H1: Basisbegrippen
1Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
= vragen stellen & beantwoorden over verschijnselen id SML +
stappenplan volgen + regels volgen
Vb. Zijn vrouwen gelukkiger dan mannen? Is er een verschil in
type agressief gedrag tss j&m?
Cyclisch proces (elk antw kan nieuwe vragen oproepen)
Wat is onderzoek?
= een doelgericht proces waarbij men op systematische wijze obve
OZsontwerp data verzamelt en analyseert, om op een betrouwbare &
geldige wijze OZsvragen te beantw die deel uitmaken ve
probleemstelling
Soorten onderzoek
Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1. Fundamenteel/ theoriegericht onderzoek (vb unief)
DOEL = kennisvermeerdering (algemene kennis +)
Beschrijven, begrijpen, verklaren, voorspellen v verschijnselen
Belang v theoretische inzichten -> basis v praktijkgericht
Gn direct maats. nut
2. Toegepast/ praktijkgericht (vb bachelor)
DOEL = verkrijgen v kennis om verschijnselen id werkelijkheid
te beïnvloeden & veranderen
Vraag vanuit praktijk
Toepassing theoretische kennis
Ookal is praktijkgerichtoz niet gericht op kennisvermeerdering, moeten
beiden via een wetenschappelijke aanpak worden gevoerd (stappenplan &
transparantie manier v werken) + nastreven v betrouwbaarheid &
validiteit!
,Verschillende grondvormen: kwantitatief en kwalitatief onderzoek
1) Kwantitatief
- Breedte (= veel verschillende info verzamelen z er diep op in t
gaan -> enquêtes/ experimenten met als doel ideeën &
gedragingen t beschrijven)
- Cc trekken voor de hele populatie
2) Kwalitatief
- Op zoek naar betekenissen die bepaalde gedragingen/
gebeurtenissen hebben voor de mensen -> interviews/
observaties
- Klein aantal respondenten; Moeilijk om bv 1000den mensen te
interviewen = tegengesteld à enquête die rap naar veel mensen
gestuurd is
- Cc trekken voor onderzochte doelgroep, nt hele populatie
=> Beiden zijn complementair.
Verschillende tijdsperspectieven
Cross-sectioneel vs. longitudinaal OZ
- Cross.
o Mensen éénmalig onderzocht; 1 tijdstip
- Longit.
o Meerdere tijdstippen met elkaar vergelijken; doorheen de tijd
o Vb. om de 2m een enquête over pestgedrag afnemen (al dan
niet dezelfde groep)
Trend vs. panelOZ (beide longit. want het is doorheen
de tijd)
Trend.
o 2 aparte groepen (trends in een bepaald
fenomeen onderzoeken)
, Panel
o Zelfde groep blijven volgen (verandering
binnen groep vaststellen)
o Vb. Wat vind je van de eerste les & wat van
de laatste?
Retrospectief vs. prospectief OZ
- Retro:
o Gedragingen ih heden verbinden m gebeurtenissen uit h
verleden
o kan op 1 moment bevraagd w
o er zit een mogelijke bias op = je vergeet dingen, verdraait
dingen, vergroten, verkleinen
o Vb. ben je gepest geweest in het lager & hoe voel je je
vandaag
- Pro.
o Ik vraag iets nu & in de toekomst zal ik ook nog iets vragen
o Tijd = enorm (je moet wachten tot ze bv in het hoger zitten, bij
kinderen die je in h lager bevraagde) = niet makkelijk te
organiseren
o Soms onmogelijk; bepaalde onderwerpen kun je niet
prospectief bevragen
Vb. natuurrampen zoals COVID: kan je pas bevragen als
het al gebeurd is
Vb. Oorlogen= in het verleden & je weet niet als dit nog
zal plaatsvinden id toekomst
o Mensen die te overlijden komen; ook nadeel
o Betrouwbaarder
o Meerdere oz op verschillende tijdstippen + resultaten vd
verschillende OZen m elkaar verbinden
Eisen aan onderzoek
Wetenschappelijke eisen: Empirisch, onafhankelijk,
betrouwbaarheid, geldigheid
1. Empirische Eis (zintuiglijk waarneembaar)
Wat we moeten oz moet toetsbaar & falsifieerbaar/
weerlegbaar zijn
, Vb. er zit een onzichtbaar engeltje op je schouder,
niemand kan zeggen dat dit waar of niet waar is ≠
falsifieerbaar
Vb. mensen zijn geloviger dan vroeger =
falsifieerbaar
Empirische cyclus (verband tss theorie & empirie)
INDUCTIE: specifieke regel nl. data -> algemene nl.
theorie
o Je ziet iets & daar trek je een regel uit
DEDUCTIE: algemene regel nl. theorie -> specifieke
nl. data
=> cyclus = inductie en deductie kunnen elkaar afwisselen/
opvolgen
=> 2 soorten wetmatigheden (= vaste verbanden/regels)
1) Deterministische
Wetmatigheden waarop gn uitzondering mogelijk is
2) Probabilistische
Kans = groot dat een fenomeen zich voortdoet & een verband
is tss factoren
Kans op uitzonderingen
In de sociale wet.
Vb. roken verhoogd risico op vroegtijdig sterven, maar een
kerngezonde 100jarige die heel zijn leven gerookt heeft
bestaat (= kans op uitzondering)
2. Onafhankelijkheid & objectief
Onafhankelijk v opdrachtgever
o Opdrachtgever kan oz opzetten, maar erbij gebaat
zijn dat het oz een bepaalde richting uitgaat
Onafhankelijk v onderzoeker
o Onderzoeker mag nt subjectief te werk gaan
o Vb. bij een interview is het moeilijk als je een mening
hebt om de manier waarop je vragen stelt zo neutraal
mogelijk te maken of manier waarop de onderzoeker
reageert
3. Betrouwbaarheid & geldigheid (vooral belangrijk in kwantitatief
OZ)
= exactheid ve OZ + onafhankelijk zijn v toeval
Bij herhaaldelijke uitvoering is een OZ betrouwbaar als het
dezelfde/ gelijkaardige resultaten oplevert