BEWEGING
MOTORIEK EN DIDACTIEK
1 DE KRACHT VAN BEWEGEN
Beweging is niet uitsluitend de taak van de LO-leerkracht. Het is de verantwoordelijkheid van het
volledige schoolteam.
De doelen van beweging zijn als volgt:
• Motorisch en fysiek
Het stimuleren van de fysieke ontwikkeling en motorische basisvorming.
• Zelfredzaamheid
Het vergroten van weerbaarheid in diverse (onverwachte) situaties.
• Persoonlijk en sociaal
Bijdragen aan karaktervorming, zelfvertrouwen en sociaal gedrag (executieve functies zoals
emotieregulatie en impulscontrole).
1.1 DE ONTWIKKELINGSFASE VAN NATUUR NAAR CULTUUR
Motorische basisvorming ontwikkelt zich continu in de lijn van ‘natuur naar cultuur’. Het neemt de
bewegingsnatuur van een kind als uitgangspunt en maakt daaruit de brug naar de
bewegingscultuur.
LET OP! Te weinig motorische competenties in vroege fasen leiden direct tot mindere
schoolprestaties.
2 BREDE BEWEGINGSVORMING OP SCHOOL
2.1 BEWEGINGSINTEGRATIE
Beweging moet ook tijdens de gewone lessen kunnen geïntegreerd worden. Beweging helpt dan om
leerstof beter te begrijpen.
• Beweging als middel
WAT? Geen direct verband met de leerstof. Focus op gezondheid en concentratie.
BIJV: Bewegingstussendoortje om de focus te resetten.
• Leren door beweging
WAT? Beweging gebruiken om leerstof te automatiseren.
BIJV: Maaltafels oefenen via een springspel.
• Inzichtelijk leren
WAT? Beweging krijgt een functionele, conceptuele invulling.
BIJV: De trap gebruiken om ‘erbij’ en ‘eraf’ fysiek te ervaren, afstanden daadwerkelijk stappen.
1
, 2.2 HET VIERLUIK
Brede bewegingsvorming stopt niet bij de deur van de turnzaal. Het vierluik zoomt in op de
mogelijkheden en de opportuniteiten die je als klasleerkracht kan benutten om mee
verantwoordelijk te zijn voor het bewegingsniveau van de kinderen.
De 4 domeinen/luiken zijn:
1. In de klas
2. Op de speelplaats
3. In de les LO
4. Buiten de school
Door op alle domeinen in te zetten verbeteren executieve functies, aandacht, fitheid, zelfbeeld en
uiteindelijk schoolprestaties.
2.2.1 ACTIEF IN DE KLAS EN OP DE SPEELPLAATS*
Verdieping luik 1 en 2:
3 DE MOTORISCHE ONTWIKKELING
3.1 HET BEGRIP PSYCHOMOTORIEK
Psychomotoriek verwijst naar de wisselwerking tussen wat iemand denkt en voelt (psyche) en hoe
iemand beweegt en handelt (motoriek). Het menselijk gedrag bestaat dus uit drie componenten:
• Motorische component (bewegen en handelen)
• Emotionele component (gevoelens en emoties)
• Cognitieve component (denken, begrijpen, onthouden, plannen en oplossen)
2
MOTORIEK EN DIDACTIEK
1 DE KRACHT VAN BEWEGEN
Beweging is niet uitsluitend de taak van de LO-leerkracht. Het is de verantwoordelijkheid van het
volledige schoolteam.
De doelen van beweging zijn als volgt:
• Motorisch en fysiek
Het stimuleren van de fysieke ontwikkeling en motorische basisvorming.
• Zelfredzaamheid
Het vergroten van weerbaarheid in diverse (onverwachte) situaties.
• Persoonlijk en sociaal
Bijdragen aan karaktervorming, zelfvertrouwen en sociaal gedrag (executieve functies zoals
emotieregulatie en impulscontrole).
1.1 DE ONTWIKKELINGSFASE VAN NATUUR NAAR CULTUUR
Motorische basisvorming ontwikkelt zich continu in de lijn van ‘natuur naar cultuur’. Het neemt de
bewegingsnatuur van een kind als uitgangspunt en maakt daaruit de brug naar de
bewegingscultuur.
LET OP! Te weinig motorische competenties in vroege fasen leiden direct tot mindere
schoolprestaties.
2 BREDE BEWEGINGSVORMING OP SCHOOL
2.1 BEWEGINGSINTEGRATIE
Beweging moet ook tijdens de gewone lessen kunnen geïntegreerd worden. Beweging helpt dan om
leerstof beter te begrijpen.
• Beweging als middel
WAT? Geen direct verband met de leerstof. Focus op gezondheid en concentratie.
BIJV: Bewegingstussendoortje om de focus te resetten.
• Leren door beweging
WAT? Beweging gebruiken om leerstof te automatiseren.
BIJV: Maaltafels oefenen via een springspel.
• Inzichtelijk leren
WAT? Beweging krijgt een functionele, conceptuele invulling.
BIJV: De trap gebruiken om ‘erbij’ en ‘eraf’ fysiek te ervaren, afstanden daadwerkelijk stappen.
1
, 2.2 HET VIERLUIK
Brede bewegingsvorming stopt niet bij de deur van de turnzaal. Het vierluik zoomt in op de
mogelijkheden en de opportuniteiten die je als klasleerkracht kan benutten om mee
verantwoordelijk te zijn voor het bewegingsniveau van de kinderen.
De 4 domeinen/luiken zijn:
1. In de klas
2. Op de speelplaats
3. In de les LO
4. Buiten de school
Door op alle domeinen in te zetten verbeteren executieve functies, aandacht, fitheid, zelfbeeld en
uiteindelijk schoolprestaties.
2.2.1 ACTIEF IN DE KLAS EN OP DE SPEELPLAATS*
Verdieping luik 1 en 2:
3 DE MOTORISCHE ONTWIKKELING
3.1 HET BEGRIP PSYCHOMOTORIEK
Psychomotoriek verwijst naar de wisselwerking tussen wat iemand denkt en voelt (psyche) en hoe
iemand beweegt en handelt (motoriek). Het menselijk gedrag bestaat dus uit drie componenten:
• Motorische component (bewegen en handelen)
• Emotionele component (gevoelens en emoties)
• Cognitieve component (denken, begrijpen, onthouden, plannen en oplossen)
2