HOOFDSTUK 1: KWALITATIEF ONDERZOEK EN CRIMINOLOGISCHE THEORIE
1. INLEIDING
− Methodestrijd in de jaren 50
o Kwantitatief vs kwalitatief
▪ Kwantitatief: tellen, reduceren (40 vragen in een onderzoek is eigenlijk beperkt)
• Sterk voorgestructureerd
• Elke vraag en antwoordcategorie ligt vooraf vast
• Veel aandacht over meten wat men wil meten
• Wanneer kiezen voor kwantitatief onderzoek?
o Goede afbakening van concepten
o Goede toegankelijkheid, als je totale populatie gekend is
▪ Vb schoolgaande jeugd, gevangenispopulatie en Belgen
▪ Geen gegevens over vb daklozen
o Representativiteit
▪ Kwalitatief: begrijpen, verstehen, uitdiepen hoe mensen de wereld zien
• Weken of maanden met je respondenten bezig zijn => participerende observatie
• Definitie Denzin: kwalitatieve onderzoekers proberen veel dichter bij de natuurlijke
mogelijke setting van de respondenten door ze rechtstreeks te ondervragen en data
verzamelen die meer inzicht geven in hoe mensen betekenis geven aan hun wereld
• Ongestructureerd: je kan dieper ingaan op antwoorden van respondent
• Natuurlijke omgeving
• Meer ruimte voor verdieping en aanpassing
• Inspelen op wat respondent zegt
• Wanneer kiezen voor kwalitatief onderzoek?
o Betekenisgeving is belangrijk
o Gevoelige of taboe-topics
o Context en processen zijn centraal
2.UITLEG BEGRIPPEN
Beheersingscultuur Veel criminologen voegen volgens de tekst weinig eigen interpretatie of kritische analyse
toe aan hun onderzoek. Daardoor dreigt criminologie vooral een instrument te worden om
criminaliteit te beheren en controleren, in plaats van ze kritisch te begrijpen. Hierdoor
evolueert het vakgebied soms naar een soort “beheersingscultuur”.
A-theoretisch empirisme Hiermee bedoelt men dat criminologen vaak vooral werken met gemakkelijk beschikbare
gegevens over criminaliteit en rechtshandhaving, meestal verzameld door de overheid.
Daardoor ligt de nadruk sterk op cijfers en data, zonder voldoende theoretische of
kritische reflectie.
Dataverzameling Criminologisch onderzoek gebruikt vaak bestaande databanken van politie en overheid.
Die datasets zijn meestal opgesteld voor opsporing en vervolging, niet voor
wetenschappelijk onderzoek. Daardoor bepalen overheden gedeeltelijk welke vormen
van criminaliteit zichtbaar worden. Criminaliteit die moeilijk meetbaar is of buiten de
aandacht van politie valt, blijft sneller onzichtbaar.
Beperking onderzoek Volgens De Haan werken criminologen soms te veel met grote datasets en verliezen ze
daardoor hun onafhankelijke positie. Bij kwalitatief onderzoek geven externe
opdrachtgevers bovendien vaak al vooraf vastgelegde onderzoeksvragen, waardoor
onderzoekers minder vrij zijn om de werkelijkheid open en kritisch te onderzoeken.
Verstehen Het handelen vanuit het actor perspectief leren begrijpen. Het inzichtelijk maken van
betekenisgeving, om te leren begrijpen van de werkelijkheid vanuit een emic perspectief.
Idealiter betekent dit een combinatie van kwantitatief onderzoek en kwalitatief onderzoek
,3. WAAROM EEN THEORIE IN ONZE ‘GEREEDSCHAPSKIST’ ZIT
Theorie Een theorie helpt onderzoekers om de werkelijkheid te begrijpen en te verklaren.
Belangrijkste functies van theorie:
− Theorie biedt een manier om naar de werkelijkheid te kijken.
− Vanuit theorie kunnen hypotheses worden opgesteld.
− Theorie helpt conclusies trekken uit onderzoeksgegevens.
− Theorie bestaat uit een systematische en logische redenering.
− Theorie helpt om problemen te verklaren en beter te begrijpen.
− Theorie beïnvloedt ook welke oplossingen men zoekt voor maatschappelijke
problemen.
Theorie bepaalt mee:
− waar onderzoekers naar kijken;
− welke gegevens belangrijk lijken;
− hoe fenomenen geïnterpreteerd worden.
Verklaren vs beschrijven We hebben een theorie nodig om problemen te kunnen verklaren. Zonder theorie blijven
de uitkomsten van empirisch onderzoek op een beschrijvend niveau hangen
Theoretische noties Fungeren als een bril waardoor bepaalde zaken juist scherp gesteld en overbelicht
worden en andere zaken juist wegvallen of onderbelicht worden
Sociale constructie Voor rechercheurs is een liquidatie Dus een bepaald type moord met een sterke
richtinggevende functie in het begin van een moordonderzoek. Voor de gemiddelde
criminoloog heeft een liquidatie een andere betekenis: het gaat hem om het verklaren van
crimineel geweld in de context van georganiseerde misdaad waarbij rationele afwegingen
centraal staan.
− Van de Port: wijst op de sociale constructie van vermeende feiten
4. HET GEBRUIK VAN KWALITATIEVE METHODEN IN DE CRIMINOLOGIE
Interpretatieve benadering Verstehende of interpretatieve benadering is kenmerkend voor kwalitatief onderzoek
Levensgeschiedenis Van persoon of groep wordt het tijdsbeeld geschetst
Narratieve methode Uit verschillende persoonlijke verhalen een ‘groter’ verhaal construeren.
Transparantie van methoden Duiding van de onderzoeksmethoden en de data
4.1 WAT IS EEN KWALITATIEF ONDERZOEK?
− Er zijn heel veel verschillende vormen van kwalitatief onderzoek, wat zich uit in verschillende
dataverzamelingstechnieken, analysemethoden en theoretische invalshoeken
− Geen consensus over hoe men kwalitatief onderzoek moet definiëren
− Kan vooral worden verklaard door de grote variatie in filosofische uitgangspunten in kwalitatief onderzoek
(gerelateerd aan wat kwalitatief kan/ moet onderzoeken).
− Kwalitatief onderzoek kan je best omschrijven door te wijzen op een serie belangrijke maar niet steeds samen
voorkomende kenmerken
4.2 WAT IS ‘KWALITATIEF’ AAN KWALITATIEF ONDERZOEK?
− Kwalitatief onderzoek is interpretatief van aard
o We zijn geïnteresseerd in:
▪ Hoe de sociale wereld wordt geïnterpreteerd
▪ Hoe de sociale wereld wordt begrepen
▪ Hoe de sociale wereld wordt ervaren
▪ Hoe mensen hun sociale wereld produceren
Focus ligt op betekenisgeving: hoe mensen zelf hun werkelijkheid begrijpen en vormgeven.
− Flexibele dataverzameling
o Methoden zijn flexibel
o Onderzoeker kan inspelen op eerdere antwoorden
o Vragen kunnen aangepast worden tijdens het onderzoek
!!!! Flexibel betekent niet: geen voorbereiding → er is veel voorbereiding, maar zonder rigide vastlegging
, − Gebaseerd op analysemethoden en interpretaties die ingaan op de complexiteit, de details en de context
− Meer nadruk op ‘holistische’ analyse
− Design/opzet: Via een cyclisch-interactief proces:
o Data verzamelen ➔ Data analyseren ➔ Opnieuw data verzamelen ➔ …
− De onderzoeker wordt als persoon ingezet en moet:
o Flexibel zijn
o Sociale vaardigheden hebben
o Een passende rol aannemen
o Vertrouwensband opbouwen
o Kunnen kijken vanuit het perspectief van de respondent
o Balans tussen betrokkenheid & professionele distantie
Doel: de wereld zien zoals respondenten die zien (= verstehen)
4.3 EISEN AAN HET KWALITATIEF ONDERZOEK
− Kwalitatief onderzoek is geen “easy peasy” onderzoek. Het is wetenschappelijk onderzoek en moet:
o 1. Systematisch en rigoureus worden uitgevoerd
o 2. Strategisch, maar tegelijk flexibel en contextueel zijn
o 3. Steunen op actieve reflexiviteit van de onderzoeker
o 4. Verklaringen bieden voor intellectuele problemen
o 5. Leidend zijn tot veralgemeenbare inzichten (analytisch, niet statistisch)
o 6. Bewust omgaan met combinatie van technieken
o De onderzochten worden betrokken bij (de interpretatie van) de resultaten
o Rapportering probeert de volledige context weer te geven
5. CRIMINOLOGISCHE EPISTEMOLOGIE IN EEN NOTENDOP
Etiologisch Etiologische theorieën proberen de oorzaken van criminaliteit te verklaren. Ze onderzoeken
waarom mensen crimineel gedrag stellen.
Hiervoor kunnen zowel kwalitatieve methoden, als kwantitatieve methoden worden gebruikt.
Sociale Deze theorieën richten zich niet alleen op het criminele gedrag zelf, maar vooral op hoe de
reactiebenaderingen samenleving erop reageert.
Ze onderzoeken:
• hoe criminaliteitsbestrijding werkt;
• welke effecten politie, justitie en beleid hebben;
• hoe reacties van de samenleving criminaliteit mee beïnvloeden.
Ook hier kunnen zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden gebruikt worden.
Verklaringsniveau Criminologische theorieën kunnen op verschillende niveaus verklaringen geven:
- Macro-niveau
• kijkt naar de samenleving als geheel;
• bijvoorbeeld armoede, ongelijkheid of beleid.
- Micro-niveau
• richt zich op het individu;
• bijvoorbeeld persoonlijkheid, motivatie of gedrag.
- Meso-niveau
• bevindt zich tussen beide;
• kijkt naar groepen, organisaties, buurten of sociale netwerken
Moederdisciplines Criminologie is een multidisciplinaire wetenschap en haalt inzichten uit verschillende
vakgebieden, zoals: (rechts)filosofie, statistiek, medische wetenschap, biologie, sociale
psychologie, sociologie, klinische en ontwikkelingspsychologie, culturele antropologie…
Intersubjectiviteit Meerdere mensen delen dezelfde betekenissen of ideeën. Dit gebeurt bijvoorbeeld via taal,
symbolen, sociale interactie… => Daardoor ontstaat een gedeelde sociale werkelijkheid.
Consensusmodel Maatschappijbeeld dat stelt dat regels bepaald worden in een democratisch proces en een
meerderheid het eens is over de fundamenten
Conflictmodel Maatschappijbeeld dat de regels in de samenleving worden beslist en opgelegd door een
minderheid (heersende klasse) na een machtsstrijd
,HOOFDSTUK 2: HISTORIEK (NIET IN BOEK)
1. INLEIDING
REIZIGERSVERHALEN EN -GESCHRIFTEN
− Antropologie was de eerste discipline die systematisch andere culturen onderzocht.
o Eerste kennis kwam uit ontdekkingsreizen (verhalen, dagboeken, schetsen, aantekeningen….)
o Op basis daarvan probeerde men te begrijpen hoe andere culturen georganiseerd waren.
BRONISLAW MALINOWSKI
ETNOGRAFISCH VELDWERK!!
− Kernidee “Als je wil weten hoe een leeuw jaagt,
o Grondlegger van etnografisch veldwerk ga je niet naar de dierentuin maar naar
o Lange tijd (24/7) leven bij de onderzochte bevolking de jungle.”
o Participeren in dagelijkse activiteiten
o Begrijpen hoe mensen zelf hun werkelijkheid zien
− Belang
o Eén van de eersten die:
▪ Langdurig ter plaatse onderzoek deed
▪ Echt meeleefde met de bevolking
▪ Foto’s maakte tijdens onderzoek
− Verschil met andere methoden
o Interview = artificiële setting
o Enquêtes = voorgestructureerd en kunstmatig
o Etnografie = natuurlijke context
− Voorbeeld:
o Je kan gedetineerden interviewen
o Of zelf maanden in de gevangenis verblijven en observeren (dit geeft diepgaander inzicht)
➔ Argonauts of the Western Pacific (1922) => toonde het belang van kwalitatief onderzoek aan
− Toen Malinowski aankwam op de Trobriand-eilanden merkte hij iets opvallends op:
o Op vaste momenten gingen eilandbewoners met kleine boten van het ene eiland naar het andere (zelfs bij
ruwe zee). Ze namen zelfgemaakte kettingen mee om te ruilen voor armbanden van
andere eilanden. Voor een buitenstaander leek dit economisch zinloos
− De centrale vraag: “Waarom zouden mensen hun leven riskeren voor voorwerpen die geen
duidelijke economische waarde hebben?”
− Inzicht na langdurig onderzoek
o Door lange tijd tss de eilandbewoners te leven en hen te observeren, ontdekte Malinowski dat:
▪ Het ruilsysteem deel uitmaakte van een complex sociaal en symbolisch systeem (de Kula-ring).
▪ De kettingen en armbanden hadden vooral symbolische waarde, geen economische.
• Ze waren tekens van: status & prestige, sociale relaties en achtergrondinformatie over
personen (bijv. huwelijk, reputatie, verleden)
− Belang voor kwalitatief onderzoek
o Dit voorbeeld toont de kracht van kwalitatief onderzoek:
▪ Door langdurige observatie kan een onderzoeker verborgen betekenissen ontdekken
▪ Wat op het eerste gezicht irrationeel lijkt, blijkt deel van een diepgaand sociaal systeem
▪ Kwalitatief onderzoek helpt om complexe sociale en culturele betekenissen te begrijpen
, 2. CHICAGO SCHOOL
Robert E. Park
− Inspiratie vanuit de antropologie: etnografisch veldwerk
− Nadruk op observatie uit eerste hand
− Onderzoekers moeten zich onderdompelen in de wijk of sociale setting
− “Gentlemen, go get the seat of your pants dirty in real research.”
→ Oproep tot veldonderzoek & participerende observatie
Max Weber – ‘Verstehen’
− Gedrag begrijpen vanuit het perspectief van de betrokkenen zelf
− Als je wil weten wrm criminaliteit en spanningen in bepaalde wijken voorkomen, moet je aanwezig zijn in die wijk
− Begrijpen waarom mensen doen wat ze doen door hun leefwereld te delen
William Foote Whyte
− Street Corner Society (1943)
− Whyte leefde 3,5 jaar in een arme Italiaanse wijk in Boston (North End / “Cornerville”)
− Pionier van participerende observatie
− Belangrijkste inzichten:
o De wijk werd gezien als gevaarlijk en crimineel, maar was niet sociaal gedesorganiseerd
o Gedetailleerde beschrijving van:
▪ Gangs en hun organisatie
▪ Sociale netwerken binnen de gemeenschap
− Onderscheid:
o Corner boys → leven rond straat en buurt, sterke lokale binding
o College boys → gericht op opleiding en sociale mobiliteit
− Toont belang van sociale context (bv. werkprogramma’s zoals WPA)
− Belang:
o Model voor stedelijke etnografie
o Toont dat arme wijken complexe sociale structuren hebben
o Methodologisch voorbeeld voor generaties onderzoekers
W.I. Thomas & F. Znaniecki
− The Polish Peasant in Europe and America
o Studie van Poolse migranten
o Gebruik van brieven en persoonlijke documenten
o Vroeg voorbeeld van kwalitatief, levensverhaal-gebaseerd onderzoek
Clifford Shaw
− The Jack-Roller (1930)
o Diepgaande case study van één jongere (Stanley)
o Belangrijk punt:
▪ Kwalitatief onderzoek met n = 1
▪ Vraag: kan je wetenschappelijk onderzoek doen op één geval?
▪ Antwoord: ja, bij unieke of extreme cases
• (Vergelijkbaar met geïsoleerde kinderen (nature vs nurture debat))
− Shaw toont:
o De “natuurlijke geschiedenis” van een delinquent carrière
o Verband tussen criminaliteit en sociale factoren
o Hoe sociale omgeving criminaliteit mee vormgeeft