de mortel
5. Afdichting
- Na injectie moeten de eerste 2à3cm van de boorgaten afgedicht worden met mortel
- De muren moeten volledig droog zijn voor aanbrengen van eventuele afwerking om te vermijden
dat het vocht ingesloten wordt in de muur
Duurzaamheid (injecteren):
- Behandeling is definitief en behoudt zijn vochtwerende werking, zelfs na enkele jaren.
MANAGEMENT
BOUWTECHNISCH MANAGEMENT
Technische analyse en advisering:
1. Wandopbouw
2. Vloeropbouw
3. Dakopbouw
4. Technieken
TECHNISCHE ANALYSE RIJWONINGEN:
RIJWONINGEN:
Kenmerkend:
19de -eeuwse gordel van de stad
- Brugse Poort is voornamelijk ontstaan door de
industriële expansie van de 19e eeuw
- Wijk is volledig volgebouwd in periode van 30 jaar (+/-
1860-1890)
- Gegroeid zonder stedenbouwkundige voorwaarden,
vandaar chaotische stratenpatroon en drukke
bebouwing
- Breedte 4 à 5 m
- Hoofdbouw met 2 à 3 bouwlagen + hellend dak
- Achterbouwen in vele gedaantes
- Voorbouwlijn valt samen met rooilijn
WANDOPBOUW
SCHEIMUREN:
- Staan te paard op de perceelsgrens
- Steense muur (19cm breed)
- Dragend
- Volle baksteen
GEVELS:
- Binnenspouwblad en buitenspouwblad
- Totale dikte 26 tot 30 cm
- Geen of beperkte spouw
- Geen isolatie
,VLOEROPBOUW
VLOER OP VOLLE GROND:
- Tegels in de zavel
- Geen betonplaat aanwezig
- Vertonen vaak verzakkingen
TUSSENVLOEREN:
- Houten roostering + beplanking
- Plankenvloer ligt dwars op houten roostering
- 7/18 HOH 45 à 50
- Draagrichting na te gaan
DAKOPBOUW
HELLEND DAK:
- Gordingen 7/23
- Doorlopende balken tot bij de buren
- Geen onderdak aanwezig
TECHNIEKEN
RIOLERING:
- Aanwezigheid deksels te controleren
- Mogelijk gedeelde septische put
- Aanwezige putten zijn gemetst
VERWARMING EN SANITAIR:
- Geen centrale verwarming
- Opwekking warm water via afzonderlijke boiler
ELEKTRICITEIT:
- Afwezigheid aarding
ADVISERING RIJWONINGEN:
Mogelijke ingrijpen
- Sloop bestaande achterbouwen en vervangen door nieuwe uitbreiding
- Vuistregel maximale bouwdiepte op gelijkvloers 18m (tenzij anders opgenomen in
stedenbouwkundige voorschriften)
- Mogelijke uitbreiding op de verdieping afhankelijk van stedenbouwkundige voorschriften
- Aanpak technieken en wandopbouwen
,WANDOPBOUW
SCHEIMUREN:
- Vermijden om nieuwe draagvloeren in op te leggen
- Ter hoogte van niet aangebouwde delen isoleren met materiaal dat ‘eenvoudig’ te
verwijderen is bij eventuele uitbreiding bij de buur
- (BW 3 ‘goederen’): ‘tijdelijke overhang’
- Ophogen of verlengen kan enkel met massieve materialen
- Akoestische voorzetwanden zorgen voor inname reeds beperkt binnenruimte
- Aandacht voor opstijgend vocht
INJECTEREN VAN WANDEN:
WTCB_TV 252: Vocht in gebouwen. Bijzonderheden van opstijgend vocht (vervangt de TV 210).
Een goede diagnose stellen
- Een donkere en doorlopende vlek die zich vanaf de bodem over de muur uitstrekt
tot op een hoogte van 1 tot 1,5 meter en die steeds lichter wordt naar boven toe,
duidt vaak op de aanwezigheid van opstijgend vocht. Kan gemeten worden door
het gebruik van elektrische vochtmeters of carbideflessen.
- Gaat vaak gepaard met hygroscopische zouten, vooral bij oud metselwerk. Deze
zouten ontstaan
- o.a. door nitraten afkomstig uit de grond. Hun aanwezigheid is problematisch,
aangezien ze het vocht uit de lucht opnemen en vochtvlekken veroorzaken, zelfs
wanneer het opstijgende vocht effectief behandeld werd.
- Gebouwen die dateren van voor 1945 (méér dan 1/3 van de gebouwen in België)
zijn doorgaans niet uitgerust met een vochtscherm ter hoogte van de muurvoet.
Behandeling van de zouten
- Zelfs wanneer het opstijgende vocht werd behandeld met injecties, kunnen er vochtvlekken
zichtbaar blijven. Dit is niet noodzakelijk te wijten aan een slechte uitvoering van de behandeling,
maar simpelweg aan het feit dat in de muur ook een andere vorm van vocht aanwezig is die niet-
opstijgend is en resulteert uit de aanwezigheid van zouten in het metselwerk. Deze zouten
kunnen niet door injecties verwijderd worden. Er bestaan evenwel behandelingen, zoals
‘elektroforese’ of ‘ontzoutingscompressen’, waardoor deze zouten verwijderd kunnen worden,
maar deze zijn erg duur.
, - Over de zouten heen schilderen biedt geen oplossing. Het zout zal immers zijn uitwerking blijven
vochtige en beschadigde bepleisteringen te verwijderen en, als de bouwheer hiermee akkoord
gaat,
- De binnenmuur niet te schilderen of te bepleisteren. Een andere mogelijkheid bestaat erin om
een voorzetwand te plaatsen, bijvoorbeeld op een noppenmembraan.
Hoe injecteren?
1. Keuze van het injectieproduct
- In functie van kwaliteit en kostprijs
- Waterwerend product, met BUTGB (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw)
hoe meer product, hoe efficiënter
2. Berekening van de diameter van de gaten
- Diameter varieert in functie van het injectieproduct
- Zal beperkt zijn bij vloeibare producten (verspreiden zich gemakkelijk)
grotere diameter nodig bij crèmes (diffunderen trager)
3. Boren
- Om de 10 à 20 centimeter
- Horizontaal en bij voorkeur in de mortel en niet in de baksteen diepte moet =
diepte van de muur min 5 centimeter
- (dit is de afstand die men overhoudt aan de tegenoverliggende zijde, zodat
het oppervlakte bestand is tegen een druk van 2 tot 3 bar die kan ontstaan
tijden het injecteren)
- Zo hoog mogelijk (bij buitenmuur: injectieniveau moet zich zowel aan de
binnen- als aan de buitenzijde boven het maaiveld bevinden)
4. Uitborstelen
- Onzuiverheden moeten worden verwijderd uit de boorgaten in de mortel
5. Afdichting
- Na injectie moeten de eerste 2à3cm van de boorgaten afgedicht worden met mortel
- De muren moeten volledig droog zijn voor aanbrengen van eventuele afwerking om te vermijden
dat het vocht ingesloten wordt in de muur
Duurzaamheid (injecteren):
- Behandeling is definitief en behoudt zijn vochtwerende werking, zelfs na enkele jaren.