ONTDEKKING VAN DE
CRIMINELE KLASSE
INHOUD
• Periode na 1815 tot laatste kwart negentiende eeuw
o Deze les gaat over de periode na de Franse Revolutie en de Napoleontische
tijd.
o De focus ligt op hoe men in de 19e eeuw criminaliteit steeds meer begint
te meten, classificeren en koppelen aan bepaalde groepen in de
samenleving.
o Daardoor ontstaat het idee van een aparte “criminele klasse” of
“gevaarlijke klasse”.
• H7: Het meten van maatschappelijke problemen
o Statistiek wordt belangrijk om maatschappelijke problemen zichtbaar te
maken.
o Criminaliteit wordt niet langer enkel moreel of juridisch bekeken, maar ook
als iets dat men kan meten en vergelijken.
• H8: (On)veiligheid in de stad en het platteland
o De les kijkt naar criminaliteit in de stad én op het platteland.
o Belangrijk: de stad wordt vaak voorgesteld als gevaarlijk, druk en moreel
bedreigend, terwijl het platteland vaak geromantiseerd wordt als zuiver en
idyllisch.
o Dat beeld is een culturele constructie.
• H9: Bescherming, bestraffing en reformatie (zelfstudie – bespreking
volgende les)
o Dit hoofdstuk gaat over politiehervormingen, gevangenishervormingen en
de vraag hoe staten probeerden criminaliteit te beheersen.
o Bij zelfstudie moet je vooral de grote lijnen kennen: politie, legitimiteit,
hervormingen, gevangenissen en internationale uitwisseling van ideeën.
HOOFDSTUK 7: HET
METEN VAN EEN
PROBLEEM
1
,STATISTIEK TIJDENS HET ANCIEN RÉGIME EN DE
REVOLUTIE
Verzamelen sociale gegevens en censusdata door overheden: riep vaak
weerstand op
Statistiek was niet volledig nieuw in de 19e eeuw. Ook voordien verzamelden
overheden gegevens.
Vaak gebeurde dit om belastingen te kunnen heffen of om
militaire/administratieve controle uit te oefenen.
Daarom riep het verzamelen van gegevens weerstand op bij de bevolking. Mensen
wilden niet altijd informatie geven omdat ze vreesden voor hogere belastingen of
controle door de staat.
Staten wilden gegevens soms ook niet openbaar maken uit angst dat andere
staten informatie zouden krijgen over hun bevolking, economie of militaire sterkte.
Doorheen AR pogingen om gerechtelijke statistieken te verzamelen (bv. Pruisen
vanaf 1716)
In het ancien régime waren er al pogingen om gerechtelijke gegevens te
verzamelen, maar die waren vaak gefragmenteerd en onvolledig.
Vanaf de 19e eeuw krijgt statistiek een nieuw niveau: men gaat data niet alleen
verzamelen, maar ook analyseren om patronen te zoeken.
Frankrijk:
Rechtbanken verplichting tot bijhouden cijfers (1670)
o In Frankrijk moesten rechtbanken vanaf 1670 bepaalde cijfers bijhouden,
bijvoorbeeld over veroordeelden.
o Dit was nog geen moderne criminaliteitsstatistiek, maar wel een vroege
poging tot registratie.
Franse Revolutie: controle-instrument magistraten en rechtbanken, niet
zozeer meten criminaliteit
o Tijdens de Franse Revolutie werden statistieken vooral gebruikt om
magistraten en rechtbanken te controleren.
o Het doel was dus niet in de eerste plaats om de omvang of aard van
criminaliteit te begrijpen.
o Statistiek was vooral een bestuurlijk controle-instrument.
Napoleon: samenleving, landbouw, economie, bevolking, …
o Onder Napoleon werd statistiek ruimer gebruikt: landbouw, economie,
bevolking, fabrieken, arbeidskrachten, enz.
o De staat wilde weten hoe de samenleving functioneerde.
o Dit had ook een surveillancefunctie: men wilde voelen wat er leefde onder
de bevolking en nagaan of er onrust of revolutionaire dreiging kon
ontstaan.
Groot-Brittannië
Vanaf 18e eeuw, maar onbetrouwbaar (Colquhoun)
o In Groot-Brittannië waren er vanaf de 18e eeuw pogingen tot
criminaliteitsstatistiek, maar die waren vaak onbetrouwbaar.
o Colquhoun maakte bijvoorbeeld schattingen over prostitutie in Londen,
maar die waren waarschijnlijk sterk overdreven.
2
, o Toch tonen die cijfers dat er al een poging was om maatschappelijke
problemen cijfermatig zichtbaar te maken.
Home Office: inzicht verwerven doorverwijzingen rechtbanken en
doodstraffen (1805), nadien verdere verfijning naar hoofdcategorieën
misdrijven
o Het Home Office, vergelijkbaar met een ministerie van Binnenlandse
Zaken, begon gegevens te verzamelen over doorverwijzingen naar
rechtbanken en doodstraffen.
o Daarna werden de cijfers verfijnd per hoofdcategorie van misdrijven.
o Dit paste in een bredere poging om criminaliteit en gerechtelijke werking
beter te begrijpen.
Vanaf 1850: politiestatistieken over daders, maar gebrek aan onderling
definiëring
o Vanaf 1850 verzamelden politiedepartementen gegevens over daders,
bijvoorbeeld “known thieves”.
o Probleem: er was weinig afstemming tussen politiediensten.
o Begrippen werden niet overal op dezelfde manier gedefinieerd, waardoor
vergelijking moeilijk was.
DE GOUDEN EEUW VAN DE SOCIALE
STATISTIEK
Vanaf begin 19e eeuw: groeiend geloof in sociale statistiek
Morele gezondheid en effectiviteit instellingen
o Vanaf de 19e eeuw groeit het geloof dat sociale statistiek iets
kan zeggen over de “morele gezondheid” van een
samenleving.
o Criminaliteitscijfers, armoedecijfers en andere sociale
gegevens werden gezien als aanwijzingen voor wat fout liep
in de maatschappij.
o Statistiek werd ook gebruikt om de werking van instellingen
te controleren, bijvoorbeeld politie, rechtbanken en ambtenarij.
Empirische onderbouw beleid, maar meetbaarheid had sociale neveneffecten
Statistiek moest beleid empirisch onderbouwen: men wilde beleid baseren op
cijfers en feiten.
Maar het meten had ook sociale neveneffecten.
Angsten die vroeger abstract of “ver van mijn bed” waren, werden nu zichtbaar
gemaakt in tabellen en kaarten.
Daardoor konden angst en onveiligheidsgevoelens ook versterkt worden,
bijvoorbeeld rond banditisme, armoede en stedelijke criminaliteit.
°Idee ‘criminele klasse’
Honoré-Antoine Frégier (1840)
o Door criminaliteit te meten en daders te categoriseren ontstaat het idee
dat er een aparte groep mensen is die verantwoordelijk zou zijn voor
criminaliteit.
o Frégier gebruikt in 1840 het begrip classes dangereuses.
3