CONTROLE
→ Deze les gaat over de manier waarop toezicht en controle op de politie in België
georganiseerd zijn.
→ Toezicht is belangrijk omdat politie een bijzondere machtspositie heeft in de
samenleving: ze beschikt over verregaande bevoegdheden en over het monopolie
op legaal geweld.
→ De les vertrekt vanuit de vraag: wie controleert de politie, hoe gebeurt dat
en waar zitten de knelpunten?
BRON VAN DEZE LES:
• Verhage, A., Feys, Y., & Stevens, A. (2022). Versnipperd toezicht? De
evolutie van toezicht op de politie in België. Panopticon, 43(1), 29-52.
1. ONTSTAAN VAN TOEZICHT OP DE POLITIE
• Belang van toezicht
o Accountability COP
Toezicht hangt samen met accountability, dus het afleggen van
verantwoording.
Binnen de werkingsfilosofie van community oriented policing is
verantwoording een belangrijke pijler.
Politie moet kunnen uitleggen wat ze doet, waarom ze dat doet en
hoe ze haar macht gebruikt.
o Monopolie van geweld, verregaande bevoegdheden
Politie heeft het monopolie op legaal geweld binnen de
binnenlandse veiligheid.
Politieambtenaren mogen in bepaalde omstandigheden dwang en
geweld gebruiken.
Net daarom is toezicht noodzakelijk: hoe groter de bevoegdheden,
hoe groter de nood aan controle.
o Machtspositie
Politie heeft een machtspositie tegenover burgers.
Door die machtspositie bestaat er een risico op misbruik, foutief
optreden of wangedrag.
Toezicht moet ervoor zorgen dat de politie correct, democratisch en
wettelijk handelt.
• Invulling van toezicht
o Kan zeer breed zijn: wetgeving, overheden, vakbonden….
Toezicht is breder dan enkel klachten behandelen.
Het kan ook bestaan uit wetten die politieoptreden begrenzen,
bestuurlijke of gerechtelijke overheden die de politie aansturen,
vakbonden, interne regels en externe controleorganen.
1
, o Opleiding, cultuur, uitrusting, rapportage, monitoring,
klachtensystemen, procedures wangedrag, statistieken over
politiefunctioneren,…
Ook opleiding en politiecultuur zijn vormen van controle, omdat ze
bepalen hoe politiemensen handelen.
Daarnaast zijn rapportage, monitoring, klachtensystemen,
procedures bij wangedrag en statistieken over politiefunctioneren
belangrijke instrumenten.
Toezicht gaat dus zowel over individuele fouten als over de
algemene werking van de politieorganisatie.
o Combinatie van toezichtsinstrumenten is belangrijk
Rijker verantwoorden (Nap & Vos, 2018)
Eén vorm van toezicht is niet genoeg.
Een combinatie van verschillende instrumenten geeft een
rijker en vollediger beeld van politiefunctioneren.
Dit noemt men ook rijker verantwoorden: politie moet niet
alleen juridisch, maar ook organisatorisch, professioneel en
maatschappelijk verantwoording afleggen.
• Lange tijd geen aandacht voor functioneren politie
o In België was er lange tijd weinig beleidsmatige en wetenschappelijke
aandacht voor de werking van de politie.
o De politie werd niet systematisch opgevolgd of geëvalueerd.
• Pas in de jaren ’80 aandacht voor politie
° Vanaf de jaren ’80 kwam de politie sterker onder de aandacht.
° Dat kwam door grote incidenten en crisissen zoals de Bende van Nijvel, de CCC-
aanslagen en het Heizeldrama.
° Hierdoor werd zichtbaar dat het politiebestel problemen had op vlak van
samenwerking, informatie-uitwisseling, controle en democratische
verantwoording.
o Duurde tot Pinksterplan (1990)
Ondanks de toenemende aandacht duurde het tot het
Pinksterplan van 1990 voor er echt formele
controlemechanismen werden uitgewerkt.
o Voerde controlemechanisme in
° Het Pinksterplan leidde mee tot de oprichting van externe controle op de
politiediensten.
Advies van Bendecommissie 1:
Diversiteit aan politiediensten bemoeilijkt controle
o De Bendecommissie stelde vast dat het versnipperde
politielandschap controle moeilijk maakte.
o Er waren toen nog drie grote politiediensten:
Rijkswacht, gerechtelijke politie en gemeentepolitie.
o Elk had eigen structuren, bevoegdheden en
gezagslijnen, waardoor controle onduidelijk en
versnipperd was.
Controle op Rijkswacht is beperkt tot begroting:
controleerde dus zichzelf
o De controle op de Rijkswacht was zeer beperkt.
2
, o In de praktijk ging de controle vooral over de
begroting.
o De Rijkswacht controleerde zichzelf dus grotendeels.
Drie voogdijministers
° De drie politiediensten vielen onder verschillende
ministers.
° Dit maakte de controle nog moeilijker, omdat er geen
duidelijke centrale verantwoordelijkheid was.
o Magistratuur: beperkte controle
De magistratuur had in theorie gezag over
gerechtelijke onderzoeken, maar oefende in de
praktijk vaak weinig controle uit op de politie.
Dit was een terugkerend kritiekpunt in
parlementaire onderzoekscommissies.
o Gerechtelijke politie stelde zich autonoom op
De gerechtelijke politie liet weinig controle toe
en stelde zich vaak autonoom op.
o Gemeentepolitie: burgemeester controlerende
rol
Bij de gemeentepolitie lag de controle vooral
bij de burgemeester.
Dit betekende dat de controle sterk lokaal
verschilde.
Conclusie: nood extern controleorgaan Comité P
De Bendecommissie kwam tot de conclusie dat er nood was
aan een extern en onafhankelijk controleorgaan.
Hieruit groeide uiteindelijk Comité P.
2. COMITÉ P
• Vast Comité van Toezicht op de politiediensten
o Comité P is het externe controleorgaan dat toezicht houdt op de
politiediensten.
o Het is opgericht om de politie democratisch controleerbaar te maken.
• Wet van 18 juli 1991
o Comité P werd opgericht bij wet van 18 juli 1991.
o Dit gebeurde in de nasleep van de vaststellingen van de Bendecommissie
en de hervormingsdynamiek van het Pinksterplan.
• Basis: artikel 1 WPA
o “bescherming van de individuele rechten en vrijheden, evenals tot
de democratische ontwikkeling van de maatschappij”
Comité P sluit aan bij de basisvisie uit artikel 1 van de Wet op het
Politieambt.
Politie moet individuele rechten en vrijheden beschermen en
bijdragen aan de democratische ontwikkeling van de samenleving.
Controle op de politie heeft dus als doel om te zorgen voor een
betere, democratische en integere politieorganisatie.
3