Nederlands Nederlands
kennis die ontstaat uit systematisch zoeken naar
Psychologie juiste verklaringen voor menselijk gedrag,
gedragswetenschap
elk complex proces is een combinatie van
Structuralisme (Titchener) elementaire componenten (sensaties, beelden of
gevoelens)
ASS autismespectrumstoornis
plaats waar behoeften (honger, slaap, warmte),
ES/ID
driften, hartstochten zich situeren
zetel van de gecontroleerde gedachten en
ICH/EGO
handelingen
normbesef, het zich eigen maken van normen en
ÜBER-ICH/SUPER-EGO
waarden
Gedrag (cognities en informatieverwerking) betekenisvolle reactie op betekenisvolle situatie
Gedrag is een functie van de interactie tussen
Gedrag (bio-psycho-sociaal model)
Persoon x Omgeving
algemene psychologie Studie van algemene functies (functieleer)
ontwikkelingspsychologie Studie van het ontwikkelingsproces
sociale psychologie Studie van sociale invloeden
differentiële psychologie Studie van interindividuele verschillen
operationalisatie onderzoeksvraag onderzoekbaar maken
met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid
kan je zeggen dat uw resultaten kunnen
significantie
toegeschreven worden aan de gemeten variabelen
en niet op basis van toeval (1% of 5%)
vijf klassieke zintuigen: zien, ruiken, proeven, voelen
Exteroceptieve zintuigen
en horen
Interoceptieve zintuigen info over toestand innerlijke lichaam
Proprioceptieve zintuigen info over positie van lichaam in ruimte en tov zz
Prikkels dicht bij elkaar in tijd/ruimte worden gezien
Wet van de nabijheid
als geheel
Wet van de gelijkheid Prikkels die gelijk zijn, worden als één geheel gezien
Wet van de geslotenheid niet complete figuren worden als compleet gezien
orthonasale geuren externe geuren, buiten mond
retronasale geuren interne geuren, binnen mond
, Textuur structuur van voedsel
ABG AutoBiografisch Geheugen
modaal model Geheugenmodel van Atkinson en Shiffrin (1968)
Iconisch geheugen sensorisch geheugen voor visuele informatie
echoïsch geheugen sensorisch geheugen voor auditieve informatie
haptisch geheugen sensorisch geheugen voor tactiele informatie
expliciet/declaratieve geheugen episodisch geheugen + semantische geheugen
impliciet/proceduraal geheugen bevat kennis over procedures
geheel van herinneringen aan persoonlijke
episodisch geheugen
gebeurtenissen en eigen ervaringen
geheugen voor feiten, kennis en betekenis voor
semantische geheugen
woorden
tijdelijke opslagplaats voor woorden in gesproken
Fonologische lus vorm (fonologische info verwerken), component
werkgeheugen
opslagplaats voor visuele en ruimtelijke info (visuo-
Visuo-spatiaal schetsblad
spatiale info verwerken), component werkgeheugen
controlemechanisme binnen werkgeheugen,
Central executive/centraal verwerkingssysteem
component werkgeheugen
diepe verwerking (deep processing)/semantische verwerking van de betekenis van de woorden die je
verwerking moet leren in het experiment
oppervlakkige verwerking (shallow processing)/niet- betekenis van de woorden die je moet leren in het
semantische verwerking experiment worden niet verwerkt
elaboratie uitwerking, informatie relateren aan kennis
Overschouw, Stel vragen, Lees, Overdenk, Reciteer,
OSLORO-methode
Overhoor
latentietijd tijd tussen inprenten & reproduceren
Toedienen van iets aangenaams dat leidt tot
positieve bekrachtiging
toename voorafgaand gedrag
lokt altijd & zonder oefening een reactie uit,
Onvoorwaardelijke stimulus (OVS)
ongeconditioneerde stimulus
reflex -> automatische reactie, ongeconditioneerde
onvoorwaardelijke reactie (OVR)
respons
Operante respons gedrag dat gevolgd wordt door effect
verandering in omgeving die leidt tot toename
Bekrachtiging
voorafgaand gedrag
Wegnemen van iets onaangenaams dat leidt tot
negatieve bekrachtiging
toename voorafgaand gedrag