Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Examen Economie en maatschappij| VIVES | 2025/26

Rating
-
Sold
3
Pages
51
Uploaded on
25-05-2026
Written in
2025/2026

Deze studiestof behandelt de hoofdstukken van Economie en maatschappij voor Sociaal Werk aan Katholieke Hogeschool VIVES. De aandachtspunten omvatten de kern van het economisch probleem, de vier productiefactoren (arbeid, natuur, kapitaal, ondernemerschap), onderscheid tussen welvaart en geluk, soorten behoeften en goederen, opportuniteitskost, en internationale economische instellingen zoals het IMF en de Wereldbank. Het materiaal is waardevol voor studenten die zich willen voorbereiden op examen, omdat het de fundamentele concepten duidelijk uitlegt met praktische voorbeelden en een logische structuur.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Economie en maatschappij


HOOFDSTUK 1: Wat is economie en hoe denken economen?
Economy = economisch gedrag

Economics = studie ervan

 Bij ons beide = economie

Kern van economisch probleem

Behoefte ------------------------------ goederen en diensten kunnen daaraan
voldoen Spanningsv
eld

Bv honger  vrucht van boom/ koop een vrucht (consumptiehuishouding)

2 kenmerken voor goederen en diensten:

- Moeten nuttig zijn: voldoen aan een behoefte en creëren welvaart
- Zijn ook schaars: er moet een offer gebracht worden -> moeten
productiefactoren voor opgeofferd worden (arbeid, natuur,
kapitaal) -> eindig/ beperkt

Bij schaarste  kiezen

4 Productiefactoren

- Arbeid = menselijke inspanning vb: werken in winkel/fabriek,
lesgeven…
- Natuur = alles wat uit de natuur komt vb: grond, water, hout,
dieren, mineralen…
- Kapitaal = door mensen gemaakte hulpmiddelen om te produceren
vb: machines, gebouwen, computers, gereedschap, ruimtes…
≠ geld
- Ondernemerschap = het organiseren en risico nemen vb: een
bedrijf starten, beslissingen nemen, investeren…

Welvaart vs geluk

 Als de welvaart daalt, dan daalt het geluk meestal ook
→ mensen hebben minder middelen om basisbehoeften te vervullen
 Als de welvaart stijgt, dan stijgt het geluk niet altijd mee
→ vanaf een bepaald punt hebben mensen een staat van
welbevinden bereikt.
Extra geld of spullen maken hen dan niet merkbaar gelukkiger

,Economische goederen = goederen (ruim)

= goederen (eng) en diensten

 Goederen zijn schaars DUS moet je kiezen
 Meer van het ene = minder van het andere
 Elke keuze heeft baten (voordelen) en offers (nadelen)

Bij meerdere keuzes en beperkt budget -> meest rationele keuze kiezen
(baten > offers)

 Elke keuze heeft opportuniteitskost = wat je misloopt door je keuze

Behoeften

2 Soorten behoeften

Individuele behoeften -> individuele goederen bv kapper, voedsel, kledij…

Collectieve behoeften -> collectieve goederen bv defensie, politie,
straatverlichting, openbaar onderwijs…

Kenmerken van behoeften

Piramide van Maslow (materieel -> immaterieel)

- Individu
- Tijd
- Maatschappij
- …
 Herhalend: eten, drinken, ontspannen…
 Vermenigvuldigbaar: motorboot - jacht - grotere jacht / huisje –
nieuwbouw – uitbreiding of veranda - … / steeds chiquere hotels /
steeds verdere

Goederen

- Schaars ≠ zeldzaam
- Nuttig = behoefte voldoen (zonder waarde-oordeel)

Soorten goederen

 Goederen en diensten -> vastpakken vs niet vastpakken
 Consumptie- en kapitaalgoederen -> verbruiken, gebruiken vs
gebruiken om te produceren
 Duurzame en niet-duurzame goederen -> herbruikbaar vs op is op
 Finale en intermediaire goederen -> eindgoederen vs half-
afgewerkte goederen
 Individuele en collectieve goederen

Productiefactoren

,Combinatie nodig van 1 of 1 of alle 3: natuur, arbeid, kapitaal (,
ondernemerschap)

Kaders voor de analyse van keuzegedrag

Homo economicus:

-Berekend, rationeel kiezen
-Optimalisatieprincipe: kiezen zodat verschil tussen baten en offers
zo groot mogelijk is
 Beperkingen van homo economicus:
o Gedreven door emoties, intuïtie en lichamelijke noden en
gewaarwordingen
o schat toekomst en zichzelf verkeerd in
 Gevolgen:
o Handelt vaak emotioneel of instinctief
o Kiest myopisch = kortzichtig, overdreven belang aan directe
effect
 Bv myopisch keuzegedrag: je buik vullen met
aardappelchips zodat het lekkere hoofdgerecht je niet
meer smaak
o Kiest hyperopisch = met overdreven belang aan de toekomst
 Bv hyperopisch keuzegedrag: alle ontspanning en leuke
dingen uitstellen tot je pensioen
o Kiest/handelt vaak niet ivm risico’s
 Vaak irrationeel handelen
 Oplossingen:
o Rationaliteit opleggen via geboden, verboden en regels
o Zelfcorrectie via eigen regels en maatsch taboes
 Bv tournée minérale

De speltheorie

Helpen keuzegedrag van mensen begrijpen

= studie van hoe mensen hun gedrag aanpassen aan de (verwachte)
handelingen van anderen

Gevangenendilemma: Als iedereen kiest uit zijn eigen belang, wordt het
algemeen belang uiteindelijk gediend -> niet altijd waar volgens Nash

 Nashevenwicht = iedere speler speelt de (rationeel) beste reactie op
de keuze van de ander, en wil er niet eenzijdig van afwijken
 Leidt niet tot voor beide spelers optimale situatie

Examenvraag: tijdens droogte in zomer water moeten besparen. Als
iedereen blijft zijn zwembad vullen dan maakt het niet uit als je zelf ook

, stopt. Als de andere besparen, kan ik nog vlug eens het zwembad vullen
(eigen voordeel). Dus in beide situaties zal hij niet stoppen met het
zwembad te vullen.

Micro- en macro-economie

- Micro: niveau van bedrijven, gezinnen en markten
Bij ons beide
- Macro: niveau van regio’s en landen
- (Meso: niveau van sectoren)

Positieve en normatieve economie

Positieve = ‘wat is’

Normatieve = ‘wat zou moeten zijn’


HOOFDSTUK 2: Economische stelsels




Zelfvoorziening: ieder (gezin) produceert voor zichzelf en consumeert
eigen productie

vs

Maatschappelijke arbeidsverdeling: ieder (bedrijf) produceert bep goed

 Gevolg arbeidsverdeling en dus specialisatie
o Splitsing productie- en consumptiehuishouden
o Productie: meer dan enkel voor zichzelf
o Ruilen ontstaat
o Geld ontstaat als ruilmiddel (+ waardemaatstaf + spaar +
kredietmiddel)
o Internationale arbeidsverdeling
o Arbeidsdeling
o Technologische vooruitgang
o Meer productie -> meer welvaart
o Nood aan coördinatiemechanismen -> afstemmen op
behoeften
 2 extreme vb van coördinatiemechanismen
- Vrije markteconomie -> Adam Smith = liberale economie

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 25, 2026
Number of pages
51
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$11.39
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
elena1234

Get to know the seller

Seller avatar
elena1234 Katholieke Hogeschool VIVES
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
1 month
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
6 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions